Wat Duitsland kan leren van de Nederlandse aanpak rond elektrisch rijden

Nederland en Duitsland hebben elkaar hard nodig om grote vervoersproblemen aan te pakken. Edwin Renzen van Stint vertelt wat de Duitsers daarbij van de Nederlanders kunnen leren.

De Handelskammmer in München houdt dinsdag een speciale Benelux-dag rond het thema ‘Smart Cities’ met extra aandacht voor mobiliteit. Edwin Renzen geeft als managing partner van Stint Urban Mobility samen met zijn Belgische partner een workshop over hoe dichtslibbende steden moeten omgaan met vervoersvraagstukken.

Nu de elektrische voertuigen van Stint het in Nederland goed doen, is hij bezig met het internationaliseren van het bedrijf. “We geloven niet zo in export, wel in het verkopen van lokale producten”, zegt Renzen. Om die reden is Stint België opgericht en kijkt Renzen ook naar het opzetten van Duitse varianten.

Troetelbeertje

Zuid-Duitsland, daar zijn ze trots op hun grote, stoere, snelle en slurpende auto’s. En dan kom jij met een klein, behendig en handig wagentje uit Nederland. Hoe reageren ze op je?

De Messe in München heeft er net 6 besteld. Zij hebben een megaterrein met zeker 20 hallen. Ze zochten naar een nieuwe manier om hun technici met gereedschapskisten rond te laten rijden. In Amsterdam rijden ze met PostNL op de openbare weg, in Duitsland kan dat niet omdat ze daar nog niet zijn toegelaten. We zijn bezig met de TÜV om dat voor elkaar te krijgen.

Hoe kwamen ze bij je terecht?

Ik het afgelopen jaar zo’n 5 keer in Zuid-Duitsland geweest, mee met economische missies van Noord-Brabant, Amsterdam en Utrecht. In oktober heb ik voor het eerst een Stint meegenomen naar Duitsland, eerst naar Stuttgart en daarna München. Ik kon toen de contacten die ik tijdens de eerdere reizen had ontmoet laten zien waar ik het over had.

En de reacties waren goed?

Ja, heel positief. Het ziet er speels uit en ik zag mensen uit zichzelf er even opstappen. Die intuïtieve reactie is erg mooi om te zien. We werden het troetelbeertje van de Nederlandse delegatie. De mensen van het Consulaat-Generaal in München en de collega’s van het PIB hielpen enorm. Eigenlijk hebben Edwin Bestebreurtje en Baerte de Brey de deal met de Messe van München gemaakt, net toen ik even het toilet bezocht.

Je wilt zeggen dat de Stint zichzelf verkoopt?

Ik word dankzij de Stint als producent gezien, maar eigenlijk zijn wij vervoerskundigen die toevallig een product gemaakt hebben. Afgelopen week was de delegatie uit München op bezoek in Amsterdam en Utrecht. Het is zo mooi om met experts uit een andere stad te praten. We zien dus het probleem dat grote steden dichtslibben, in Amsterdam zelfs de fietspaden omdat we het volgooien met kleine elektrische voertuigen. Zo zie je dat de Stint ook maar een oplossing zal zijn in de totale vervoersmix, nooit dé oplossing.

Innovatieregels uit 1993 vereisen een zadel

Hoe krijg je de Stint op de weg in Duitsland?

We werken aan een nieuw model dat voldoet aan de Europese wetgeving, je moet dan wetgeving volgend ie in 1993 voor het laatst herzien is  Je hoort zelf al hoe onlogisch dat is als je wilt innoveren.

Waar loop je tegenaan?

Op de Stint sta je, daar hebben we hele goede argumenten voor. Maar de Europese regels vereisen een zadel, de bestuurder moet zitten. Maar dat is ergonomisch totale onzin. Denk aan een postbode op een herenfiets die op een dag honderden keren zijn been over het zadel moet zwaaien, die zit straks thuis met een versleten heup. Maar goed, we komen dus met een model met zadel.

Wanneer is het model klaar?

Begin 2018 is het ontwerp klaar, in juni hopen we dan aan de testen te voldoen. Ik denk dat we over een jaar kunnen beginnen met produceren.

München en Amsterdam leren van elkaar

Wat is je bijdrage tijdens de workshop in München?

Iedereen heeft het over de ‘Last Mile Delivery‘, dat is in de vervoersketen het laatste stukje van het distributiecentrum naar het bezorgadres. Je ziet nu grote bezorgers dat laatste stukje willen veranderen door het bestelbusje te vervangen door allerlei alternatieven, zoals bakfietsen en Stints. Dat klinkt misschien sympathiek, maar zo werk je wel toe naar een nog vollere stad. Een stad met nóg een verkeersinfarct.

Nu pleit je tegen je eigen product, wat kan je daarbij van München leren?

In de delegatie uit Beieren zat een startup die de pakketjes van alle grote bezorgers verzamelt en zelf in de wijk bezorgt wat natuurlijk veel efficiënter is. Het is bijna onmogelijk om voor partijen als UPS en DHL als white label te mogen bezorgen, maar in München kan het blijkbaar. Door dit soort verhalen te delen leren Amsterdam en München van elkaar, omdat je steeds beter ontdekt waar het probleem zit.

De Duitsers zitten enorm in hun maag met de CO2-normen, er dreigen dieselverboden in Duitse steden. Wat moeten ze doen om dat te voorkomen?

Ha, dat is een megaprobleem en dat mag ik nu eventjes oplossen? Ze willen de auto niet weren, maar uitstoot reduceren. Dan kies je dus voor elektrische auto’s. Maar in Amsterdam zie je dat je vervolgens nog steeds in de file staat. Dus dat is niet de allesomvattende oplossing, maar wel een goede deeloplossing. Vervolgens kan je beginnen aan de volgende stap. Dat is echt de Nederlandse aanpak: niet eindeloos broeden op het masterplan, maar gewoon beginnen. Filosofeer, droom, doe je project, leer, en doe het nog een keer…

Zien de Duitsers het ook zo?

We kunnen leren van hoe mobiele telefonie zich ontwikkelt in Afrika. Daar gaan ze echt geen kabels meer graven zoals wij dat jaren hebben gedaan. Die ontwikkeling noem je het leapfrog-model. Met zulke kikkersprongen zal ook mobiliteit zich moeten ontwikkelen.

Duitslandnieuws