Job Janssen: Neem de AfD-revolte serieus

De krampachtigheid, de desoriëntatie en de paniek van de Duitse politiek en media na 'Keulen' stimuleren nu de stormachtige groei van de rechts-populistische AfD. Dat een partij die zó amateuristisch, gespleten en tactloos opereert, tóch het sluimerende onbehagen een stem geeft, moet het politieke establishment, en de sociaal-democratie in het bijzonder, te denken geven.

Lange tijd leek Duitsland te ontsnappen aan de rechts-populistische wind die al nu al twee decennia door Europa waait. Waar het electoraat in West-Europa polariseerde, klampten Duitse kiezers juist het politieke midden vast. Die tijd lijkt nu voorbij. Na de massale aanrandingen in Keulen staat het politieke midden onder druk en worstelt het land zichtbaar met zijn eigen correctheid. Té lang zag Duitsland zichzelf als verlichte Sonderfall in Europa, nu lijkt dat toch niet meer dan een anachronisme te zijn geweest.

Het is opvallend dat het land van de inmiddels wereldberoemde Wilkommenskultur, tevens het meest militante verzet tegen vluchtelingen kent. Alleen al in 2015 werden er ruim 1.000 vergrijpen waaronder zo’n 300 brandstichting tegen asielzoekerscentra geteld, een ongekende explosie van geweld. De toename van (ondergronds) rechts-extremistisme en de steeds militantere houding van protestbeweging Pegida laten zien dat Duitsland een bijzonder probleem heeft met het bespreekbaar maken van maatschappelijk ongenoegen. Zeker als een rechts-populistische partij dat probeert.

Blinde vlek van de Willkommenskultur

Er heerst in Duitsland het geloof dat rechts-populisme een mysterieuze mix is van xenofobie, opportunisme, een op angst en emotie gebaseerde politieke stijl, falend onderwijs en de opkomst van social media. Politici en onderzoekers die wijzen op mogelijke rationele sociaal-economische en culturele oorzaken, worden al snel in de extreemrechtse hoek gedrukt.

De Duitse neiging het nationaalsocialisme als negatief referentiepunt van alle politiek te nemen, zorgt ervoor dat de elite – meer nog dan in de rest van Europa – blind is voor dieperliggende oorzaken van maatschappelijk onbehagen; de constante uitholling van de verzorgingsstaat, het – zonder publiek debat – opgeven van soevereiniteit aan een zwak bestuurde EU, falende integratie van tweede en derde generatie niet-westerse migranten en een ongecontroleerde instroom van asielzoekers.

Sociaal-democratische onzekerheid

Dat uitgerekend de SPD zo fel reageert op de stormachtige groei van de AfD is niet zo gek. De EU, de verzorgingsstaat, integratie en immigratie zijn immers onderwerpen die traditioneel thuishoren bij de sociaal-democraten. Zij staan dan ook vooraan bij het stigmatiseren en uitsluiten van de AfD in het publieke debat. Door de oproerkraaiers een ‘bruin’ stigma op te plakken verhoog je immers de morele lat voor twijfelende proteststemmers en bevestig je het eigen morele gelijk. Dat deze strategie bij de Europese zusterpartijen juist averechts werkte, lijkt de SPD niet te deren.

Toch moet het stigmatiseren van de AfD niet in de laatste plaats worden gezien als een bliksemafleider voor het eigen onvermogen om sociale, economische en culturele zekerheid te bieden in een onzekere tijd. De SPD kampt al jaren met een geloofwaardigheidsprobleem.

Door Schröder’s Agenda 2010 – een ingrijpend pakket aan hervorming en bezuiniging op de verzorgingsstaat en flexibilisering van de arbeidsmarkt -, zijn de ideologische veren van de partij afgeschud en is het verschil met de CDU wel erg klein geworden. Nu zelfs 41% van de SPD aanhang zich kan voorstellen dat er mensen zijn die op de AfD stemmen, zouden de sociaal-democraten zich af moeten vragen hoe effectief de strategie van stigmatiseren en uitsluiten nog is.

Morele grens verschuift

De laatste peilingen laten namelijk zien dat er een kritische massa is opgestaan die zich niet meer laat weg-marginaliseren in de bruine hoek. De gevestigde politiek zou er daarom goed aan doen de problemen achter de populistische revolte serieus te nemen en het debat met de AfD op inhoud te voeren.

Sonderfall Duitsland is met een fikse vertraging maar met een harde klap gearriveerd op het niveau van haar buurlanden, het ‘Normaal Europees Peil’ volgens René Cuperus eerder in de Volkskrant. Voor de na-oorlogse generatie is de morele grens om op een rechts-populist te stemmen door ‘Keulen’ aanzienlijk verlaagd. Het ontoegankelijke federale kiesstelsel en de hoge kiesdrempel, waaraan eerdere oproerkraaiers zoals de Republikaner en de NPD schipbreuk leden, lijken de opmars van de AfD niet te gaan stoppen. De hoge morele grens en het kiesstelsel zorgde wél voor een wonderlijk Duits politiek-correct anachronisme, in een Europese zee van immigratiekritiek en euroscepcis.

In het midden valt weinig te kiezen

Als de vluchtelingencrisis aanhoudt en Europa zich niet van zijn betere kant laat zien, zal de AfD blijven groeien. Tenminste, als ze zichzelf niet opblazen zoals afgelopen zomer al bijna het geval was. Electoraal succes in de komende deelstaatverkiezingen zal Partijleidster Petry steviger in het zadel helpen en ervoor zorgen dat meer mensen met de AfD-optocht mee durven lopen.

Aan de middenpartijen, de SPD voorop, de taak nieuwe sociale, economische en culturele zekerheden te scheppen en brede coalities in de samenleving te smeden. Duidelijke keuzes en ideologische polarisatie van het midden zijn hierbij onvermijdelijk. Stigmatiseren komt daarbij juist erg onzeker en defensief over en zal weinigen overtuigen.

Job Janssen (1982, woonachtig in Berlijn) is voormalig campagne-adviseur van de PvdA en Duitse SPD en deed onderzoek naar rechts-populisme aan de Freie Universität Berlin.

Job Janssen