‘Trein beste optie om grensverbinding Nijmegen-Kleef te reactiveren’

Rijn-Waal is de enige Nederlandse Euregio zonder regionale grensoverschrijdende trein. Ondanks dat de provincie Gelderland de verbinding te duur vindt, zien onderzoekers van de Radboud Universiteit mogelijkheden.

De provincie Gelderland wil geen geld steken in de grensverbinding tussen Nijmegen en Kleef, meldt Omroep Gelderland. Uit onderzoek komt naar voren dat de verbinding te duur is, meldt Gelders gedeputeerde Conny Bieze (VVD).

De Vereniging voor Innovatief Euregionaal (rail)Vervoer (VIEV) diende vorig jaar een petitie in bij de provincie om de spoorverbinding Nijmegen-Kleve nieuw leven in te blazen. De petitie werd door bijna 1.400 mensen ondertekend. Maar uit onderzoek van de provincie blijkt dat er 116 miljoen euro nodig is om de lijn te herstellen. Daarnaast verwacht de provincie een exploitatietekort van 1,4 miljoen euro omdat er te weinig reizigers gebruik van zullen maken.

Een treinverbinding is te duur, vindt de provincie. Dat roept vraagtekens op bij onder meer vakbondsman Wilco Veldhorst (FNV) en verkeersdeskundige Cor van der Meijden.

Lees hun reacties in dit artikel:

Trein te duur voor grensoverschrijdend vervoer tussen Nijmegen en Kleef

Nu stuitte Veldhorst op een rapport van de Radboud Universiteit uit 2015 dat de wenselijkheid van een grensoverschrijdende verbinding onderzocht.

De inleiding zet de verbinding in perspectief:

Door de sluiting van de lijn in 1991 is de Euregio Rijn-Waal, die grofweg het gebied van Ede tot Duisburg omvat,
tegenwoordig de enige Nederlandse Euregio zonder een regionale grensoverschrijdende trein. Aan de Duitse grens bedienen de lijnen Groningen–Leer, Enschede–Gronau, Hengelo–Bad Bentheim, Venlo–Kaldenkirchen en Heerlen–Aachen de vier overige Euregio’s; in het zuiden vervullen de lijnen Maastricht–Liège, Breda–Antwerpen, Roosendaal–Essen en Terneuzen–Zelzate die functies.

Zoals op de afbeelding te zien is, rijden er in de Euregio Rijn-Waal slechts Intercity’s en ICE-treinen de grens over. Nijmegen bevindt zich dus, net als in 1843, in een infrastructurele achterstandspositie.

Bron: Rapport Tussen spoorfietsen en luchtfietsen

‘Trein beste optie’

Volgens Veldhorst zijn met name deze conclusies interessant:

  • Er zijn drie reële mogelijkheden voor een reactivering van het spoor, die ook Sintropher en Arcadis onderzocht hebben: een trein, een tram of een tramtrein. Op financieel gebied is de trein wat betreft zowel kosten als financiering de beste optie. Qua stedelijke inpassing is een tram of tramtrein te prefereren. Met het oog op de aansluitingen op de landelijke spoornetten kent de trein de meeste voordelen. De tijdwinst ten opzichte van de huidige busverbinding is bij de trein het grootst, al zijn ook de tram en tramtrein sneller.
  • Samenvattend kiest de Duitse zijde van de grens, ondanks inpassingsvoordelen van de tram, vanuit financieringsoogpunt en in verband met de doortrekking van de Niers-Express voor een trein.
  • Zoals eerder vermeld achten wij het van groter belang om een concreet en reëel plan op te stellen dan om direct de financiering rond te hebben. Hieronder volgt dan ook slechts een korte opsomming van mogelijke financieringspartners: de verantwoordelijke instanties voor het openbaar vervoer (Stadsregio Arnhem-Nijmegen, Kreis Kleve en Nordrhein-Westfalens Verkeersministerie), de Nederlandse en Duitse ministeries van Infrastructuur en Milieu (bij bewezen economisch nut), de betrokken gemeenten (Nijmegen, Groesbeek, Kranenburg en Kleve) en de Europese Unie (eventueel via INTERREG). Daarnaast is het niet uitgesloten dat particulieren zoals vervoersbedrijven bereid zijn te investeren.

Ook interessant:

  • Ook de investeringskosten zijn door Sintropher onderzocht, dat ruim 15.000 in- en uitstappers verwacht.
  • Sintropher raamt deze infrastructurele kosten – tussen 1998 en 2005 op 20 tot 40 miljoen euro geschat – in 2011 op 58 miljoen euro, waarbij onder andere een ‘eenvoudige’ tunnel onder Groesbeek is inbegrepen.
  • Zelfs met deze kostbare tunnelbak zijn de investeringskosten, evenals de operationele kosten, lager dan voor een tram of tramtrein.

Tussen spoorfietsen en luchtfietsen

Lees het hele rapport [pdf]

Na het lezen van het rapport blijven twee vragen hangen, zegt Veldhorst. “Waar is de 120 miljoen euro waar Gedeputeerde Staten het over had? En waar komen de 15.000 in- en uitstappers vandaan waar GS van een veel lager aantal uitgaat?”

Duitslandnieuws