Maurits Kuypers: de Duitse lichtpuntjes in donkere tijden

Het was deze week een grote chaos op de financiële markten. Aandelenkoersen stortten in, wisselkoersen fluctueerden heftig en grondstoffen werden goedkoper. Voor de economie betekent dat weinig goeds. Er is een wereldwijde vertraging in de vraag naar goederen en diensten. Angst overheerst, toch is er een aantal lichtpuntjes te vinden.

Maar zelfs in deze donker wordende tijden zijn ze er wel, ook voor het de laatste maanden zo hard bekritiseerde Duitsland. Zo maakten bijvoorbeeld de machinebouwers (na de automobielsector de belangrijkste industrietak in Duitsland) deze week bekend voor 2015 een omzetgroei te verwachten van 3%. En dat terwijl deze industrie toch al op volle toeren loopt. Van crisis lijkt hier dus geen sprake.

Olie goedkoper

Een ander lichtpuntje is de olieprijs. Deze is de afgelopen maanden gekelderd. Sinds juni is een vat Noordzeeolie al met 20% gedaald. Deze week werden prijzen bereikt van onder de 85 dollar per vat, het laagste niveau in vier jaar.

Voor Europa en Duitsland in het bijzonder heeft dat in ieder geval één positief aspect: de import van energie kost Europa veel minder geld. De Europese Unie is namelijk een netto-importeur van fossiele brandstoffen. Jaarlijks gaat het om netto circa 500 miljard. Duitsland neemt daar met zijn grote industrie ongeveer een kwart van voor zijn rekening.

De lage olieprijs is goed nieuws voor Duitsland.

Feitelijk betekent de lagere prijs van olie, gas en steenkolen (die laatste twee worden ook goedkoper) een grote financiële transactie van landen als Saudi-Arabië, Rusland, Noorwegen en de Verenigde Staten naar landen met weinig energievoorraden zoals Duitsland of Japan.

Goed nieuws voor Duitsland

Zo hoor je het in de Verenigde Staten en Canada bijna kraken bij de producenten van schalieolie en schaliegas, voor wie de grens tussen winst en verlies ligt bij een olieprijs tussen 60 dollar en 80 dollar per vat. Rusland vermoedt zelfs een complot om zijn economie kapot te maken.

Voor Duitsland, dat alleen veel groene energie heeft en een paar steen- en bruinkolen, kun je het omgekeerde zeggen. Hier kunnen de automobilisten stralend het benzinestation verlaten; boeren op het platteland met een olietank in de tuin kunnen de thermostaat deze winter gerust een graadje hoger zetten; en de industrie kan zijn zorgen over de hoge energiekosten in Duitsland van de laatste jaren eindelijk weer eens aan de kant schuiven.

Profiteren van oliestrijd

Niet alles aan de lage olieprijs is positief. Ten eerste is het zoals gezegd een afspiegeling van de zwakke wereldconjunctuur, wat niet goed is voor Duitse exporteurs. Ten tweede is het slecht voor de duurzame industrie. Windmolens en zonnepanelen kunnen immers minder goed concurreren met fossiele brandstoffen. En ook kan het de door velen zo gevreesde deflatie nog een stukje dichterbij komen.

Maar per saldo is het toch positief. En het mooiste is nog dat de olieprijs nog best wel eens een tijdje laag kan blijven. Het heeft namelijk niet alleen met de lage vraag naar olie te maken in de wereld. Het is ook een kwestie van een groot aanbod. Dat komt vooral door twee landen: de Verenigde Staten en Saudi-Arabië. De VS hebben de laatste jaren marktaandeel veroverd, Saudi-Arabië pikt dat niet langer en heeft nu een prijsoorlog ontketent. Energie-intensieve bedrijven zijn de lachende derde.

Meer columns van Maurits Kuypers op Duitslandnieuws:

Lees de Duitslandnieuws nieuwsbrief »

Blijf op de hoogte van politiek en economisch nieuws uit Duitsland Schrijf je in voor de Duitslandnieuws nieuwsbrief