Kaaskoppen

Karine Müller: ‘Duitsers gaan voor kwaliteit, Nederlanders voor korting’

In Kaaskoppen delen Nederlanders en Duitsers hun ervaringen binnen de handelsrelatie. Deze week Karine Müller. Ze heeft een vertaalbureau en is voorzitter van de Nederlands-Vlaamse cultuurvereniging in Karlsruhe. In de jaren '80 verhuisde ze uit nieuwsgierigheid naar de DDR.

Kaaskoppen is de wekelijkse rubriek van Duitslandnieuws waarin ondernemende Nederlanders en Duitsers hun ervaringen delen. We vragen hoe zij hun weg vinden over de grens.

Deze week Karine Müller. De van oorsprong Brabantse vertrok in de jaren ’80 naar de DDR om bijna twee jaar in Dresden wonen en te werken. Nu heeft ze in Karlsruhe een vertaalbureau met bijna 10 freelancers. Daarnaast is ze voorzitter van de Nederlands-Vlaamse Cultuurvereniging in Baden-Württemberg. Müller vindt dat ze nog altijd met twee benen in haar geboorteland staat.

Hoe ben je in Duitsland terecht gekomen?

Ik heb Duits gestudeerd aan de lerarenopleiding in Tilburg en moest een semester in Duitsland volgen. Dat deed ik in het stadje Marburg, in de deelstaat Hessen in West-Duitsland. Ik ging toen regelmatig als toerist naar de DDR en vond uiteindelijk een baan in Dresden waar ze westerse vertalers zochten.

De DDR, wie ging daar nu voor zijn lol naar toe?

Nou ja, het was heel confronterend. Ik dacht ook wel hoe kan je daar nou willen leven? Juist daarom wilde ik het zelf echt van binnenuit ervaren. Ik werkte als vertaler van het DDR-magazine Zeit im Bild. Dat was een blad over de DDR voor de buitenwereld. Veel van de inhoud gaf geen reëel beeld weer van de werkelijkheid, maar er zaten gelukkig nog genoeg mooie verhalen tussen die wel klopten. Na twee jaar ging ik weer terug naar Nederland om al vrij snel weer in Duitsland aan de slag te gaan, in het westen in Karlsruhe in Baden-Württemberg.

 Je bent vertaalster. Hoe wordt een Duitse tekst voor Nederlanders interessant?

De tekst vertaal je gewoon, maar het zit hem in hoe je het aan de man brengt. Ik en mijn freelancers werken veel voor tijdschriften over handwerken. Breien en haken is weer helemaal in. Nederlanders geef je bij zo’n tijdschrift dan een gadget zoals een stukje garen. Als je Nederlanders het gevoel geeft dat ze iets extra’s of gratis krijgen, kopen ze het. Duitsers vinden dit vreemd, want zij hebben een andere koopmentaliteit. Met een gadget kan je bijna niks doen? Maar dat maakt voor Nederlanders helemaal niet uit.

Nu zou het lijken alsof Duitsers niet gevoelig zijn voor aanbiedingen. Dat is toch ook niet waar?

De koopmentaliteit verschilt gewoon sterk. Nederlanders kunnen er een sport van maken om zoveel mogelijk korting te pakken. We zijn daar veel gevoeliger voor.

Wat is dan het grootste verschil?

Een Duitser beoordeelt een product op de kwaliteit en de persoonlijke band die hij daarmee heeft. Dan is hij best bereid om daar wat meer voor te betalen. Nederlanders gaan voor korting.

Terug naar jouw activiteiten in Duitsland. Je bent voorzitter van de Nederlands-Vlaamse Cultuurvereniging. Wat doen jullie?

We verzorgen verschillende keren per jaar activiteiten. Denk dan aan een Sinterklaasfeest of mossels met friet eten. We hebben in totaal 130 leden en die zijn er niet per se altijd bij, maar de avond dat we mossels eten is zo populair dat we een maximum van 50 personen hebben moeten instellen. Daarnaast hebben wij een eigen Nederlandse school die bij het ministerie van onderwijs en cultuur in Nederland is aangesloten. Momenteel hebben wij 30 leerlingen.

Een soort Nederlandse enclave dus?

Nee, wij willen de Nederlandse taal en cultuur openstellen voor anderen, ook voor de Duitsers. De reden om samen te komen is natuurlijk de Nederlandse taal. Er zijn veel Duitsers die Nederlands leren. Om de 6 à 8 weken hebben wij een Stammtisch, een stamtafel. Daar zitten we gezellig om tafel in Karlsruhe en praten Nederlands. Dat geeft mij een gevoel van Europeaan te zijn.

Pieter Heijboer