Verder succes grensoverschrijdende arbeidsmarkt niet gegarandeerd

Bijna wekelijks zijn er bijeenkomsten om Nederlanders aan een baan te helpen in een van onze buurlanden. Maar of die projecten die over de jaren verspreid tientallen miljoen kosten nog iets opleveren, is niet bekend. Onderzoekers uit Groningen stellen dat er onterecht het idee bestaat dat er voor 'ons' nog heel veel te halen valt over de grens.

In de grensregio zijn de werkloosheidsverschillen het sterkst te zien. Bijvoorbeeld in Enschede, daar zat in 2014 bijna een vijfde van de mensen zonder werk. In Nederland de koploper. Over de grens in Duitsland zit in de gemeente Gronau slechts 4,5% thuis.

In dit gebied zet onder andere Euregio zich in om instanties en bedrijven met elkaar in contact te brengen en zo de mogelijkheden van ‘werken bij de buren’ inzichtelijk te maken. Toch blijkt het in Enschede en andere Nederlandse gemeenten lastig om de percentages te doen dalen. Sterker nog, al jarenlang werken er juist meer Duitsers en Belgen in Nederland dan andersom. Onderzoekers uit Groningen stellen dat er wellicht onterecht het idee bestaat dat er voor ‘ons’ nog heel veel te halen valt over de grens.

Echte studies ontbreken

Het is een eerste publicatie in een onderzoek naar de grensoverschrijdende arbeidsmarkt met Duitsland en België. In opdracht van het GAK-instituut gingen drie onderzoekers van de Rijksuniversiteit van Groningen begin dit jaar aan de slag. De belangrijkste conclusie: bestuurders, vooral vanuit Nederland, maken al jaren beleid op een onderwerp terwijl er eigenlijk weinig over bekend is. “De potentie is ogenschijnlijk groot, maar er zijn nooit echte studies naar gedaan”, ligt RUG-onderzoek Arjen Edzes toe.

De grenspendel tussen Nederland en Duitsland met het aantal Duitsers dat vanuit eigen land naar Nederland reist om te werken en andersom. (Bron: CBS)

“De onderzoekers stellen dat het nu een soort van verspilde moeite is, maar dat zien wij anders”, vertelt Marieke Maes van Euregio. “Er zijn inderdaad onvoldoende studies, maar er liggen branchespecifiek zeker kansen. We hebben er alle baat bij dat het onderwerp onderzocht wordt en er meer transparantie komt. Het is helaas een complex beleidsveld.” Maes is blij met alle onderzoeken die op het onderwerp worden gedaan om de obstakels in beeld te krijgen.

Taal en cultuur grootste obstakels

Wat zijn dan nog obstakels? “Taal is nog altijd de grootste. Het helpt dan niet mee dat Nederlanders steeds minder Duits leren. Er is steeds minder handwerk waar je het met vaktaal wel redde”, zegt gepensioneerd grenswerker Ger Essers. Edzes sluit zich daarbij aan. Als er geen administratieve belemmeringen zouden zijn heb je volgens hem nog wel taal- en cultuurverschillen. “Zowel werkzoekenden als werkgevers oriënteren zich op groepen die ze kennen en waar ze binding mee hebben. En dat zijn niet zomaar personen uit een naastliggende grensregio.”

“Zeker in het noorden is het lastig. De werkgelegenheid is er te beperkt.” Ger Essers staat dicht bij het onderwerp. Hij is geboren in Kerkrade en was jarenlang adviseur over grensarbeid in Duitsland en België. Essers onderschrijft de stelling dat de Nederlandse werkloosheid in de grensregio niet kan worden opgelost met Duitse banen.

De grenspendel inclusief Nederlanders die in Duitsland wonen, maar in eigen land werken en andersom. (Bron: CBS) 

Het romantische idee van grensarbeid is iets wat Essers herkent. “In het hart zijn de grenzen open, maar in het hoofd komen de regeltjes bij elkaar en dan kan je tegen een glazen deur lopen.” Europa heeft zich volgens hem de laatste jaren vooral bezig gehouden de buitengrenzen en de binnengrenzen verwaarloosd. “Dat het problematisch is, mag je wat mij betreft dan ook weer niet zeggen. Werken over de grens is alleen ingewikkeld.”

Sociale stelses ingewikkeld

Sinds hij in de jaren ’90 begon met zijn grenswerk is er veel veranderd en niet per se ten goede. “De sociale stelsels werden alleen maar ingewikkelder en beide landen voerden protectionistische maatregelen in. Het is allemaal wel geregeld, maar er komt zoveel bij kijken.”

Langs de grens met Duitsland is op enkele plaatsen het werkloosheidcijfer te zien. Klik op de blauwe punten voor het percentage. (Bronnen:BfA/CBS/UWV) 

Daarom steunt Essers de lopende projecten rondom grensarbeid nog, ook als die veel geld kosten. “Het grensinfopunt werkt bijvoorbeeld goed. Mensen moeten nog een plek hebben waar ze voor persoonlijk contact terecht kunnen en onderzoekers willen op hun beurt ook subsidie voor hun werk.”

Edzes is persoonlijk ook zeker voor samenwerking, ‘maar het totale overzicht ontbreekt’. “We weten niet welke banen er in Duitsland voor Nederlanders zijn en of zij daar dan wel geschikt voor zijn. Voordat we enorm politieke druk zetten met geld en beleidsinterventies is het beter om een realistisch beeld van de situatie te hebben.”

Geen gemeenschappelijk belang

Een andere voorwaarde voor samenwerking ontbreekt volgens Edzes: gemeenschappelijk belang. Het lijkt vooral dat Nederland met banen over de grens de eigen werkloosheid wil tegengaan, maar in Duitsland is het geen issue. Het is nu te veel eenrichtingsverkeer en dan werkt het niet. “Terwijl er in Nederland misschien juist vacatures zijn die heel goed door Duitsers kunnen worden ingevuld”, denk Edzes.

Die scheefgroei ziet Essers ook terug in andere situaties. “Kijk maar naar het aankomende belastingverdrag. Daar hebben we het in Nederland al drie jaar over, maar in Duitsland zijn er nog geen 5 minuten plenair over vergaderd.”

In samenwerking met Atradius, dat wereldwijd tal van diensten op het gebied van kredietverzekering tot incasso via strategische aanwezigheid in 50 landen. Atradius heeft toegang tot kredietinformatie over 200 miljoen bedrijven wereldwijd.

Pieter Heijboer