Communicatie Nederlandse en Duitse politie moet beter

De jacht op terreurverdachten na de aanslagen in Parijs en Brussel toont aan hoe belangrijk de grensoverschrijdende samenwerking tussen politiekorpsen is, ook over de grens met Duitsland. Ondanks de nauwere samenwerking tussen de Nederlandse en Duitse politie zijn er nog altijd communicatieproblemen. Politie Nederland en Duitsland

Met het doorgeven van informatie tussen de Nederlandse en Duitse politie gaat het inmiddels goed, vertelt Martin Piepmeyer. Hij is projectleider van het grensoverschrijdend politieteam in Bad Bentheim, net over de grens bij Enschede. Maar de communicatie loopt niet altijd even soepel, zegt hij. “Op dit moment hebben bijvoorbeeld de Nederlandse agenten, zodra ze de grens over zijn, geen toegang tot de politieradio. Om te kunnen communiceren met hun Duitse collega’s grijpen ze terug op hun mobiele telefoon. Dat moet veranderen.”

Irritatie tussen beide landen

De aanslagen in Parijs en Brussel laten zien hoe belangrijk de samenwerking van de politie tussen de verschillende landen is. Krijgen de Nederlandse en Duitse politie wel een terreurverdachte te pakken die gauw de grens over vlucht? Thomas Aling, woordvoerder van de Landelijke Eenheid gelooft van wel. “In zo’n situatie wordt er meteen contact gelegd tussen de Nederlandse en Duitse meldkamer.” Dat de agenten geen toegang hebben tot de Duitse politieradio vormt volgens de woordvoerder niet per se een belemmering. Volgens hem is het telefonische contact een prima oplossing.

Piepmeyer denkt hier anders over: “Hoewel we buurlanden zijn, kijken we toch op een andere manier naar communicatie. Soms kan dat voor wederzijdse irritatie zorgen.” Hij vindt het daarom belangrijk dat er wordt geïnvesteerd in grensoverschrijdende politieteams; zij kunnen de verschillen – bijvoorbeeld de taalbarrière – tussen beide landen overbruggen waardoor criminaliteit beter kan worden aangepakt.

Politie samen in de auto

Op dit moment opereren er twee grensoverschrijdende politieteams op de Duits-Nederlandse grens. Het eerste korps, Bad Bentheim, werd in 2008 opgericht met behulp van het Europese subsidieprogramma INTERREG IV A. Het doel was om gezamenlijk zonder praktische belemmeringen de misdaad langs en over de grens te bestrijden. Mede door het Verdrag van Enschede was eerder al een grote drempel  voor de grensoverschrijdende samenwerking weggenomen; het delen van informatie werd een stuk makkelijker.

Vorig jaar kreeg de samenwerking tussen beide korpsen nog 800.000 euro vanuit Europa.

Alleen ontbrak het nog aan het daadwerkelijk samen optreden van de Duitse en Nederlandse agenten; ze zaten nog niet samen in één auto. Team Bad Bentheim was het eerste orgaan waarin agenten van beide landen letterlijk werden samengevoegd. Doordat er zowel een Nederlandse als een Duitse agent in de patrouilleauto zit, is het voor de politie mogelijk om ook over de grens direct zelf te handelen. De leiding wordt namelijk overgedragen aan degene die bevoegd is om in het gebied op te treden. Voordat de teamleden samen op surveillance gaan, volgen ze een intensieve training in elkaars taal en cultuur.

Volgens Piepmeyer hebben deze gespecialiseerde teams een afschrikwekkend effect op criminelen die denken dat ze veilig zijn zodra ze de grens over zijn. Gezien de successen die het korps van Bad Bentheim boekte, werd er in 2012 een tweede grensoverschrijdend politieteam in het Groningse Bad Nieuweschans opgericht.

Drugssmokkel

De jarenlange samenwerking heeft er volgens de Duitse projectleider voor gezorgd dat er veel dingen zijn verbeterd. “Het wederzijds respect en vertrouwen binnen het team is echt gegroeid. Bovendien worden we door de geslaagde gezamenlijke acties in het verleden gestimuleerd om nog meer samen te ondernemen.”

