Kaaskoppen

Paul Spies moet als Nederlandse exoot Berlijnse musea weer schwung geven

In Kaaskoppen delen Nederlanders en Duitsers hun ervaringen binnen de handelsrelatie. Deze week Paul Spies. Hij is de nieuwe directeur van de Berlijnse stadsmusea en heeft de taak gekregen om met een frisse blik die weer nieuw elan te geven. Binnen 4 jaar moet het lukken. Hij is in ieder geval optimistisch.

Kaaskoppen is de wekelijkse rubriek van Duitslandnieuws waarin ondernemende Nederlanders en Duitsers hun ervaringen delen. We vragen hoe zij hun weg vinden over de grens.

Deze week Paul Spies. De Amsterdammer is de nieuwe directeur van de Berlijnse stadsmusea. Die kunnen wat hem betreft wel een poetsbeurt gebruiken. Daarnaast mag hij in het stadskasteel, dat nog in aanbouw is, op 4500 m2 nog eens de geschiedenis van Berlijn vertellen. Gaat hem dit lukken?

U bent naar Berlijn gehaald, waarom wilden ze u hebben?

Ze hebben serieus onderzoek gedaan. Dat vanwege de complexiteit van de dubbelfunctie als directeur van de stadsmusea en de invulling van het Humboldt Forum, het stadskasteel tegenover de Berliner Dom. Vorig jaar kreeg ik een telefoontje van de Berlijnse wethouder met de vraag of ik wilde solliciteren. Ze vonden dat het Amsterdam Museum het beste stadsmuseum is en er in Berlijn een hoop moet veranderen.

Wat is er nu mis dan?

Het echte stadsmuseum, het Märkisches Museum, is verwaarloosd en helemaal niet magisch. Het is eigenlijk een prachtig gebouw, maar het moet weer aantrekkelijk worden gemaakt. Net als de omgeving. Sinds de DDR-tijd is er niet veel verbeterd. Zo was er vroeger een brug over de Spree die na de oorlog nooit meer is herbouwd en cruciaal is voor de verbinding met de rest van de Altstadt. Er zijn nu voorzichtige plannen om die brug weer op te bouwen voor voetgangers en fietsers.

Een wild idee, hoeveel ruimte krijgt u daarvoor?

Ze hebben met mij inderdaad een grote exoot voor hun kiezen gekregen. Ik word warm onthaald en ze verwachten volgens mij ook veel van me. In juli moet ik voor zowel voor de stadsmusea en het Humboldt Forum een masterplan hebben geschreven. Voor dat concept krijg ik veel bewegingsvrijheid.

Maar iemand moet uiteindelijk zijn handtekening daar onder zetten?

Tuurlijk kijken ze over mijn schouder mee en worden er bij de presentatie dingen geroepen, maar de belangrijkstse controleur is de Berlijnse coalitie van de CDU en SPD. Die hebben mij binnengehaald dus daar mag ik wel wat steun van verwachten. Ik ben een optimist en dat hebben ze volgens mij hier ook nodig. Een externe met een frisse blik. Dat doen we in Nederland ook. De directeur van het Van Gogh-museum, Axel Rüger, is een Duitser.

U heeft twee projecten die om de Berlijnse geschiedenis draaien. Hoe voorkomt u dubbeling?

De inhoud van het Humboldt Forum zal veel verder gaan dan een expositie over de Berlijnse geschiedenis. Het wordt een heldere boodschap over wereldburgerschap. Deze stad is eeuwenlang bewoond door nieuwkomers, overigens net als veel grote steden. We willen de bezoeker laten ontdekken hoe die zich verhoudt tot de internationaliteit van deze stad.

U wordt geprezen om de tentoonstelling Amsterdam DNA, wat is het dna van Berlijn?

Dat kun je niet zomaar bij iedere stad toepassen. Al onze collega-musea uit de wereld zijn onder de indruk van die tentoonstelling, maar ik zou het niet op Berlijn plakken. Deze stad heeft een totaal ander karakter dan Amsterdam. Afgezien van slavernij – en daar waren we behoorlijk smerig in – hebben we een bijna pacifistische geschiedenis. Dat kwam uit pragmatisme. We moesten handel drijven om te overleven dus was het voordelig om met iedereen vriendjes te zijn.

En de Duitsers kozen, laten we zeggen, een minder vredelievende manier?

Ja, via macht. Er heeft hier nogal wat plaatsgevonden. Het is een loodzware geschiedenis en het is moeilijk om dat zelf te vertellen omdat je je meteen gaat verantwoorden. Ik als Nederlander hoef niks te verantwoorden, dus ik ga gewoon vertellen. Dat moeten we natuurlijk wel goed doen. Je moet hier niemand voor de schenen schoppen. Je moet gewoon buitengewoon precies zijn.

Klinkt als een uitdaging. Wat trekt u daar in aan?

Toen men mij vroeg om hier naartoe te komen, kreeg ik het gevoel opeens in een volgende fase van mijn loopbaan te zitten. Ik ging van Amsterdam waar geschiedenis van belang is naar Berlijn waar de geschiedenis binnen de wereld constant centraal staat. Het is een opdracht die je niet losjes kunt opvatten. Ik denk dat dat de reden is dat ik niet meer in Amsterdam zit, maar ik ga op en duur wel terug hoor. Ik ben een echte Amsterdammer.

Pieter Heijboer