Hoe Nederlandse bedrijven een voet tussen de deur krijgen bij de Duitse autolobby

De Duitse parlementaire werkgroep voor elektromobiliteit vergaderde afgelopen week op de Nederlandse ambassade in Berlijn. Zo'n samenwerking tussen bedrijfsleven en politiek betekent veel, vertelt Henk Meiborg. Dankzij de samenwerking met de overheid krijgt het Nederlandse bedrijfsleven een voet tussen de deur bij de Duitse autolobby.

Met zijn bedrijf Emodz deed Meiborg de laatste jaren veel ervaring op in de wereld van elektrische mobiliteit. “We verkochten veel e-scooters.”

Dat is niet meer de hoofdbusiness van het bedrijf, vertelt hij. Nu gaat het om het vermarkten van de kennis en het netwerk die hij daarmee opdeed. Bedrijven kunnen tegen abonnementsgeld uit een online database kennis putten over hoe de markt in elkaar zit. Het project is een verzameling van Nederlandse bedrijven, kennisinstellingen en overheid, een zogenaamd Partners for International Business (PIB-project).

Leeuwen en beren

Duitse bedrijven kijken graag in de Nederlandse keuken wat betreft elektromobiliteit, vertelt Meiborg. “De verschillen tussen Nederland en Duitsland werden donderdagavond duidelijk. Dan hebben de Duitsers het over een ‘Verordnung‘ voor laadpalen, terwijl wij dat niet zo nodig vinden. Ze zien wel erg veel leeuwen en beren op de weg. Van ons kunnen ze leren dat het ook makkelijker gaat.”

Reclame voor Nederlandse initiatieven op de ambassade. Foto: Axel Schmies Marketing / Kommunikation e8energy GmbH

Reclame voor Nederlandse initiatieven op de ambassade. Foto: Axel Schmies Marketing / Kommunikation e8energy GmbH

 

En daarom was de bijeenkomst van de Duitse werkgroep op de Nederlandse ambassade zo belangrijk, zegt Meiborg. “In Nederland zou zo’n avond bij wijze van spreken geen moer uitmaken. Maar Duitsers vinden het heel belangrijk om te zien hoe goed je netwerk is. Dat de politiek meedoet. Ze vinden het fijn om te kunnen zeggen dat ze een afspraak op de ambassade hebben.”

Verlengstuk van kantoor

Het randprogramma buiten de toespraken en de paneldiscussie om is misschien nog wel belangrijker volgens de Nederlander. “Ik heb de dagen ervoor en erna om tafel kunnen zitten met vertegenwoordigers van de grote automerken. Nu kon ik de ambassade als een verlengstuk van mijn kantoor gebruiken. Ik ben erg enthousiast over die bijeenkomsten.”

Op de ambassade waren ongeveer 200 leden van de Duitse autolobby bijeen, waar een Groenen-Bondsdaglid een vurig pleidooi hield voor de auto-industrie. Niet vreemd volgens Meiborg. “Dit gaat om honderdduizenden arbeidsplaatsen, daarom krijgt Duitsland het ook in Brussel voor elkaar dat er minder nauw naar de CO2-uitstoot wordt gekeken.”

Duitsers werken niet samen

Dat in Duitsland de ontwikkelingen in de elektromobiliteit minder hard lopen dan in Nederland heeft volgens Meiborg te maken met een cultureel verschil. “Duitsers hebben eerder oogkleppen op omdat ze zo gefocust zijn op hun product. Nederlanders zijn van oudsher veel meer gewend om samen te werken. Die samenwerking hopen wij met ons platform te stimuleren.”