Lachen met de Duitsers

Hebben Duitsers humor? Menig Nederlander weet zeker van niet. Gelukkig is 'de Nederlander' nooit te beroerd om 'de Duitser' te wijzen op dit gebrek.

Niet zo lang geleden gebeurde het waar ik bij stond. Een landgenoot deelde in steenkolenduits een Duitser mede dat het zijn volk ontbreekt aan humor. Niet dat hij het de man kwalijk nam. Welnee! De Duitsers mogen zich gelukkig prijzen met zulke lollige buren aan de Noordzee, kunnen zij zich concentreren op ernstigere zaken, sprak hij enigszins meelevend.

De brenger van de onheilstijding was tot deze conclusie gekomen nadat zijn eerdere guitige opmerking was gestrand in een pijnlijke stilte. Volgens mij was het mislukken van zijn grap vooral te wijten aan zijn gebrekkige vertaling. Maar de Nederlander had reeds de splinter in andermans oog ontdekt en deelde dit geheel onbaatzuchtig aan de Duitser mee.

Door deze Babylonische spraakverwarring belandde mijn gemoed in een staat waar enkel Duitsers een schitterend woord voor hebben gevonden; Fremdschämen. Deze plaatsvervangende schaamte wist mijn landgenoot danig te vergroten door zijn mede-Europeaan een diepteanalyse te gunnen over zijn gebrek.

Duitsers – zo verklaarde hij – hebben niet zoveel ervaring met handelen overzee en zijn dientengevolge minder bedreven in de kunst van de vlotte babbel. Ze zitten zo opgesloten in hun fabrieken waar ze absoluut heel mooie degelijke dingen maken. Maar een grappenmaker word je er niet van. Een beetje stijfjes zijn jullie, voegde hij er met een goedmoedige knipoog aan toe.

Clichés

Dat de Duitser in kwestie de redenering niet kon volgen, leek de Nederlander alleen nog maar meer te bevestigen in zijn gelijk. Hij keek me aan – rekenend op bijval van mijn kant. Maar dat weigerde ik. Ze hebben echt wel humor, wierp ik tegen.

En dan moest ik denken aan de talloze keren dat Duitsers me aan het lachen hebben weten te maken. En dan niet het niveau van de flauwe cliché-opmerkingen die Nederlanders en Duitsers zo over en weer maken. Over kaas, worst, zuurkool, caravans, fietsen en scoren in de laatste minuut.

Zit er dan toch een kern van waarheid in het betoog van de Nederlander? Zeker, de Duitsers zijn over het algemeen iets terughoudender in een eerste contact. Een Nederlander valt in Duitsland al snel op vanwege zijn lossere houding. De enthousiaste Nederlandse schaatser Koen Verweij werd door de keurige krant Frankfurter Allgemeine Zeitung steevast als Spaßvogel neergezet, een nar. En dat is niet per se een compliment.

Staatscrisis

Toch hebben de Duitsers echt wel humor. Als je ze leert kennen tenminste. Dat een grap niet altijd begrepen wordt, is iets anders. Daar weet de president van Turkije inmiddels alles van. De kwestie van hoe je deze satire moet interpreteren liep een jaar geleden zelfs uit tot een staatscrisis.

De gewraakte komiek Jan Böhmermann kiest doorgaans fijnzinnigere methodes om opschudding te veroorzaken. Zo trok hij in Duitsland bijvoorbeeld al eerder veel aandacht met een video waarin hij geweldsverheerlijkende rappers op de hak neemt door hun platvloerse teksten te laten zingen door vrolijke nerds. De stoere mannen voelden zich te kijk gezet en verboden de presentator nog een voet in hun stad te zetten. Böhmermann komt Offenbach niet meer in.

De beginvraag blijft; hebben Duitsers humor? Staatshoofden en ministers buigen zich over het antwoord. Juristen breken hun hoofd over de consequenties, professoren wijden er essays aan en buitenlandse commentatoren storten zich op een voor hen onbekend fenomeen; de grappen van een Duitser.

En dat alles is een grap op zich. De heftige debatten in kranten en op tv, de uitgestreken gezichten van deskundigen die een analyse formuleren. Om met een Britse komiek te spreken; Duitsers hebben wel degelijk humor. En dat nemen ze héél serieus.

Deze column verscheen eerder in het RD.