Dure pillen drijven Duitsers tot medicijntoerisme in Nederland

Duitsers kunnen bij bezoek aan Nederland de indruk wekken dat ze een 'hoofdpijnvolk' zijn. Ze slaan in groten getale paracetamolstrips in bij de drogisterijen. Dure pillen in eigen land drijven Duitsers naar Nederland.

Volgens Gisbert Selke blijft het medicijntoerisme van de Duitsers niet beperkt tot het hamsteren van pijnstillers als ze op vakantie zijn in Nederland. Hij houdt zich als data-analist voor het onderzoeksinstituut van de Duitse zorgverzekeraar AOK bezig met de empirische analyse van de farmaceutische markt in Duitsland in relatie tot andere landen. “Wat bijvoorbeeld opvalt is dat er vanuit Nederland veel online medicijnhandel met Duitsland plaatsvindt.”

Duur Duitsland

Dat de Duitsers medicijnen bunkeren bij Nederlandse drogisterijen hangt samen met de relatief hoge prijzen voor receptvrije medicijnen in hun eigen land. De meeste Nederlandse pijnstillers zijn al snel 10% goedkoper dan in Duitsland. Dit komt mede door het verschil in de belastingregels. In Nederland betaalt de consument over het algemeen het lage BTW-tarief van 6% over medicinale middelen, terwijl de Duitsers over dezelfde producten het volle belastingtarief betalen. Selke vindt dit raar geregeld: “Het kan hier zomaar zo zijn dat je een hoger belastingpercentage betaalt over een levensreddend medicijn dan over je krant, maar onze regering vindt blijkbaar dat dit systeem prima functioneert.”

Dat het BTW-verschil slechts één van de vele aspecten is die een rol spelen bij het prijsverschil tussen beide landen, kan onder andere worden afgeleid uit het gemiddelde bedrag dat de bevolking per persoon per jaar aan medicijnen uitgeeft. In Duitsland ligt dit bedrag namelijk 44% hoger dan in Nederland.

Gemiddelde uitgaven per persoon in 2013:

Natuurlijk heeft het aantal pillen dat per persoon wordt geslikt invloed op het gemiddelde bedrag dat aan medicatie wordt uitgegeven. Toch spelen de prijzen van de medicijnen een grote rol in de aanzienlijk hogere uitgaven aan de andere kant van de grens. 

Medicijnprijzen aan banden leggen

Bovendien stelt Selke dat de farmaceutische industrie nog steeds veel invloed heeft op de prijs.

De maximumprijzen voor medicijnen in Nederland worden sinds 1996 vastgesteld op basis van de Wet geneesmiddelenprijzen (WGP). Voordat deze wet werd ingevoerd waren medicamenten in ons land 20% duurder dan in omringende landen. Tegenwoordig kijkt Nederland naar landen als Duitsland, België, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk om de maximale prijs te bepalen. “Het rare aan deze wet is dat de prijs afhangt van de landen die je meeneemt in je waarneming”, aldus Selke, “Maar het is wel een aardige eerste zet om meer eenheid te creëren in de Europese medicijnprijzen.”

In tegenstelling tot de meeste andere Europese farmaceuten, bepaalden de Duitse producenten lange tijd – tot 2011 – zelf de prijs van nieuwe medicijnen die ze op de markt brachten. Door middel van aangescherpte regelgeving is dit enigszins aan banden gelegd; bij de introductie van een nieuw geneesmiddel bepalen Duitse farmaceuten nu alleen in het eerste marktjaar de vraagprijs. Na afloop van die 12 maanden is de functie van het medicijn door diverse (overheids)instanties onderzocht en wordt de prijs officieel vastgesteld.

Wantrouwen artsen

Guus van der Vat, directeur van de Nederlandse medicijnenproducent MSD, vertelde in een interview met het Financieel Dagblad dat artsen erg wantrouwend tegenover nieuwe medicijnen staan. Volgens hem worden Nederlandse patiënten soms de beste medicijnen onthouden omdat die te duur zijn. De Duitse data-analist herkent dit wantrouwen; “Dokters staan lang niet altijd open voor bepaalde nieuwe medicijnen, omdat ze redelijk goed kunnen interpreteren of er een reële prijs wordt gevraagd.” Farmaceuten kunnen bijvoorbeeld een ‘nieuw’ geneesmiddel tegen extreem hoge prijs op de markt introduceren, terwijl het in vergelijking met de al bestaande medicatie geen meerwaarde biedt.

Dokters houden farmaceuten graag te vriend

Tegelijkertijd hebben de artsen er veel baat bij om de farmaceuten te vriend te houden. “Vaak is er een erg nauwe band tussen artsen en farmaceuten en vinden er veel geldstromen tussen beiden plaats.” Door financiële ondersteuning vanuit de geneesmiddelenindustrie zijn doktoren volgens Selke sneller geneigd om ‘sluikreclame’ te maken voor bepaald medicijnen. “Ze prijzen een bepaalde fabrikant aan, doen een goed woordje voor bepaalde pillen of schrijven middelen vaker voor. Op die manier stimuleren ze de verkoop.” De onderzoeker benadrukt dat dit probleem niet alleen typerend is voor Duitsland. “In de praktijk hebben artsen over de hele wereld hier mee te maken.”

Sneller ongezond door lagere drempel

Om de rol van de consumptie in het hogere gemiddelde bedrag nog even kort aan te snijden. Volgens Selke hangt dat niet alleen samen met de producenten en de artsen, de instelling van de patiënten speelt ook een belangrijke rol. “Plat gezegd zou je kunnen stellen dat typisch voor Duitse patiënten is dat ze pas een tevreden gevoel hebben, wanneer ze na een doktersbezoek met een recept de deur uitlopen.”

Tenslotte wijst hij erop dat de medicijnconsumptie eveneens is gestegen doordat de risicowaarden zijn verlaagd. “In vergelijking met ruim tien jaar geleden worden mensen nu eerder als ‘ziek’ of ‘ongezond’ bestempeld en krijgen ze dus eerder iets voorgeschreven.” Dit is volgens de onderzoeker niet per se beter voor de gezondheidscijfers van een land. “Bij het slikken van medicijnen krijg je toch vaak allerlei chemische, onnatuurlijke middelen binnen die allerlei bijwerkingen kunnen hebben.”

Paar voorbeelden van veelgebruikte medicatie in Duitsland en Nederland: