Nederland is vaste toeleverancier van Duitse wapenindustrie

Duitsland en Nederland zijn innige handelspartners en dat is in de wapenindustrie niet anders. Duitsland is door de jaren heen de grootste afnemer van Nederlands defensiematerieel. De samenwerking bevalt zo goed dat beide landen zelfs samen pantserwagens bouwen.

De Nederlandse wapenindustrie draait op volle toeren en exporteerde vorig jaar voor een record van 2 miljard euro, mede door grote orders van 700 miljoen euro door het JSF-straaljager project. Duitsland doet jaarlijks ook een aardige duit in het zakje, in 2014 288.840.000 euro.

Enkele grote jongens in Nederland zijn Thales en Damen die respectievelijk radarsystemen en oorlogsschepen bouwen. Daaromheen staan verschillende kleinere fabrieken en toeleveranciers.

Schepen zijn corebusiness

“Een aanzienlijk deel de Nederlandse wapenexport bestaat uit technologie en elektronica”, zegt Wendela de Vries van Stop Wapenhandel. Het onderzoekerscollectief voert actie tegen de handel en productie van wapens.

Volgens De Vries is Nederland verder goed in boten en vliegtuigonderdelen. “We kunnen complete oorlogsschepen maken. Dat is een tak die helemaal overeind is gehouden in de loop van de jaren. Zo’n schip heeft een forse prijs, dus dat zie je in de jaarlijkse exportcijfers goed terug.”

“Nederland werkt intens samen met Duitsland”, vertelt de onderzoekster. De landen maken soms producten samen. Zo’n project loopt bij de Nederlandse vestiging van het Duitse Rheinmetall in Ede. Daar werken Nederlanders en Duitsers samen aan verschillende uitvoeringen van een Boxer-pantservoertuig.

Met wapens serieuzer genomen

In de wapenindustrie hebben ook politici belang “De politiek vindt het belangrijk dat het als land zijn eigen broek kan ophouden en de industrie blijft. Dan word je door andere landen serieuzer genomen. Ik zou zelf liever zien dat het geld wordt uitgegeven aan preventief beleid en diplomatieke oplossingen voor conflicten”, zegt ze.

Het huidige conflict in Syrië en de acties van terreurorganisatie IS doet haar niet van haar standpunt wijken. “Zo’n groep als IS is juist mede ontstaan omdat wij in die regio aan landen als Saoedi-Arabië wapens zijn blijven verkopen.”

Alles mag geleverd worden

De politiek heeft op papier een grote vinger in de pap, maar de transparantie van dat proces verschilt per land. De Vries wil het vooral ook niet overdrijven: “De politiek bepaalt randvoorwaarden, maar in principe mag alles geleverd worden als het maar aan enkele criteria voldoet.”

Bij die criteria heeft De Vries haar twijfels. De onderzoekster doelt bijvoorbeeld op mensenrechten. “Dat criterium kan worden afgevinkt als het land in kwestie mensenrechten niet zal schenden met het te leveren wapen.” Dat betekent in theorie dat Nederland prima een oorlogsschip aan Saoedi-Arabië kan leveren omdat deze niet gebruikt zal worden om hoofden af te hakken.

Een oorlogsschip van de Nederlandse rederij Damen. (Foto: Wikimedia/DanMS).

Een fregat (type FF15) van de Nederlandse scheepsbouwer Damen. (Foto: Wikimedia/DanMS).

Nederland transparanter

In Duitsland verloopt het proces minder transparant dan in Nederland. Daar komen de industrie en politiek achter gesloten deuren bij elkaar om ‘business‘ te bespreken. In Nederland moeten de bedrijven vergunningen aanvragen bij het ministerie van buitenlandse zaken die het na toetsing per brief meedeelt aan de Tweede Kamer of het akkoord is.

“Het gaat moeizamer”, zegt De Vries over de Duitse situatie. “Pas de laatste jaren wordt er meer geroepen om die besluitvorming inzichtelijker te maken.” De Duitse industrie zegt dat ook een goed idee te vinden.

Pieter Heijboer