Kerkbelasting: Waarom ‘ongelovige’ Duitsers braaf betalen

Het gros van de Duitsers betaalt braaf kerkbelasting, terwijl de meerderheid aangeeft niet religieus te zijn en niet achter het systeem te staan. Kerkbelasting

De meerderheid in Duitsland is lid van een kerk terwijl slechts een derde van de mensen zegt religieus te zijn. Ter vergelijking; in Nederland betitelt 26% zichzelf als gelovig. Wie in Duitsland kerklid is, betaalt verplicht kerkbelasting. Een systeem waar 84% van de Duitsers op tegen is. Dat blijkt uit een omvangrijke enquête die afgelopen jaar gehouden is door YouGov. Waarom stapt men in Duitsland niet eenvoudigweg uit de kerk?

Recordbedrag kerkbelasting

Eerst iets over de achtergrond. De meeste mensen mogen dan iets tegen de belasting hebben, tegelijkertijd stromen de kerkelijke schatkisten voller dan ooit. De kerken haalden vorig jaar een recordbedrag op aan kerkbelasting, meer dan 10 miljard euro. Kerkleden betalen verplicht 9% (Beieren en Baden-Württemberg 8%) over hun inkomensbelasting. Dit geldt voor leden van de grote lutherse (EKD) en de katholieke kerk en de oudkatholieken.

Voor de kerken vormt de heffing verreweg de grootste inkomstenbron, zo haalde aartsbisdom Keulen in 2011 79% van de inkomsten via kerkbelasting op, wat om zo’n 706 miljoen euro gaat. Het ophalen van de kerkbelasting via de staat plus de daarbij behorende vermelding van de geloofsgemeenschap op de loonbelasting, werd op 1 januari 1935 ingevoerd door de nationaalsocialistische regering onder Adolf Hitler.

Duitse kerk is top-down

Dat Nederlanders kerkbelasting maar een vreemd systeem vinden, valt goed te verklaren vanuit de geschiedenis, zegt hoogleraar kerkgeschiedenis en kerkrecht Herman Selderhuis van de theologische universiteit Apeldoorn. “Martin Luther vond dat de kerkadministratie bij de staat thuishoorde. Hij verwachtte een snelle wederkomst van Jezus, en dacht: laat de overheid die belastingen maar regelen.”

De Duitse kerk is top-down georganiseerd, zegt Selderhuis. “Ook dat is terug te voeren op de reformatie in de zestiende eeuw. Toen besloot een stadsbestuur of de stad katholiek bleef of achter Luther aanging. Het volk had daarover weinig inspraak.” In Nederland is dat fundamenteel anders, vertelt hij. “Daar kwam de reformatie veel meer van onderop. Het was juist een opstand tegen de Spaanse overheid. Daarom is bij ons de scheiding tussen kerk en staat viel dieper verankerd dan in Duitsland.”

Braaf betalen

Ondanks dat Duitsland seculariseert en dat maar weinig mensen blij zijn met de kerkbelasting, wijst er niets op dat het snel wordt afgeschaft, vertelt Carsten Frerk. De humanistische politicoloog schreef vijf boeken over hoe de kerk zich financiert. “De kerk heeft er geen enkel belang bij dat er een einde komt aan de kerkbelasting, en de staat maakt het niet zoveel uit. Dit gebeurt enkel wanneer er een groot maatschappelijk debat over ontstaat. En dat zie ik voorlopig nog niet gebeuren.”

Dat verreweg de meeste mensen desondanks toch braaf hun belasting betalen, ligt er volgens Frerk aan dat het een verplichting voor kerkleden is, en dat het automatisch gebeurt. “Het is een staatsincasso. Als je op je loonstrookje kijkt, zijn de heffingen die je afdraagt aan de kerk lager dan die voor de sociale verzekeringen. Het gaat dus voor velen vrij ongemerkt.”

Bovendien denken de meeste mensen dat hun kerkbelasting aan iets goeds besteed wordt, namelijk aan onderwijs en zorg, zegt Frerk. “Het beeld bestaat dat hiervan via de diaconie (protestants) en de caritas (katholiek) crèches, scholen, ziekenhuizen en verpleeghuizen worden betaald. Daar kan je dus weinig op tegen hebben, denken veel mensen. In werkelijkheid komt slechts 2% van de inkomsten voor deze instellingen van de kerk. De overige 98% betalen de verzekeraars en de staat. De kerk zwijgt natuurlijk over dit thema.”

Personeelskosten

De kerken betalen van de kerkbelasting dus niet zozeer voor zorg en onderwijs, hiervan wordt vooral het loon van de priesters en dominees betaald.

Katholieke kerk

  • Personeelskosten: 60%
  • Administratie: 10%
  • Kerkgebouwen: 10%
  • Scholen en onderwijs: 10%
  • Sociaal en caritas: 10%

Protestantse kerk:

  • Personeelskosten: 70%
  • Administratie: 10%
  • Kerkgebouwen: 10%
  • Scholen en onderwijs en diaconie: 10%

Selderhuis was voor zijn hoogleraarschap predikant in de Christelijke Gereformeerde Kerk in Nederland. Toch is hij niet jaloers op de miljardenbedragen die de Duitse kerken jaarlijks ophalen. “Het zijn natuurlijk mooie sommen geld, maar of je er op die manier aan zou willen komen, is de vraag.”

Opzeggen niet goed voor je carrière

De enige manier om geen kerkbelasting te hoeven betalen is het kerklidmaatschap opzeggen, zegt Frerk. “Bij de katholieken word je dan direct geëxcommuniceerd, bij de lutherse kerk mag je nog lid blijven van de geloofsgemeenschap.” Maar de kerk vaarwel zeggen is niet altijd handig voor je carrière in Duitsland, omdat bij veel beroepen zoals zuster of leraar wordt geëist dat je kerklid bent. “Vooral in deelstaten als Beieren, Baden-Württemberg en Rijnland-Palts waar de scheiding tussen kerk en staat het kleinste is, kan dit een probleem zijn.” In totaal werken zo’n 2 miljoen Duitsers direct of indirect voor de kerk, waarmee het na de overheid de grootste werkgever is van het land.

Daarnaast zeg je als ‘goed fatsoenlijk Duits burger’ de kerk niet zomaar vaarwel, zegt Selderhuis. “Dat lidmaatschap maakt zeker iets uit voor je maatschappelijke positie. Je wordt vaak geacht dit aan te geven bij je sollicitatie. In Nederland is dat andersom. Bij ons is het niet per se voordelig voor je baankansen als je vertelt dat je actief kerklid bent.”

Half miljoen verlaat jaarlijks de kerk

Hoewel de invloed van de kerk nog altijd zeer groot is in Duitsland, seculariseert het land rap. Jaarlijks zegt tussen de 0,6 en 0,8% van de kerkleden hun lidmaatschap op. Dat klinkt weinig, maar het gaat om ongeveer een half miljoen mensen per jaar. Als het in dit tempo doorgaat, zijn over tien jaar de kerkleden in de minderheid. Frerk: “Op die manier komt de kerkbelasting vanzelf een keer op de politieke agenda te staan, maar niet op korte termijn.”