Anton van Zanten redde met zijn uitvinding minstens 260.000 mensen

Anton van Zanten (75) heeft met zijn uitvinding zeker 260.000 levens gered, zo berekende zijn voormalige werkgever Bosch. De Nederlander die al decennia in Duitsland woont en werkt vertelt over zijn pionierswerk voor veiligere remsystemen, hoe hij moest vechten voor zijn uitvinding in de auto-industrie en waarom juist de Schwaben zo graag knutselen.

Het zijn bijzondere weken voor dr. ir. Anton van Zanten (75). Eerder deze maand kreeg de op Sumatra geboren Nederlander de prestigieuze European Inventor Award 2016 uitgereikt in Lissabon. Een beetje onwennig nam hij de prijs in ontvangst uit handen van de Portugese president, vertelt hij aan de telefoon in perfect Duits met een zuidelijk accent. De Nederlandse taal is hij niet meer machtig. Hij is zeer blij. “Het is de erkenning voor mijn pionierswerk.”

260.000 levens gered

Zijn hele werkzame leven besteedt Van Zanten aan het verbeteren van remsystemen. Hij promoveerde er op in New York en toen hij in 1977 bij Bosch in Stuttgart een baan kreeg, mocht hij er mee verder. Inmiddels geldt hij als de vader van het ESP-systeem, het Electronic Stability Program. Letterlijk vertaald Elektronische Stabiliteitscontrole. Het systeem is sinds 2014 verplicht voor alle nieuwe auto’s in Europa. Het antislipsysteem van Van Zanten heeft volgens berekeningen van Bosch inmiddels 260.000 mensen het leven gered, waarvan 8.500 in Europa. Alleen de veiligheidsgordel had nog meer impact op de veiligheid.

Aan het begin van zijn carrière bij Bosch mocht hij zich over de vraag buigen of het anti-blokkeersysteem (ABS) verbeterd kon worden, of dat er een heel andere oplossing nodig was. De ingenieur testte met computers op de bijrijdersstoel van wel 15 kilo op voormalige vliegvelden in Zuid-Duitsland. De auto torste bovendien zware aggregaten mee om de computer aan de gang te houden. “We kwamen er achter dat we zeer hoogwaardige sensoren nodig hadden die de rotatiesnelheid van de as konden meten.” Om die te vinden reisde hij met zijn team over de hele wereld, want de autobranche had ze niet. “Uiteindelijk hadden we beet in Londen.”

Zo werkt de uitvinding van Anton van Zanten

Toen kwam er een nieuw probleem. De sensor was niet alleen erg goed en zeer robuust, maar ook heel duur. “Ze werden nog niet in serie geproduceerd, dus kostte het al snel 50.000 Duitse mark. Ter vergelijking; voor een VW Golf betaalde je toen 15.000 mark.”

Doorbraak zonder applaus

Met 35 man werkt Van Zanten aan het project en in 1987 beleeft hij de doorbraak. Het werkt, de auto slipt dankzij ESP veel minder snel weg. Toch kan de Nederlander nog op weinig applaus rekenen. Hij reist 3 jaar lang van Stuttgart, Wolfsburg, Ingolstadt, München en naar Frankrijk, Japan en de VS. Bij zo’n beetje alle autofabrikanten zit hij om tafel. Allemaal vinden ze het prachtig, niemand wil er voor betalen.

Veiligheid was destijds helemaal geen prioriteit voor autofabrikanten, vertelt hij. “Ze investeerden liever in betere schokdempers of stuursystemen. Want dat merkt de automobilist meteen. Je krijgt direct waar voor je geld.” Bij veiligheid ligt dat anders, zegt hij. “Dan ga je extra geld betalen voor iets waar je niets van merkt. Behalve als het te laat is.” Uiteindelijk wil Daimler wel een paar ESP-systemen inbouwen bij een luxer model.

Elandtest

De echte doorbraak beleeft Van Zanten dankzij een mediaschandaal in oktober 1997. Zweedse autojournalisten lieten de ‘Baby Benz’ uit de bocht vliegen tijdens de sindsdien beruchte elandtest. Een enorme klap voor Mercedes-Benz die met de A-Klasse een nieuw segment wilden aanboren. “De A-Klasse werd vervolgens standaard uitgerust met ESP. De prijs per stuk daalde harder omdat het in serie kon worden gemaakt. Een productielijn opzetten is nu eenmaal erg duur. Hierna volgden Audi en BMW snel.”

Van Zanten heeft desondanks begrip voor dat moeizame proces. “Innovatie kost geld. En onderzoeksafdelingen hebben ook geen oneindige budgetten. Hoe je het besteedt vereist ontzettend veel overleg.” Bosch heeft tenslotte jarenlang miljoenen gestoken in de afdeling van de Nederlander zonder dat zeker was dat het resultaat zou opleveren. “Daar ben ik nog altijd erg dankbaar voor.”

Aankooppremie biedt kansen

Bij het grote publiek is Anton van Zanten vrijwel onbekend, maar in de auto-industrie kent iedereen hem. Dat merkte hij toen hij in 2003 met pensioen ging. “Ik werd van diverse kanten gevraagd om seminars te geven over mijn vakgebied, ABS, ESP en rij-assistentie. Toen fabrikanten dat hoorden, vroegen ze of ik direct bij hen intern deze seminars kon geven. En bij een ingenieursbureau in München werk ik aan de remsystemen van de toekomst.”

Daar houdt hij zich veel bezig met de ontwikkeling van de elektrische auto en autonoom rijdende auto’s. Met de e-auto’s wil het bepaald niet vlotten in Duitsland. Hebben we net als bij zijn uitvinding weer te maken met treuzelende fabrikanten? Dat kan je zo niet zeggen, vindt Van Zanten. “Geen bedrijf kan overleven als het spullen maakt die de consument niet koopt. Dat de Duitse overheid met een aankooppremie komt biedt kansen.”

Schwaben

De meeste Duitsers zien een elektrische auto niet zitten vanwege de beperkte actieradius. De batterijtechniek is nog niet goed genoeg. De frustratie die onder ingenieurs daarover heerst kent Van Zanten goed en de druk op hen verhogen helpt niet. “Ideeën komen niet op commando!”

Zelf liet hij de creatieve geesten uit zijn team altijd hun gang gaan. “Laat dat trouwens maar over aan de Schwaben – de Zuid-Duitsers. Die moeten zich kunnen terugtrekken in hun spreekwoordelijke kelder, denken er in stilte over na. Ze zwetsen er niet omheen, ze komen dan echt met een grondige oplossing.”