Minimumloon deel 2: voor het eerst polderen om een ondergrens in de vleessector

Werkgevers en werknemers uit de Duitse vleessector gaan deze maand voor het eerst praten over een minimumloon. In vergelijking met Nederland lijkt zo'n gesprek erg laat te komen, maar eerder was niet mogelijk omdat de werkgevers zich nooit verenigd hadden. Nu hebben de vakbonden een gesprekspartner en kan het polderen beginnen.

Het imago van de vleessector in Duitsland heeft de afgelopen jaren een aantal flinke deuken opgelopen. En dan gaat het niet om zaken als vermenging van paardenvlees, maar om uitbuiting van met name Oost-Europese werknemers die voor 2 tot 5 euro per uur zwaar werk doen in Duitse slachthuizen. ’s Nachts slapen ze onder slechte omstandigheden in slecht onderhouden huizen. Daarbij vullen zij de plaatsen in waar een aantal jaar geleden nog Duitse uitzendkrachten of zelfs mensen met een vast contract werkten.

Het zal ze worst wezen

Die werkomstandigheden moeten sterk verbeteren, stelt Karin Vladimirov van de vakbond NGG (Nahrung – Genuss – Gaststätten) in het Berlijnse NGG-kantoor. “Van begin af aan was het niet goed geregeld voor de werknemers, maar het is langzamerhand veel erger geworden.”  Vladimirov vertelt over hoe Duitse werknemers met vaste contracten en redelijke lonen steeds meer werden ingewisseld voor spotgoedkope Oost-Europese werknemers. “Slachterijen schrijven opdrachten uit aan onderaannemers die voor een bepaalde prijs een flink aantal varkens moeten slachten. Wat er dan uiteindelijk voor de werknemers overblijft is zeer gering.”

De slachthuizen hebben zelf geen flauw idee hoeveel werknemers er zijn en wat ze verdienen”, zegt de vakbondsvrouw. “Ze gaan de boekhouding in als ‘productiekosten’ in plaats van ‘arbeid’.” Het geeft aan hoe hard deze wereld is geworden volgens haar. “Het gaat ze er alleen maar om dat die duizenden varkens geslacht worden. De rest zal ze worst wezen.”

Voor het eerst om tafel

Dat daar iets aan moet gebeuren, vindt de vakbond al jaren. Maar tot op heden was er geen werkgeversorganisatie en dus geen gesprekspartner om te onderhandelen over arbeidsvoorwaarden en een minimumloon. Daarom probeerden ze via slachthuizen individueel afspraken te maken. Veel haalde het niet uit, de situatie verslechterde alleen maar. Dat de werkgevers nu toch willen praten, komt door de media-aandacht en het slechter wordende imago en druk vanuit Brussel denkt Vladimirov. Op 22 oktober gaat de NGG rond de tafel met de VdEW (Verband der Ernährungswirtschaft) uit Hannover om voor het eerst te praten over een minimumloon.

Imago verbeteren

Namens de VdEW zit Michael Andritzky aan tafel. Hij mag onderhandelen namens de hele vleesindustrie in Duitsland en hoopt dat met de gesprekken duidelijk wordt dat de werkgevers zich wel aan de regels houden. “Door duidelijkere regels af te spreken, kunnen we de zwarte schapen uit de sector halen.” Andritzky wil met het overleg ook het imago van de slachterijen verbeteren. “Er is de laatste tijd veel geschreven over de sector wat niet klopt. Daar kan hiermee een einde aan komen.”

Ondergrens

De inzet van de vakbonden is een minimumloon van 8,50 euro per uur voor alle medewerkers in de vleessector, dus ook de buitenlandse werknemers. “Daarmee komt er eindelijk een ondergrens, waardoor mensen niet meer zo worden uitgebuit”, zegt Vladimirov. “En dan is 8,50 nog weinig, maar het is een enorme verbetering in vergelijking met nu.” De NGG gelooft niet dat een minimumloon de slachterijen veel problemen zal bezorgen. “Als iedereen een minimumloon moet betalen, dan is er onderling geen oneerlijke concurrentie “, zegt Vladimirov. “De prijs mag ook best hoger, vlees kost tegenwoordig niets meer. Alsof het ‘ramsj’, rommel,  geworden is.”

Flexibiliteit

Andritzky verwacht dat de werkgevers er snel uit zullen komen met de vakbonden. “Meestal betalen we al zo tussen de 7,50 en 11 euro per uur, dus ik verwacht niet dat de onderhandelingen een groot probleem zullen zijn.” Wel wil hij vasthouden aan de ‘Werkverträgen’, de gewraakte werkovereenkomsten voor flexwerkers. “Dat hebben we nodig om de arbeidsmarkt flexibel te houden. We zijn afhankelijk van mensen uit Oost-Europa, want Duitsers willen dit werk niet meer doen. En over hun onderkomens moeten we betere afspraken maken met gemeenten.”

Fatsoenlijk betalen

Het argument dat de vleessector afhankelijk is van buitenlandse arbeidskracht, kent Vladimirov. “Ik heb daar zo mijn twijfels bij. Duitsers willen dit zware werk niet doen omdat ze zelfs in de bijstand nog meer geld krijgen. Ze mogen best een beroep doen op Oost-Europeanen, als ze maar fatsoenlijk betaald worden.”

 

Hoe zit het?

  • Hoe zat het ook alweer met het drieklassensysteem op de Duitse arbeidsmarkt? Lees deel 1 over het minimumloon. ‘Wekelijks 60 uur werken voor een maandloon van 500 euro.’
  • In deel 3 de invloed van Duitsland lagelonenland op de Nederlandse banenmarkt. FNV-bestuurder John Klijn: “Door deze praktijken zijn in Nederland duizenden banen verdwenen.”

 

Bertus Bouwman