Waarom Duitsers jaloers zijn op de Nederlandse belastingdienst

In Duitsland zijn de belastingen lager. Maar de manier waarop de fiscus met burgers omgaat, doet sommigen verlangen naar een Nederlands systeem waar medewerkers op een vriendelijke toon tegen je praten, de software vergeleken met Duitsland mijlenver voorloopt en er met de belastingbetaler wordt meegedacht. Toch heeft die digitalisering volgens sommigen een duistere kant.

Wie wel eens te maken heeft met Duitse instanties, voelt zich al snel behandeld als een crimineel, schrijft journaliste Gabriella Herpell. Voor de meeste Duitsers is een ‘klantvriendelijke’ belastingdienst zoals in Nederland onvoorstelbaar.

Op scherpe toon

Herpell schrijft in Süddeutsche Zeitung Magazin op hoe een telefoontje naar de belastingdienst verloopt, waarna ze uiteindelijk op zoek gaat naar de mensen aan de andere kant van de lijn.

Ik weet niet zeker of ik het juiste nummer heb gekozen, zeg ik tegen de medewerker. Maar ik heb een probleem en misschien kunt u mij vertellen bij wie ik me het beste kan melden. De man aan de telefoon vraagt naar mijn belastingnummer en mijn probleem. Ik kan de naheffing en het vooruitbetalen van de inkomensbelasting niet opbrengen. Tenminste, niet alles in één keer. En de deadline is vandaag.

‘En dat valt u nu pas op?’, zegt hij. Zijn toon is scherp. ‘U bent verplicht op de datum van de deadline voldoende geld op uw rekening te hebben.’ Dat weet ik, zeg ik stotterend. ‘Maar ik heb het nu even niet’. Hij herhaalt dat ik mijn plichten tegenover de belastingdienst niet nakom. En zo gaat het een tijdje heen en weer. Hij blijft vasthouden aan de regels. ‘Zo, en nu wil ik weer aan het werk.’ Maar ik ben uw werk, zeg ik.

Vriendelijk telefoontje

Herpell is zeker niet de enige die zich beklaagt over de Duitse instanties. De Duitse bedrijfsadviseur Arne Gillert weet dat het ook anders kan, sinds hij heeft gezien hoe het in Nederland gaat, vertelt hij in magazine Brand Eins. “Ik meldde me in 2002 in Nederland als zelfstandige aan bij de Kamer van Koophandel. Daarna kreeg ik een vriendelijk telefoontje van de belastingdienst. De medewerker feliciteerde met mijn stap en vroeg of we elkaar eens konden ontmoeten zodat hij kon uitleggen hoe alles functioneert met de belasting.”

Gillert is ook verbaasd dat hij alleen bonnetjes en rekeningafschriften hoeft in te leveren bij zijn boekhouder. “Meer niet. Bij het declareren van zakelijke etentjes of reiskosten volstaan de bonnetjes, zonder dat ik hoef op te schrijven waarom ik wanneer naar welke afspraak in ben gereisd. Ik hoef meestal niet te bewijzen waarom ik een etentje declareer. Zolang het maar enigszins in verhouding is met mijn omzet is alles okay.”

De privacywetgeving in Nederland is veel minder streng dan in Duitsland. Elke Nederlander heeft een digitaal ID waarmee je veel online kunt regelen. Hij looft de manier waarop de Nederlandse belastingdienst vooraf een voorstel stuurt, die hij enkel nog hoeft te checken. Nederlanders mogen graag afgeven op de fiscus, zo niet Gillert. “De ict-afdeling is zeer competent.”

Big Brother Holland

Die competentie baart andere Duitsers juist zorgen. ‘Big Brother in Holland’, kopte de FAZ anderhalf jaar geleden. De digitalisering rukt op in de publieke ruimte, signaleert de krant. “In vele opzichten ligt Nederland daarin voor op Duitsland.” Maar dat heeft schaduwkanten, schrijft economieredacteur Klaus Max Smolka. Hij maakt zich zorgen over de OV-chipkaart waarbij de reisbewegingen van mensen precies na te gaan zijn. “Het is belangrijk dat we daarin het voorbeeld van onze buren niet volgen.”

