Kaaskoppen

Duitsers voelen zich thuis in Nederlandse literatuur

Lange tijd lieten Duitse lezers literatuur uit de Lage Landen links liggen. Na een aantal succesverhalen groeide de belangstelling voor Nederlandse schrijvers en werden veel werken vertaald. Dit jaar spant de kroon; 250 boeken worden vertaald. Duitse boekenliefhebbers met interesse in Nederlandse verhalen halen hun hart op. Nederlandse literatuur in Duitsland.

De schemer valt. Het is een broeierige zomeravond. Voor Bar Babette aan de Karl-Marx-Allee in Berlijn vormt zich een waar drielandenpunt van literair geïnteresseerden. Duitse, Belgische en Nederlandse schrijvers en lezers staan in groepjes gezellig na te keuvelen over de leesclubs van het Das Mag Festival.

“Opvallend veel Duitsers zijn op het evenement afgekomen”, voldaan kijkt Jeanette Elisabet om zich heen. Ze is mede-organisator van de activiteit die vorige week vrijdag voor het eerst in Duitsland plaatsvond. Volgens haar is het deelnemersaantal met 300 inschrijvingen netjes binnen de perken gebleven. “Een jaar geleden hebben we dit festival in Londen gehouden. Daar moesten we grenzen stellen aan het aantal deelnemers. Dat was hier niet nodig.”

Vanwege de eregastrol die Nederland en Vlaanderen in oktober op de Frankfurter Buchmesse hebben, wordt er dit jaar veel energie in gestoken om Nederlandstalige literatuur onder de aandacht te brengen bij de oosterburen. Zo worden er rond de 250 werken naar het Duits vertaald. Dat zijn er meer dan ooit. Uitgevers hopen dat de Duitse lezers de boeken met open armen zullen ontvangen.

Perceptie literatuur

“Ik vind Nederlandse literatuur – wat ik ervan heb gelezen – erg veel overeenkomsten vertonen met de Duitse literatuur”, redeneert journaliste Cornelia Geißler. Voor haar werkgever, de Berliner Zeitung, moest ze onderzoeken wat een leesfestival precies inhoud. “Wij kennen namelijk geen soortgelijke leesevenementen”, verklaart ze.

Voor de boekbespreking had ze de debuutroman De Consequenties van de Nederlandse schrijfster Niña Weijers gelezen. De leesgrage vrouw vond het heerlijk om weg te dromen bij de omschrijvingen van de Amsterdamse grachten. Hoewel het verhaal zich afspeelt in een typisch Hollandse omgeving kon ze zich toch goed inleven. “De manier waarop de personages handelen zijn heel realistisch. Zo zouden Duitsers zich ook kunnen gedragen. In dat opzicht staat jullie literatuur veel dichter bij ons dan bijvoorbeeld boeken van veel Amerikaanse schrijvers. Ik heb het gevoel dat de Amerikanen dingen veel meer overdrijven. Dat spreekt mij niet aan.”

De Duitse journaliste weet geen opvallende verschillen tussen de literatuur van beide landen te bestempelen. Wel vertelt ze dat iemand in haar leesgroepje lange zinnen kenmerkend vond voor de Duitse literatuur en korte zinnen voor de Nederlandse teksten. “Dit is mij niet eerder opgevallen en ik weet ook niet zeker of je dit zo kunt stellen. Ik denk namelijk dat dit aspect vooral samenhangt met de specifieke schrijfstijl van iemand en met het genre.”

‘Handelsvolk zonder literatuur’

Dat Geißler niet de enige is die een zekere liefde heeft ontwikkeld voor de Nederlandse letteren, blijkt wel uit het gegeven dat er sinds de jaren 90 in geen enkel ander land zoveel vertaalde Nederlandse boeken worden gelezen als in Duitsland.

Toch is dat niet altijd zo geweest. Lange tijd toonden onze buren geen interesse in literaire werken van Nederlandse bodem. Zo spotte de Duitse dichter Johan Gottfried Herder in de 18e eeuw: “De Nederlanders zijn een decadent handelsvolk zonder literatuur.” Bovendien wekte de Hollandse taal een zekere antipathie op bij de Duitsers; ze vonden het Nederlands klinken als een lelijk dialect met veel keelgeluiden.

Ommekeer

Sinds ‘Max Havelaar‘ van Multatuli, pseudoniem voor Eduard Douwes Dekker, heeft de Nederlandse literatuur meer aanzien gekregen op het internationale toneel.  Dankzij schrijvers als Harry Mulisch, Frederik Willem Hermans en Cees Nooteboom bleef Nederland – volgens een artikel van Andreas Gebbink, Nederland-correspondent voor de Neue Rhein Zeitung – meetellen op de literaire wereldmarkt. Hoewel het werk van Nooteboom maar matig scoorde in Nederland was zijn vertaling van ‘Berlijnse notities‘ een grote klapper in Duitsland.

Natuurlijk werden niet alle vertalingen even goed ontvangen in Duitsland, maar een zekere trend was gezet. Deze stijgende interesse voor Nederlandstalige literatuur kreeg een extra impuls doordat Nederland en België in 1993 eregast waren op de Frankfurter Buchmesse. Als gevolg van deze beurs werden er stapels boeken vertaald.

Ontwikkeling

Dit jaar vindt er dus opnieuw zo’n stimulans plaats en ontdekken Duitsers dus mogelijk nieuwe Nederlandse schrijvers. Bregje Hofstede is een van de schrijvers wiens werk voor het eerst is vertaald. Tijdens het festival sprak ze met Nederlanders en Duitsers over haar debuutroman ‘De hemel boven Parijs’. “Wat ik erg leuk vind, is dat mijn Duitse vriendin mijn verhaal nu ook eens kan lezen”, reageert Hofstede enthousiast.

Evenals de andere aanwezige Nederlandse auteurs heeft ze voor de deelname aan het festival een spoedcursus Duits gevolgd aan het Goethe instituut om tijdens de bespreking het een en ander te kunnen vertellen over haar boek. “In het begin dacht ik dat de Duitsers mijn boek misschien serieuzer hadden gelezen”, biecht de schrijfster op. Achteraf gezien beredeneert ze dat dit verschil in lezerscultuur niet bestaat. “Iedereen had het boek grondig bestudeerd. Sommigen hadden hem zelfs twee keer gelezen.”

Inmiddels is het donker geworden op de straat voor Bar Babette. Met een borrel in de ene hand en een boek in de andere vragen de lezers advies aan elkaar. “Bij welke leesclub was jij? Wat vind je van die schrijver? Vind je het boek een aanrader?” Tips worden uitgewisseld en titels genoteerd. Tijd om een nieuw boek open te slaan.

Janneke Koster