Anouk van Kampen: Begrijp steeds beter waarom Duitsers van contant geld houden

NRC-redacteur Anouk van Kampen moest tijdens haar uitwisseling op de redactie van Die Welt in Berlijn flink wennen aan een aantal cultuurverschillen. Nu begrijpt ze steeds beter waarom Duitsers weigeren te pinnen en liever met een dikke portemonnee vol contant geld rondlopen.

Sinds ik in Berlijn ben, heb ik mezelf beter leren kennen. Zo blijk ik minder richtingsgevoel te hebben dan ik dacht: ik belandde in week één in een ander stadsdeel dan waar ik had moeten zijn omdat ik de straatnamen zo op elkaar vond lijken en raakte regelmatig de weg kwijt in een metrostation.

Ook ben ik schijnbaar volstrekt apolitiek: stelling innemen over álles, ook als journalist, is hier bijna een vereiste. En ik blijk, terwijl ik in Nederland vaak te horen krijg moeilijk te peilen te zijn, in vergelijking met de gemiddelde Duitse collega een waanzinnig open Nederlandse te zijn. Privé en werk zijn hier namelijk stríkt gescheiden.

Bijna alles went. Ondertussen loop ik zelden nog het blauwe bolletje op mijn Google Maps achterna. Ik schreef een typisch Duits ‘Kommentar’ waarin ik mijn mening gaf over het Duitse drugsbeleid. Zelfs de collega’s beginnen op te warmen – ik werd onlangs meegevraagd te lunchen.

Pinprobleem

Sommige dingen wennen niet. Een van die dingen: het Duitse pinprobleem. In de eerste week, dezelfde dag dat ik in de verkeerde straat belandde, at ik wat in het nieuw ontdekte stukje stad. Halverwege mijn maaltijd besefte ik dat ik geen contant geld, op z’n Duits ‘Bargeld’, bij me had. In Nederland is dat geen probleem en ga ik eigenlijk altijd ‘bargeldlos’ door het leven. In Duitsland blijkt contant geld echter nog zeer salonfähig. Bar, restaurant, Spätkauf, uitgaansgelegenheid, krantenkiosk of snackbar? Verwacht vooral niet dat je er kunt pinnen.

Met rood aangelopen hoofd moest ik de eigenaar van het café uitleggen dat ik – ik was alleen – dit even vergeten was. Hij leek al te denken dat ik nooit meer zou terugkomen toen ik hem twintig minuten later kwam betalen. Blijkbaar kan ik maar moeilijk aan de nieuwe situatie wennen, want zeven weken later is er niets veranderd. Vorige week nog moest ik een café een half uur verlaten om letterlijk een kilometer verderop pas een geldautomaat te vinden.

Nederlanders pinnen het vaakst

Hoe abnormaal ‘vanzelfsprekende’ zaken eigenlijk zijn, en hoe snel die ingesleten raken, merk ik pas nu ik elders ben. Vijf jaar geleden dacht ik er ook in Nederland niet over om een koffie te pinnen. Pinnen kostte onder de tien euro geld, of kon zelfs helemaal niet. Niet lang daarvoor gebruikte ik acceptgiro’s om geld over te maken en kreeg ik bankafschriften thuisgestuurd. Nu pin ik zelfs een pakje kauwgom nog, maak ik na een avond uit eten ‘eventjes de helft over’ met een paar toetsen op mijn smartphone en heb ik zelden 50 cent bij me om aan een zwerver te geven.

Dat dit niet vanzelfsprekend is, blijkt ook uit een rapport uit 2014 waarin wordt vergeleken hoe in zeven verschillende landen wordt betaald [pdf]. Hoewel er meer opvallende dingen in het rapport staan – 30 procent van het betaalde geld in Frankrijk gaat bijvoorbeeld nog steeds per cheque – trekt het vooral de aandacht dat Nederland ver boven de anderen uitsteekt: 60 procent van alle betaalde euro’s werd toen al per pin afgerekend. Dat zal nu alleen maar meer zijn. We dragen ook verreweg het minste contant geld bij ons: gemiddeld 45 euro. Duitsland is de andere aandachtstrekker: daar is 82 procent van de transacties contant en draagt men gemiddeld 110 euro bij zich.

Wantrouwen tegen schulden maken

Duitsers zijn zich, net als in andere landen waar een grote (financiële) crisis heeft gespeeld, meer bewust van de onzekerheid van de toekomst. Niet heel vreemd, als je bedenkt dat een brood hier in 1923 door hyperinflatie ineens 428 miljard mark kostte, en 90 procent van het spaargeld door de invoering van de nieuwe D-Mark in 1948 verdween [pdf]. Daardoor is er een groter wantrouwen voor schulden – beduidend minder mensen hebben hier een creditcard of kopen een huis – en dus een voorkeur voor contant, waarmee je nooit kunt uitgeven wat je niet hebt [pdf]. 

Veel Duitsers wijzen me bovendien op een ander punt: privacy en anonimiteit. Ze hebben er weinig behoefte aan dat zomaar kan worden getraceerd waar ze wanneer wat hebben gekocht, of dat dit soort gegevens in bulk kunnen worden doorverkocht door hun banken. Daardoor vind ik ook veel minder makkelijk informatie over mensen via Google en hoef je hier niet in te checken in de bus, trein of tram. Gezien de geschiedenis hebben ze er ook alle reden toe wantrouwend te zijn over dit soort registratie.

Wat ik eerst irritant vond, begrijp ik inmiddels steeds beter. Zo besef ik nu pas goed hoeveel ik uitgeef en hoe slecht ik daarop let. Van het bewustzijn hier kunnen we in Nederland, waar we geld uitgeven dat er niet is en al snel zeggen dat privacy niet uitmaakt want ‘ik heb toch niks te verbergen’, nog best wat leren. Maar mag die geldautomaat wel íets dichterbij staan?

Anouk van Kampen is redacteur bij NRC Handelsblad en werkte tijdelijk bij Die Welt in Berlijn.

Het Journalistenstipendium Duitsland-Nederland (JDN, Den Haag) nodigt samen met de Internationale Journalisten-Programme (IJP, Berlijn) Nederlandse journalisten uit om twee maanden bij een Duits medium te werken. Diverse deelnemers bloggen over hun ervaringen in Duitsland.

Duitslandnieuws