Waarom pacifistisch Duitsland militair wel mee moet doen in Syrië

Duitsland doet met 1.200 militairen mee aan de strijd tegen IS, zo besloot de Bondsdag vrijdag met een overtuigende meerderheid. En dat terwijl de Duitsers normaal gesproken niet zo happig zijn op inmenging in conflicten. Duitsland kan niet anders, stelt Hanco Jürgens van het Duitsland Instituut in Amsterdam. "In de toekomst zal Duitsland steeds meer de leidersrol militair invullen die het economisch en politiek al heeft verworven." Het leger zelf is nog niet zo ver.

De Bondsdag had in theorie ‘nee’ kunnen zeggen tegen deelname aan de strijd tegen IS, zegt Hanco Jürgens, wetenschappelijk medewerker van het Duitsland Instituut in Amsterdam. “Maar dat was wel uitgelopen op een grote flater op het internationale toneel. Duitsland moest eigenlijk wel meedoen.”

Gelijk in Irak

En dat is niet de meest natuurlijke reactie van de Duitsers. In Kosovo in 1998 bombardeerde de Luftwaffe weliswaar mee, maar sinds de regering Gerhard Schröder in 2003 besloot niet mee te doen aan de invasie in Irak onder leiding van de Amerikanen, leeft de overtuiging dat dit een hele goede beslissing was. “Achteraf kregen de Duitsers ook gelijk, maar die houding is nu niet vol te houden.”

Op het wereldtoneel zijn de verhoudingen verschoven. Als het over politiek of handel gaat, dan speelt de Duits-Franse as een belangrijke rol. Militair is dat anders, zegt Jürgens. “Dan spreek je eerder van de Brits-Franse as. Zij werkten onder meer samen in Libië in 2011, daar deden de Duitsers ook niet mee.”

Niet meer afzijdig

Maar Duitsland kan niet meer een soort groot Zwitserland zijn, zegt Jürgens. “Dat gaat niet meer. Naar mijn overtuiging is de wereld de afgelopen twee jaar echt veranderd. Sinds de Krim-crisis is de Duitse regering duidelijk geworden: we kunnen ons niet afzijdig houden en zo zien de meeste Duitsers dat zelf ook.”Hoe gevoelig het ook ligt, Duitsland zal in de toekomst waarschijnlijk steeds meer de leidersrol militair invullen die het economisch en politiek al heeft verworven.”

Er moet tegenmacht geboden worden aan bijvoorbeeld Rusland, zegt hij. “Als de Duitsers niets doen, dan springen zij in het vacuüm. Poetin wist dat Europa er nog niet klaar voor was om militair die tegenmacht te vormen. Daarom durfde hij het in de Krim wel aan.”

Krakkemikkig leger moet worden herzien

Sinds de Krim-crisis beseft Duitsland dat het ook in de achtertuin kan rommelen. “En dat het leger dus moet worden herzien”, zegt Jürgens. “Net als Nederland is het Duitse leger vooral ingericht op snel ingrijpen in verre oorden, veel minder op conflicten op ons eigen continent.”

De laatste jaren duiken er met regelmaat schandalen op rond de Bundeswehr. Nieuwe drones die het niet doen, straaljagers die niet kunnen vliegen, het standaardgeweer G-36 dat bij hogere temperaturen niet meer zuiver zou kunnen mikken. Defensieminister Ursula von der Leyen sprak vorig jaar nog over een ‘reusachtig grote bouwput’. Decennia lang verzuimden defensieministers om het leger up to date te houden.

Budget verhogen helpt niet

De afgelopen jaren moest het Duitse leger het stellen met steeds minder geld. Toch heeft Duitsland met 32,8 miljard euro nog altijd het zevende hoogste budget ter wereld. Maar voor het economisch sterkste land van Europa is dat veel te weinig, stelt de NAVO. Duitsland besteedt zo’n 1,3% van het BBP aan het leger, terwijl binnen de NAVO 2% was afgesproken.

Gevolg van de Duitse spaarzaamheid is dat er een tekort is aan reserveonderdelen, waardoor vele voertuigen en vliegtuigen stilstaan. De productie van sommige onderdelen is zo complex, dat het in extreme gevallen maar liefst twee jaar duurt voordat ze kunnen worden geleverd. Eenvoudigweg het budget verhogen lost dus niet direct alle problemen op.

Politiek en wapenindustrie niet afgestemd

De vraag die Duitsland al een tijdje bezighoudt; hoe zijn al die problemen mogelijk in een land dat één van de grootste wapenproducenten is ter wereld? Simpel, zei defensiespecialist Heinz Schulte vorig jaar in WirtschaftsWoche.

Hij wijst op de Koude Oorlog toen Duitsland nog in grote hoeveelheden tanks bestelde. “Dat is al lang niet meer zo. Die bedrijven produceren voor het merendeel voor andere landen. Deze regeringen bestellen vooral standaard wapentuig, dus als Duitsland met bijzondere wensen komt, dan is dat duur. De politiek en de wapenindustrie is niet meer op elkaar afgestemd.”

Politieke wil

Dat de schandalen uit het leger de laatste jaren naar boven borrelen is deels te danken aan het leger zelf, denkt Hanco Jürgens. “Zij hebben er belang bij dat defensie meer geld krijgt en hopen dat er de politieke wil komt om er iets aan te doen.”