Verbazend is dat een land dat zo gretig data verzameld zichzelf zo graag als ‘gidsland’ betitelt, schrijft hij. “Nederland ziet zichzelf als internationaal voorbeeld wanneer het om politiek, administratie, maatschappelijke waarden en normen gaat.” Hij citeert daarbij de stichting Privacy First. “Van alle mensenrechten staat het recht op privacy in Nederland het meeste onder druk.”

De redacteur vindt dat Nederlandse instanties te gemakkelijk onder het mom van veiligheid en efficiëntie de digitalisering door de strot van de burgers duwen. Hij noemt als voorbeeld kentekenparkeren in Amsterdam en Rotterdam waarbij je ook niet meer contant kunt betalen. “Weer moet je een digitaal spoor achterlaten.”

Ook waarschuwt hij voor de oprukkende smart meters, die veel meer meten kunnen dan enkel energieverbruik. “Daar wordt sterk voor gelobbyd door het bedrijfsleven.” Verder noemt hij de talloze bewakingscamera’s in steden, kentekenherkenning op snelwegen, politiedrones met camera’s. “Als we het voorbeeld van Nederland volgen verliezen we het grondrecht om ons onbewaakt te bewegen.”

Dubbele kwijt aan Duits belastingadvies

Bedrijfsadviseur Gillert heeft andere zorgen. De Duitser heeft sinds enkele jaren een dochteronderneming in Hamburg opgericht. Daar heeft hij nu een beetje spijt van. “Had ik vooraf geweten hoeveel bureaucratie er op me af komt, dan was ik er misschien niet eens aan begonnen en had ik liever mijn Duitse klanten vanuit Nederland bediend.”

De Nederlandse inkomensbelasting is hoger dan in Duitsland. Maar Gillert betaalt liever Nederland meer in plaats van zich door de Duitse procedures heen te worstelen. Voor zijn Duitse bedrijf heeft hij een hoger gekwalificeerde en dus duurdere belastingadviseur nodig. “De kosten in Duitsland zijn voor belastingadvies het dubbele van wat ik in Nederland betaal.”

Cultuurverschil

Een groot verschil tussen beide landen is volgens de bedrijfsadviseur dat in Duitsland zeer star de regels worden gevolgd. “In Nederland hebben de ambtenaren – niet alleen bij de belastingdienst – veel meer speelruimte die vaak ten dienste komen te staan van de klanttevredenheid. Men wil de mensen niet onnodig opzadelen met extra bureaucratie. Men houdt zich aan de regels, maar er zijn uitzonderingen mogelijk. Dat is een cultuurverschil.”

Gillert vertelt hoe de fiscus per land anders omspringt met dienstverlening. “Toen we in Nederland met een onduidelijkheid over Europese regels zaten, kwam er een medewerker van de fiscus langs die ons alles heeft uitgelegd. Vriendelijk en ongecompliceerd.” In Duitsland gaat dat heel anders, zegt hij. “Daar hadden we hetzelfde probleem. Ik vroeg mijn belastingadviseur of we het net zo konden afhandelen als in Nederland. Hij lachte op een meelijwekkend toontje. Hier kan je de fiscus slechts een brief met een verzoek schrijven en het antwoord afwachten.”

Niet leuker, wel makkelijker

Ook journaliste Herpell hekelt de omgangsvormen van de Duitse fiscus. “Ik weet dat ik fout zit.” Maar de toon waarop ze te woord wordt gestaan ergert haar zeer. “De medewerkers die ik spreek tonen geen compassie, gedragen zich als betweters, herhalen enkel de regeltjes, verstoppen zich achter holle frasen vol ambtenaren-Duits en dreigen meteen met strafvervolging.”

De hele houding in Nederland is anders, zegt Gillert. “In Nederland wil de belastingdienst sympathiek overkomen.” Ook de marketing is veel beter, vindt Gillert. “Iedereen kent het motto met enige zelfspot. ‘Leuker kunnen we het niet maken. Wel makkelijker’.”