Wearables in de toekomst onmisbaar bij het voorkomen van ziektes

Je eigen diagnoses stellen met een smartwatch. Niet alle artsen en patiënten staan te juichen bij de digitalisering van de zorg. Philips wil weten hoe patiënten, artsen en verzekeraars hierover denken en hield daarom een uitgebreid onderzoek. Volgens CMO Jan van Kimpen worden wearables en andere digitale technologieën onmisbaar in de zorg.

Zijn de Nederlandse en Duitse gezondheidszorg wel klaar voor digitalisering? En wat vinden zorgverleners en consumenten van het gebruik van wearables (digitale toepassingen die je draagt, zoals smartwatches). Dat werpt ook de vraag op in hoeverre mensen bereid zijn om hun persoonlijke gezondheidsinformatie te delen. Moet de focus en de zwaarte van investeringen voor de medische industrie liggen op het behandelen van ziekten of juist het voorkomen ervan?

Grootschalig onderzoek

Het Nederlandse Philips liet een onafhankelijk onderzoeksinstituut grootschalig onderzoek doen naar deze vragen. Het afgelopen jaar werden interviews gehouden onder meer dan 32.000 patiënten, zorgverleners en mensen uit de verzekeringsbranche in 19 landen verspreid over de wereld, waaronder Nederland. De bevindingen en conclusies worden gepubliceerd in het tweede Future Health Index rapport.

Vooruitlopend op G20-top op 11 juli in Duitsland – waar Nederland ook mag aanschuiven – zijn er sessies onder de naam B20 om de business community bij de dialoog te betrekken. Donderdag 18 mei doet Philips duit in het zakje rond healthcare. Chief Medical Officer Jan van Kimpen zal spreken en rapport presenteren. Samen met Duitse Carla Kriwet uit Raad van Bestuur van Philips verantwoordelijk voor connected care en health informatics business.

Netwerk opbouwen onder beslissers

Duitslandnieuws sprak vooraf met Jan van Kimpen over het onderzoek.

Waarom dit grootschalige onderzoek?

We doen dit voor het tweede jaar op rij. We krijgen zo unieke inzichten van een groot netwerk van mensen die de gezondheidszorg gebruiken, vormgeven en mede bepalen. Dat zijn 32.000 doktoren, ziekenhuizen, patiënten en verzekeraars.

Wat kan Philips met deze informatie?

We willen inzicht krijgen in wat er leeft en gebruiken het als een instrument voor dialoog. Uiteindelijk zijn wij als Philips voortdurend bezig om in het hele ecosysteem een relevante rol te spelen. We zetten in op de zogenoemde smart devices (slimme apparaatjes), connectected healthcare (verbinden van zorgsystemen). De Future Health Index zegt iets over de toegankelijkheid van de onderwerpen, hoezeer het reeds geïntegreerd is in het gedachtegoed en of mensen het willen gebruiken.

Hoeveel bepalen verzekeraars?

Verzekeraars zitten niet per se voorin de beslisboom. Zij willen vooral goede zorg. Kwaliteit staat boven hoe je daar komt en wat het kost. Dat is althans mijn ervaring in Nederland.

Maar zeker in Duitsland met 190 verzekeraars is de markt overvol. Met als gevolg weinig prijsdruk voor ziekenhuizen om het efficiënter te doen?

In Duitsland ligt het net iets anders, inderdaad. Daar kost het meer tijd. Toch loopt er in het noordoosten van Duitsland in Rostock een heel veelbelovend project. Samen met huisartsen en ziekenhuizen doen we een pilotproject. We monitoren hartfalen met de nieuwste digitale technologieën in de thuissituatie als preventie. Daarmee lopen we voorop in Duitsland. Als het gaat om zelf regie voeren over je data zie je bij andere recente e-health programma’s dat met alle moderne hulpmiddelen het aantal polibehandelingen met 50% is afgenomen.

Telemonitoring. Foto: Philips

Artsen niet altijd enthousiast over digitalisering

Hoe staan artsen tegenover connected care?

In onze Future Health Index zien we grote verschillen. Wereldwijd voelt 47% van de artsen zich heel goed bij digitalisering van tools. Maar in Duitsland en Nederland is dat slechts respectievelijk 25% en 10%. En dat terwijl ze preventie wel heel belangrijk vinden. Laat digitalisering daar nu juist enorm bij helpen. Dat sluit dus niet op elkaar aan.

