Rapport: ‘Een stem op Merkel, is een stem voor groei’

Heel Europa kijkt met spanning uit naar de Duitse verkiezingen van 22 september. De kiezer staat voor de keus doorgaan met het centrumrechtse kabinet van Angela Merkel of toch liever een links alternatief. Wie extra groei wil, moet op Angela stemmen, blijkt uit een rapport. Een stem voor links strooit daarentegen een flinke hoeveelheid zand in de economische motor.

Voor de economie kunnen de gevolgen groot zijn, zegt Chief Investment Officer Asoka Wöhrmann van DWS Investments, dochter van Deutsche Bank en één van de grootste vermogensbeheerders ter wereld.

Met CDU en FDP 0,7 procentpunt groei

Tot deze conclusie komt Wöhrmann in een vandaag verschenen rapport onder de titel ‘Parties, manifestos, coalitions and their impact on financial markets and the economy’. Volgens Wöhrmann hebben vooral de verschillende belastingplannen een grote impact op de economie. De regeringspartijen CDU/CSU en de liberale FDP zitten ongeveer op een lijn. Beide partijen willen het belastingsysteem vereenvoudigen en daarbij vooral de middeninkomens ontzien.

Wöhrmann verwacht dat dit de economie een stevige extra impuls kan geven. Lagere belastingen voor de middeninkomens betekent namelijk meer koopkracht, en dat betekent op zijn beurt weer meer consumptie en groei. Wöhrmann verwacht dat het bruto nationaal product in 2014 bijna 0,7 procentpunt hoger uit kan vallen als de plannen van CDU/CSU en FDP worden omgezet.

Links strooit zand in economische motor

Heel anders is het verhaal bij de sociaaldemocratische SPD en Groenen. Deze partijen willen allebei de belastingen verhogen. Vooral de wat rijkere Duitsers moeten eraan geloven, wat negatieve effecten zal hebben op het consumentenvertrouwen. Volgens Wöhrmann zou de economische groei in 2014 meer dan 1,5 procentpunt lager kunnen uitvallen dan bij een centrumrechtse regering het geval was geweest. Als kanttekening plaatst hij wel bij dat hij geen rekening heeft gehouden met eventuele positieve effecten van hogere overheidsuitgaven.

Uiteraard zou dat ook voor Nederland slecht nieuws zijn. Duitsland is onze belangrijkste handelspartner. Jaarlijks exporteren we voor circa €87 mrd aan goederen en diensten naar onze oosterburen, er zijn 5535 Nederlandse bedrijven met een Duitse dochter en omgekeerd hebben bijna 2200 Duitse ondernemingen een vestiging in Nederland. Een bekend gezegde is daarom: ‘als Duitsland niest dan wordt Nederland verkouden’.

Nattevingerwerk

Economen zeggen wel eens met de natte vinger dat 1% extra groei in Duitsland zich voor Nederland vertaalt in een plus van 0,1%. Echt harde cijfers over de correlatie bestaan echter niet. Het Nederlandse Centraal Planbureau heeft wel eens uitgerekend dat 10% extra werkgelegenheid in Duitsland een positief effect op de Nederlandse economie heeft van 0,3 procentpunt. Over het algemeen noemde het CPB in het Centraal Economisch Plan (CEP) van 2004 de correlatie tussen Duitse en Nederlandse groei echter ‘niet spectaculair’. Dat bleek ook uit de periode tussen eind jaren negentig en begin van deze eeuw toen Duitsland bekend stond als ‘de zieke man van Europa’. Nederland had daar nauwelijks last van.

Nederland profiteert nauwelijks

Het Centraal Bureau voor de Statistiek komt in de vandaag verschenen analyse ‘De Nederlandse economie 2012’ tot een gelijksoortige conclusie. Het CBS schrijft dat de Duitse industrie de laatste jaren weliswaar steeds meer onderdelen is gaan importeren vanuit het buitenland, ‘maar het aandeel van Nederlandse producten in deze import is constant gebleven, terwijl het aandeel van China en enkele Midden-Europese landen wel is gestegen.’

Chef-econoom Carsten Brzeski van ING Diba schrijft dat toe aan de structuur van de Nederlandse export. België heeft de laatste jaren bijvoorbeeld veel meer geprofiteerd van de sterke groei in Duitsland dan Nederland omdat het relatief veel industriebedrijven heeft met klanten in de Duitse auto- en machinebouw, twee sectoren die het uitstekend hebben gedaan. Nederland heeft met zijn specialisatie in handel, landbouw en voedingsmiddelen veel minder geprofiteerd.