SPD: de partij die niemand wil leiden

Zelden ging het zó slecht met de SPD als nu. De partij is kleurloos en onzichtbaar geworden. Niemand die het tegen Merkel durft op te nemen en dús zitten de sociaal-democraten voorlopig opgescheept met een zwabberende partijleider.

De Sozialdemokratische Partei Deutschlands (SPD) is een trotse club, en waarom ook niet. Het is de oudste én grootste klassiek sociaal-democratische partij ter wereld en tevens de langstzittende partij in de Duitse Bondsdag.

Sinds de oprichting van Allgemeine Deutsche Arbeiterverein in 1863 heeft de partij een grote bijdrage geleverd aan de huidige Duitse welvaartsstaat en brachten ze iconische politici voort. Wie kent niet de knielende Willy Brandt in Warschau, de kettingrokende, en onlangs overleden, bondskanselier Helmut Schmidt of Gerard Schröder die Duitsland, de ‘zieke man van Europa’, met Agenda 2010 economisch weer gezond maakte.

Vertwijfeling

In 2013 vierden de sociaal-democraten nog groots hun 150-jarig bestaan met een mega-event voor de Brandburger Tor. Ruim een half miljoen bezoekers (!) kwamen de partij feliciteren waaronder zelfs Angela Merkel. En toch, het is in de anderhalve eeuw Duitse sociaal-democratie zelden zó slecht gegaan met de Genossen (Partijgenoten) als nu. De SPD is een partij in vertwijfeling, op zoek naar richting en vooral, op zoek naar een inspirerende leider.

Slechte resultaten en peilingen

Peilbureau INSA gaf de sociaal-democraten maandag nog maar 20% in de landelijke peiling. Een absoluut dieptepunt voor de partij die zich tot voor kort niet kon voorstellen dat haar Stammwählerschaft, de harde kern van het partij electoraat, onder de 25% lag. In de drie deelstaatverkiezingen van 13 maart viel de SPD in Sachsen-Anhalt terug tot maar liefst 10% en werden ze de vierde partij na de CDU, de Linke en zelfs de AfD. In Baden-Württemberg werd de electorale concurrent, die Grünen, zelfs de grootste partij.

Het enig lichtpuntje op 13 maart was het verkiezingsresultaat in Rijnland-Palts (36,2%). “De SPD kan nog verkiezingen winnen”, zei vice-kanselier en partijleider Sigmar Gabriel opgelucht op een verder sombere verkiezingsavond in Berlijn.

Landelijke peilingen en ledenaantallen SPD

De winst in de West-Duitse deelstaat is echter vooral te danken aan de populaire lijsttrekker en minister-president, Malu Dreyer. Het laat in ieder geval zien dat kiezers de SPD niet principieel de rug hebben toegekeerd maar dat er meer nodig is dan goede ideeën alleen, namelijk een inspirerende leider. Rijnland-Palts voorkwam een interne crisis en een, misschien wel noodzakelijke, discussie over de positie van partijleider Gabriel.

Niemand durft Merkel uit te dagen

Ondanks de enorme verliezen in de deelstaten en de peilingen blijft het opmerkelijk stil in Gabriels partij. En dat terwijl de SPD er juist om bekend staat, ruziënd over straat te gaan als de resultaten tegenvallen. Angstvallig blijven prominente partijleden Gabriel naar voren schuiven als ideale partijleider, niet in de laatste plaats om de vraag over een eventuele eigen kandidatuur voor het bondskanselierschap, die Kanzlerfrage, te vermijden.

Hannelore Kraft, voor vele partijgenoten de gedroomde kandidaat-lijsttrekker, bevestigde in een interview met Rheinische Post dat ze minister-president wil blijven in haar deelstaat Noordrijn-Westfalen na 2017. Ze steunt Gabriel: “hij heeft laten zien dat hij de juiste thema’s aanspreekt” en relativeert de SPD als brede partij: “het succes van een volkspartij kun je niet aan het aantal procenten afmeten”. Beide uitspraken komen in het licht van de verloren verkiezingen en de huidige peilingen nogal wereldvreemd over.