Hoe komt dat?

Het kan liggen aan stuk wet- en regelgeving. Soms mogen ze niet eens bepaalde nieuwe tools inzetten. Safety en security. Ze gaven ook aan meer onderzoeken en case studies te willen zien die de toegevoegde waarde van nieuwe digitale tools wetenschappelijk onderbouwen. Het hangt ook sterk van de lokale cultuur af. Ten tweede zou omarming van tech ten koste kunnen gaan van hun bestaande verdienmodel. Dat kan direct van invloed zijn op hun bestaande KPI’s en daaraan gekoppelde beloning. Dat verdienmodel zou dus mee moeten evolueren. Ten derde is hiervoor gedragsverandering nodig. Toen ik als kinderarts een slechtnieuwsgesprek met ouders van kinderen met kanker moest voeren, wist ik hoe dat moest. Nu komen ouders er door middel van technologische hulpmiddelen – zoals een patiëntenportal waarop uitslagen staan – achter dat hun kind kanker heeft. Vervolgens doen ze hun eigen onderzoek online en komen op een heel andere manier naar het spreekuur. Artsen en medisch specialisten hebben moeite met die veranderende rol. Ouders weten al veel meer.

Druk op de zorg

Wat zal voor de doorbraak van connected care zorgen?

Laten we eerlijk zijn: in Duitsland en Nederland is de zorg gewoon heel goed. Daar is de noodzaak voorlopig niet zo groot. Maar als je kijkt naar de wereldwijde situatie: de druk op systeem wordt veel te groot, we verwachten dat de wereldbevolking groeit naar 12 miljard mensen in 2050. Maar het aantal mensen in zorg blijft gelijk of neemt af. Er is nu al een schreeuwend tekort aan radiologen, pathologen en chirurgen. Nu komen er elk jaar 14 miljoen patiënten met kanker bij. Dat zal stijgen naar 20 tot 25 miljoen per jaar. Dus, we kunnen niet zonder digitalisering.

U wilt een dataplatform in de cloud met medische gegevens. In Duitsland is er een roep om decentrale data-opslag en in de Duitse chemische industrie zelfs een verbod op het delen van data via sensoren die in de fabrieken staan opgesteld. In combinatie met de recente cyberaanvallen een weinig attractief speelveld..

Wij hebben ons center of excellence in data security. Dat neemt daadkrachtig actie op alles wat probeert de dataveiligheid te ondermijnen. Maar de cyberattacks verhogen niet het vertrouwen, inderdaad. Ook hier heb je te maken met culturele aspecten. De roep om decentrale data-opslag of zelfs het tegenhouden van het delen van data in Duitsland kan ik heel goed begrijpen. Dat is per land echter heel verschillend. In de Emiraten gaat de adoptie hiervan bijvoorbeeld veel sneller.

Fouten verminderen

Gaan rationale data de dokter vervangen?

Nee, doktoren blijven. ‘Hightech’ gaat samen met ‘high touch‘. We willen juist helpen om het werk van de dokter preciezer te maken. Hun werkdruk moet minder worden. Voorbeeld: als een patiënt komt te overlijden na een operatie, bevat het rapport van de patholoog nu in 30% van de gevallen een foutje. Als je de gegevens digitaal kunt opslaan, gaat die marge enorm naar beneden. Nu worden fouten achteraf hersteld. Dat kost echt heel veel tijd.

Hoe gaat Philips deze digitale transformatie doormaken?

We waren een pure hardware player, maar nu al is een groot deel van ons R&D-personeel software-ontwikkelaar voor de healthcare industrie. In het verlengde daarvan: veel van onze medische apparaten zijn al connected. Daar ligt wat ons betreft dan ook onze toegevoegde waarde in de toekomst, omdat we informatie kunnen gaan samenbrengen en patiënten en zorgverleners meer inzichten kunnen verschaffen en hen beter op elkaar kunnen laten aansluiten.

Derk Marseille

Derk Marseille (1980) legde samen met Bertus Bouwman en Roy van Veen het fundament voor Duitslandnieuws.nl. Sinds 2005 actief bij BNR Nieuwsradio is dit zijn eerste eigen onderneming. Derk doet de eindredactie, de podcast en werkt creatieve concepten uit in samenwerking met externe partijen. Daarnaast is Derk veelvuldig actief als dagvoorzitter en moderator op internationale events. In het Engels, Duits en uiteraard het Nederlands.