In de praktijk bij Van Diepen Van der Kroef Advocaten

Daarom zijn de grote verschillen in strafvervolging tussen Nederland en Duitsland zo interessant

De verschillen tussen Nederland en Duitsland zijn groot, concludeert Duitsland-expert Axel Hagedorn bij het naast elkaar leggen van de criminaliteitscijfers. Dat roept heel veel interessante vragen op. Maar waarom wil niemand daar nader onderzoek naar doen?

De strafvervolging tussen Nederland en Duitsland kent een fundamenteel rechtscultureel verschil.

In Nederland mag het Openbaar Ministerie (OM) zelf bepalen of het strafbare feiten wil vervolgen. Dit wordt het opportuniteitsbeginsel genoemd.

In Duitsland is dit heel anders. Het OM is verplicht strafbare feiten te onderzoeken en te vervolgen. Dit wordt het legaliteitsprincipe genoemd.

Het ligt voor de hand dat een dermate groot verschil in het strafvervolgingssysteem consequenties met zich meebrengt voor wat betreft de personele bezetting van politie, het OM en bij de strafrechtbanken.

In Nederland 26% geregistreerde misdrijven opgehelderd

Genoeg aanleiding voor mij om eens te duiken in de criminaliteitscijfers en de ophelderingspercentages in Duitsland en Nederland.

Het Wetenschappelijk onderzoek- en documentatiecentrum (WODC) heeft een rapport uitgebracht over de criminaliteit en rechtshandhaving. Volgens dit rapport zijn er in 2016 in totaal 928.870 misdrijven in Nederland geregistreerd. Slechts een derde van de gepleegde strafbare feiten wordt bij de politie kenbaar gemaakt.

Van deze geregistreerde strafbare feiten zijn 241.150 opgehelderd, dat wil zeggen: er is door de politie een verdachte geïdentificeerd. Dat is een ophelderingspercentage van 26% van de geregistreerde misdrijven. Interessant zijn ook de oplossingspercentages voor specifieke delicten. Zo is voor gewelds- en seksuele misdrijven het ophelderingspercentage bijna 65%.

Ophelderingspercentage in Duitsland veel hoger

Maar hoe zit het dan in Duitsland? Volgens het legaliteitsprincipe moet het OM alle strafbare feiten onderzoeken en desnoods vervolgen. Natuurlijk kan het Duitse OM net als in Nederland ook zaken kan seponeren of afdoen met bijvoorbeeld een boete.

Het Duitse Bundeskriminalamt publiceert ieder jaar de zogenaamde Polizeiliche Kriminalstatistik (PKS). Volgens deze statistieken werden in Duitsland in 2016 in totaal 6.372.526 strafbare feiten gepleegd.

Het ophelderingspercentage voor alle strafbare feiten bedraagt 56,3% over alle geregistreerde misdrijven. Dat wil zeggen: er is (net als in Nederland) een verdachte door de politie geïdentificeerd.

Dit is een opvallend groot verschil met het Nederlandse percentage van 26%. Als je naar het ophelderingspercentage met betrekking tot moord of doodslag kijkt, is het percentage voor heel Duitsland bijna 95%. En voor seksuele delicten is dat bijna 80%.

Zijn Duitsers crimineler?

Ook zie je dat het aantal geregistreerde misdrijven nogal verschilt. Duitsland heeft ongeveer 5 keer zo veel inwoners als Nederland (17 miljoen in Nederland tegen 82,7 miljoen inwoners in Duitsland).

In verhouding met het totaal aantal misdrijven in Nederland zou Duitsland op zo’n 4,6 miljoen misdrijven moeten uitkomen. Terwijl feitelijk in Duitsland circa 6,4 miljoen misdrijven zijn geregistreerd.

Zou het kunnen dat in Duitsland eerder aangifte wordt gedaan omdat het OM de aangiftes ook daadwerkelijk moet onderzoeken en vervolgen? Of zijn Duitsers crimineler? Lijkt mij een iets te voorbarige conclusie. Het is aannemelijker dat er andere oorzaken zijn voor de grote verschillen.

Zijn statistieken strafvervolging te vergelijken?

Je moet deze grote verschillen dan ook met enige terughoudendheid behandelen. De vraag is altijd of statistieken van verschillende landen te vergelijken zijn.

Eerder las ik in Nederlandse media dat men er hier van uitgaat dat je de statistieken tussen beide landen niet direct kunt vergelijken. Daarom heb ik voorgesteld om deze vraag nader te onderzoeken. Helaas werd mijn voorstel niet gehonoreerd. Toch lijkt mij dit maatschappelijk gezien nog steeds van enorm belang.

Zowel in Duitsland als in Nederland heersen gevoelens van onveiligheid. Je zou mogen verwachten dat door het legaliteitsprincipe in Duitsland en de daardoor andere personele bezetting je automatisch een groter ophelderingspercentage krijgt. Als de politie en het OM in Nederland bepaalde strafbare feiten niet onderzoeken, kunnen ze immers ook niet opgehelderd worden. Het ophelderingspercentage zakt dan automatisch ten opzichte van Duitsland.

Het is de vraag of een groter budget helpt

Een spannende vraag lijkt mij wel of door de verschillende systemen in Duitsland en Nederland het veiligheidsgevoel ook toe- of afneemt.

Als we de gebeurtenissen in Keulen in de oudejaarsnacht van 2015/2016 met de vele aanrandingen in ons achterhoofd houden, blijft natuurlijk de vraag of het legaliteitsprincipe in Duitsland zo veel meer heeft opgeleverd. En men kan natuurlijk terecht de vraag stellen of een dergelijk incident in Nederland mogelijk zou zijn geweest.

Aan de andere kant had je in Nederland een incident als het uit de hand gelopen Facebook-feest ‘Project X’ in Haren, wat ontaardde in chaos en rellen.

Ik vraag mij verder af of een groter budget voor de opsporing- en strafvervolgingsinstanties (zoals waarschijnlijk in Duitsland het geval is) inderdaad tot meer veiligheid leidt.

Een derde minder Nederlanders in de gevangenis

Interessant is in deze samenhang een ander verschil tussen beide landen. Terwijl in Nederland in 2016 gemiddeld 52 mensen per 100.000 inwoners achter de tralies zaten, is dat in Duitsland in 2015 gemiddeld 76 gevangenen per 100.000 inwoners. In Nederland zit dus een derde minder mensen in de gevangenis dan in Duitsland, relatief gezien.

Heeft dat nu te maken met de afbouw van cellen onder de voormalig officier van justitie Fred Teeven (VVD) of is dit te wijten aan lagere straffen door Nederlandse strafrechters? Of spelen nog andere aspecten een rol?

Van elkaar leren

Frappant vind ik dat je al op het eerste gezicht zo veel verschillen ziet. Toch wordt er voor zover ik kan opmaken maar weinig onderzoek verricht om die verschillen te verklaren.

En sterker nog: blijkbaar bestaat er geen behoefte om van elkaar te leren.