De lijdensweg van Gabriel

Gabriel kijkt intussen eenzaam om zich heen en ziet dat niemand van plan is zich in 2017 tegen Merkel te kandideren. Binnen de partij heerst het gevoel dat -ongeacht wie lijsttrekker wordt- een verkiezingswinst onmogelijk is, of zoals de Dresdner politicoloog Patzelt in een interview met FOCUS stelt: “wie wil binnen de SPD deze lijdensweg op zich nemen?”

Als één van de drie kandidaat-lijsttrekkers in 2013, liet Gabriel de oud-minister van financiën Peer Steinbrück voorgaan. Na de desastreus verlopen verkiezingen en het vertrek van Steinbrück, werd Gabriel partijleider en vice-kanselier in de große Koalition van Merkel. Vanuit zijn huidige positie én zijn eerdere kandidatuur kan hij gewoonweg niet opnieuw een beurt overslaan. Hij moet in 2017 dus wel tegen Merkel aantreden.

Te vroeg het kruit verschoten

Aan de eerste regeerperiode van de SPD onder Merkel, tussen 2005 en 2009, hielden de sociaal-democraten een enorm trauma over. Hoewel velen het erover eens waren dat de partij competente ministers had en veel uit haar verkiezingsprogramma verwezenlijkte, werd ze door de kiezer genadeloos afgestraft. Het (economisch) succes van de regering werd aan Merkel toegeschreven, terwijl de Genossen bleven zitten met het allerslechtste verkiezingsresultaat ooit van de partij, van 34,2% naar 23%. De Partij bleek niet in staat de eigen successen op de kiezer over te brengen en zich te inhoudelijk onderscheiden van de CDU.

Dat dreigt nu weer te gebeuren, zegt emeritus professor van de universiteit in Stuttgart Oscar Gabriel tegen Duitslandnieuws. Het verklaart waarom de SPD in het eerste jaar van deze regeerperiode hard uit de startblokken is geschoten, bang om opnieuw onzichtbaar te worden onder de vleugels van Merkel.

Met bijvoorbeeld de invoering van het minimumloon, het vervroegd pensioen na 45 jaar dienst, de subsidiëring van werkende ouders en een rem op de huurprijzen, heeft de SPD veel van zijn kruit in het eerste jaar verschoten. Dat heeft er volgens de professor toe geleid dat ze opnieuw niet de indruk hebben kunnen wekken een echte kanselierspartij te zijn.

Gabriels zwabberkoers

Dat het vertrouwen in Gabriel binnen de SPD niet bijzonder hoog is, bleek op het partijcongres van 11 december. Werd hij in 2013 nog met 83% door de leden verkozen tot partijleider, haalde hij dit keer een schamele 74,3%. Een Misstrauensvotum, de wantrouwen-stemming, noemde Spiegel Online de verkiezing. Gabriel wordt na het succesvolle eerste regeringsjaar een zwabberkoers verweten. In de Griekse schuldencrisis, de vluchtelingencrisis en de opkomst van de AfD heeft de partijleider zich niet van zijn sterkste kant laten zien.

In de Griekse schuldencrisis was hij het ene moment een warm pleitbezorger van het bij elkaar houden van de Europese familie, en het andere moment besprak hij openlijk de mogelijkheden voor een Grexit. In de vluchtelingencrisis stond hij pal voor solidariteit met vluchtelingen, om vervolgens een opmerkelijk pleidooi te houden voor meer sociale uitgaven voor de autochtone bevolking. En het was Gabriel die, onder heftige kritiek, bereid was met Pegida-aanhangers te praten terwijl hij verkiezingsdebatten met de ‘radicale’ AfD even later afwees.

Trotse partij onwaardig

Kortom, het is de onvoorspelbaarheid en het solistische handelen dat de kanselierwaardigheid van de SPD-partijleider ondermijnt. Zijn optreden komt bovendien de herkenbaarheid van de Genossen in de regering niet ten goede. Omdat niemand staat te trappelen onder deze omstandigheden het partijleiderschap van hem over te nemen, zal de SPD het nog een tijdje met Gabriel moeten uithouden.

Hij wordt zeer waarschijnlijk weer de lijsttrekker en zal het opnieuw tegen Merkel gaan opnemen. Zonder enige rugdekking vanuit de eigen partij wordt dat een lijdensweg. En dat is een trotse 150 jaar oude regeringspartij onwaardig.


Job Janssen