Slechts klein deel vluchtelingen komt makkelijk aan een baan in Duitsland

Zo'n 80% van de Duitse asielzoekers heeft geen relevante opleiding of werkervaring. Toch proberen startups in samenwerking met het Duitse UWV hen aan een baan te helpen. Daar is een lang integratie- en opleidingstraject voor nodig. Voor het kleine beter opgeleide deel van de asielzoekers is het vinden van een juiste baan juist makkelijker dan gedacht.

Duitsland kreeg in 2015 meer dan een miljoen migranten te verwerken. In eerste instantie werd er vanuit het bedrijfsleven enthousiast gereageerd op de mensenstroom die mooi de vergrijzing en het tekort aan vakmensen in Duitsland konden opvangen. Maar de werkelijkheid ziet er anders uit, blijkt uit een spontane bijeenkomst van Berlijnse startups dinsdagavond die directeur Mario Lehwald van het arbeidsagentschap Berlijn-Zuid hadden uitgenodigd. Hij kwam uitleggen hoe je een vluchteling in dienst neemt.

Banen genoeg

Banen zijn er genoeg in Berlijn. Organisator Waldemar Zeiler inventariseert in het zaaltje waar een twintigtal ceo’s en personeelschefs van Berlijnse startups hebben verzameld. Het varieert van een kleine webwinkel die een inpakhulp kan gebruiken tot Rocket Internet-schoonmaakdienst Helpling die wel meer dan duizend Putzkräfte aan het werk wil hebben. Waar alle personeelschefs het meest op azen zijn de softwareontwikkelaars, in HR-land gelden zij als het onvindbare goud.

Mario Lehwald – de enige man in pak vanavond – waarschuwt zijn publiek alvast van te voren om niet al te rooskleurige voorstellingen te hebben van hoog opgeleide vluchtelingen die eenvoudig zijn te integreren in het bedrijf. “Je moet heel, heel veel realisme meenemen voor je er aan begint. Toch zie ik wel kansen.”

71% jonger dan 30 jaar

De directeur van het Zuid-Berlijnse UWV zet de situatie neer in een aantal cijfers. In 2015 kwamen er zo’n 55.000 vluchtelingen naar Berlijn. Ter vergelijking, in Nederland verblijven op dit moment zo’n 42.000 vluchtelingen in de azc’s. Van de 55.000 is 71% jonger dan 30 jaar, 56,9% is jonger dan 25 jaar. Driekwart is man, 25% is vrouw. Grofweg de helft van de migranten die vorig jaar naar Duitsland kwamen, krijgt waarschijnlijk asiel: zo’n 500.000.

Dat gaat een enorme invloed hebben op de arbeidsmarkt, stelt Lehwald. “Ga ervan uit dat 80% geen diploma of relevante beroepservaring heeft.” De Duitse immigratiedienst schat dat 8 tot 10% academisch geschoold is. “Het grootste deel van de huidige instroom kan dus niet zomaar aan de slag. Aan de andere kant, het is wel een erg jonge groep die we nog kunnen opleiden.”

Duitsland is een sterk gereguleerd land waar je – meer dan in Nederland – pas na bepaalde diploma’s een bepaald vak mag uitoefenen, zegt Lehwald. “Bedenk ook dat de eerste golf vluchtelingen die het land hebben verlaten vaak het beste Engels spreekt dan de mensen die pas later zijn gekomen.”

Sneller aan het werk dan in Nederland

De startups in de zaal zijn vooral geïnteresseerd in hoe snel asielzoekers aan de slag kunnen. “Drie maanden na de asielaanvraag mag je aan het werk.” Dat is veel sneller dan in Nederland waar asielzoekers sowieso het eerste halfjaar niet mogen werken. Wil een bedrijf een asielzoeker in dienst nemen die nog geen verblijfsstatus heeft, dan moet het arbeidsagentschap eerst onderzoeken of de baan niet door een Duitser of een EU-burger kan worden ingevuld. Dat geldt niet voor mensen met een verblijfsvergunning. “Zij hebben dezelfde rechten als Duitse staatsburgers.”

20160419_191203

 

Een aantal ondernemers wil weten hoe het zit met het minimumloon. Dat geldt net zo goed voor asielzoekers, zegt Lehwald. “Vergeet niet dat we in Berlijn 200.000 werklozen hebben. We moeten de vluchtelingen niet voortrekken. Dat is een hele precaire situatie.”

Bezorgers en ontwikkelaars

De personeelschef van het bedrijf dat de kranten bezorgt voor Axel Springer (oa. Bild en Die Welt) kan zo 150 man aan het werk zetten en beklaagt zich er over dat hij niemand kan vinden. “U heeft deze week met mij een afspraak”, antwoordt Lehwald. “Zo’n 8.000 tot 10.000 mensen staan er in onze databank. Ik weet zeker dat we elkaar kunnen helpen.”

Een medewerker van Lewahld staat op achterin de zaal en wappert met een stapel papieren. “Ik heb een aantal profielen meegenomen van kandidaten die voor jullie interessant zijn.” Hij laat een stilte vallen. “Er zitten ook iOS- en Java-ontwikkelaars bij.” Een enthousiast ‘ooh’ klinkt onder de aanwezigen. De ambtenaar heeft na afloop direct een groepje geïnteresseerde ondernemers om zich heen verzameld.

Makkelijker dan gedacht

Founder Waldemar Zeiler van de veganistische condoomstartup Einhorn organiseerde de bijeenkomst nadat hij uit eigen interesse een asielzoekerscentrum was binnengelopen en daar een Syrische kinderarts ontmoette die in afwachting van het erkennen van zijn diploma’s graag ergens aan de slag wilde. “Ik ben toen bij het agentschap langs geweest om te vragen naar de mogelijkheden. Het bleek veel minder gecompliceerd dan wij en de meeste collega-ondernemers dachten. Deze presentatie heeft bij velen duidelijkheid gebracht over de mogelijkheden en de regeltjes.”

Elisa Naranjo bekommert zich bij Einhorn om het nieuwe personeel. “De Syrische kinderarts die Waldemar heeft opgepikt was eenvoudig. Wij wilde ook wel weten hoe we nieuwe mensen konden vinden.” Vorige week kregen ze via het agentschap twee kandidaten op bezoek die ze allebei hebben aangenomen als stagiair voor het inpakken van de bestellingen. “Het gaat om een paar uurtjes per week.”

Beste integratiecursus

Echte banen voor vluchtelingen zijn er niet in de startup. “Daar zijn we nog te klein voor.” Het bedrijf doet het vooral uit betrokkenheid met de vluchtelingen. “Van de ene stagiair weten we ook nog niet of hij echt iets kan bijdragen omdat zijn Engels niet heel goed is. De ander heeft ervaring als magazijnchef in Syrië. Misschien kunnen we van hem wel veel leren.”

Vooralsnog zijn de vluchtelingen die nu ruim een jaar in het land zijn vooral aan het werk om iets over Duitsland te leren. “We werken samen, we eten samen, we praten de hele dag Duits. Een betere integratiecursus is er niet.”