De twee Duits-Nederlandse korpsen bestaan ieder uit circa 20 agenten. Beide teams treden jaarlijks in zo’n 1.900 gevallen op. Tussen 2008 en 2014 had het politieteam Bad Bentheim meer dan 6.500 zaken waarin grensoverschrijdende criminaliteit werd aangepakt. Daarbij stelden ze zo’n 4.800 processen verbaal op. In de meeste gevallen gingen het om overtredingen op het gebied van het smokkelen van drugs. Andere veelvoorkomende delicten betroffen onder andere de georganiseerde mensen- en wapensmokkel.

Bonny en Clyde

Lang niet alle succesverhalen halen de media, maar sommige acties zijn zo spectaculair dat ze niet snel vergeten zullen worden. Zo is bijvoorbeeld de samenwerking bij de achtervolging van en zoektocht naar het criminele duo Antonio Marcos van der P. (25) en Enise Merve B. (19) een zaak die in het collectief geheugen gegrift staat. Ze lieten in Nederland een spoor van geweld achter voor ze in Duitsland konden worden gepakt. De media in beide landen hadden het al snel over ‘Bonny en Clyde’.

<i
Foto: Politie
Jaarlijks bestaat ongeveer twee derde van de interventies van de samengestelde teams uit het actief vervolgen van misdaden en overtredingen. In de overige gevallen gaat het om preventieve maatregelen. Daarnaast zijn er nog grensoverschrijdende zaken die door de gewone agenten worden afgehandeld. De 2 speciale eenheden kunnen namelijk niet alle misdaden die in de grensregio spelen afhandelen.

Nederlandse plofkrakers

Niet bij alle acties die de politie uitvoert wordt gekeken naar het effect op de veiligheid aan de andere kant van de grens. Dat het optreden tegen de boeven in eigen land bijvoorbeeld een keerzijde kan hebben voor het buurland, wordt vooral duidelijk wanneer wordt naar de aanpak van ram- en plofkraken. In Nederland zijn deze overvallen na een speciale aanpak flink afgenomen door de banken beter te beschermen. Het gevolg is dat Nederlandse overvallers naar Duitsland rijden om daar plofkraken te plegen.

EenVandaag over de Nederlandse bendes die plofkraken plegen in Duitsland.

Aling wijst erop dat in dit geval preventief handelen relevanter kan zijn dan het oprollen van de bendes. Dat buurland Duitsland vervolgens met het probleem zit opgezadeld, is volgens hem niet te wijten aan de Nederlandse politie. “Het is net als met hang- en sluitwerken. Als jouw huis goed is beveiligd, gaan de inbrekers naar de buren.”

In dit geval is het voor de Duitse politie een nadeel dat ze niet zelfstandig allerlei controles en huiszoekingen kunnen uitvoeren in Nederland. Ze moeten daarvoor de Nederlandse politie inschakelen. “Ze hebben dan een bevel nodig. Vaak zijn die in zulke situaties niet zo lastig te krijgen”, verklaart de woordvoerder van de Landelijke Eenheid, “Overigens zijn we niet verplicht om die aanvragen uit te voeren, maar doorgaans is dat gewoon een stukje collegialiteit.”

Duitsland profiteert van Nederlandse kennis

Ondanks de verschuiving van de criminaliteit vindt Aling de grensoverschrijdende samenwerking met betrekking tot de ram- en plofkraken nog wel soepel verlopen. Zo wijst hij erop dat de Duitsers enorm profiteren van de gigantische bulk aan informatie die Nederland al had verzameld over de verdachten van de bankovervallen. “Die informatie is direct met Duitsland gedeeld.” In ruil daarvoor krijgen de Nederlandse agenten nog vrij weinig informatie terug; het buurland heeft nu eenmaal nog niet zoveel tijd gehad om materiaal te verzamelen over de overvallen van de buitenlandse bandieten.

Martin Piepmeyer beaamt dat het qua delen van informatie goed gaat. Maar het mag wat hem betreft nog verder worden uitgebreid zodat de informatie ook breder bekend wordt. Dat de andere agenten ook les krijgen in elkaars taal- en cultuur vormt volgens hem een belangrijk aspect voor verdere verbetering van de politionele samenwerking, want: die Nederlanders blijven qua communicatietechnieken toch een beetje vreemd voor de Duitsers.

Janneke Koster