Kaaskoppen

Hollander blaast Duits spookpand nieuw ecologisch leven in

Langere tijd droomde de familie Scholtens van een tweede huisje in het buitenland. Toen ze beseften dat Duitsland boordevol goedkope potentiële droomhuizen stond, besloten ze hun plannen te verwezenlijken. In een natuurrijke omgeving kochten ze een eeuwenoud vervallen pand, waarvan de omwonenden beweerden dat de geest van de vorige bewoner er nog ronddoolde. Inmiddels vormt het klusproject al vier jaar lang hun bezigheid in de weekenden. Frank Scholten kocht een vervallen Duits hotel als klusproject.

Vanuit Noord-Holland reist Frank Scholtens samen met zijn familie bijna wekelijks naar het dorpje Stünzel, in Noordrijn-Wesfalen. Deze woonplaats telt circa 70 inwoners en ligt 120 kilometer bij Keulen vandaan.

Op deze afgelegen locatie werkt Scholtens aan een gewaagd project; het in ere herstellen van een bouwval die in 1764 werd gebouwd en ooit een goed lopend hotel was. Via zijn blog houdt hij de ontwikkeling van het project bij. “Duitsers houden niet van oude panden. Zij wonen liever in een modern nieuwbouwhuis. Voor een schijntje kan je in Duitsland daarom een mooie vervallen boerderij of een andere kansrijke bouwval kopen.”

Aantrekkingskracht afgelegen spookpand

F1

Het hotel straalde vergane glorie uit in de natuurrijke omgeving van Stünzel. Foto’s: Frank Scholtens.

Waarom zijn jullie juist voor deze Duitse bouwval gevallen?

“Na het aanmaken van een profiel op eBay kregen we regelmatig uitnodigingsbriefjes van burgemeesters. Zij zijn heel benauwd voor de leegloop van dorpen en willen graag nieuwkomers ronselen. De dorpsbewoners van Stünzel stuurden ons ook een verzoek. Zij zaten ermee in hun maag dat een imposant pand in hun omgeving op de nominatie stond om te worden afgebroken.

Gezien de emotionele waarde van het gebouw – in het verleden was het een geliefde bruilofts- en feestlocatie – was de gemeenschap tegen de sloop. Er werd afgesproken dat als de dorpsbewoners een koper konden vinden, het pand op de monumentenlijst zou worden geplaatst. Toen we de bouwval gingen bekijken, zagen we dat het een kansrijke optie was. Bovendien hadden we meteen een klik met de dorpsbewoners. De beslissing was gemaakt.”

In 2013 besteedde de WDR aandacht aan het project van Scholtens. In het item is goed zichtbaar hoe behulpzaam de dorpsbewoners (die ook aan het woord komen) zijn: 

Leuk, die klik met de buurt, maar de locatie lijkt niet ideaal.

“Dat ligt er maar net aan hoe je het bekijkt. Ik zie het zelf namelijk als een voordeel dat de woning in the middle of nowhere ligt, maar toch goed bereikbaar is vanuit Nederland. Door de rustige omgeving is dit een ideale plek om bijvoorbeeld workshops op het gebied van kunst of ecologisch wonen te organiseren. Dat is een idee dat door mijn hoofd speelt om mee aan de slag te gaan na afronding van het project. Een groot voordeel is dat het gebouw meer dan genoeg kamers heeft om de deelnemers tijdens de cursus op het terrein te laten overnachten. Voorheen was dit pand namelijk een succesvol hotel.”

Stünzel, een klein plekje 120 kilometer voorbij Keulen.

 

Waslijst aan klussen

Waardoor is het hotel in zo’n verwaarloosde toestand geraakt?

“Het hotel opende zijn deuren in 1812 en was tot de Tweede Wereldoorlog een succesvolle onderneming. Daarna werd het stukken minder. Op den duur moest de zaak sluiten. Vervolgens is de eigenaar hier in zijn eentje blijven wonen. Het gebouw was al drie generaties in zijn familie. Hij had geen kinderen of andere familieleden die hem konden helpen bij het onderhoud. Daardoor is het hotel steeds verder in verval geraakt.

De bejaarde man heeft zich in de loop der jaren steeds verder teruggetrokken in de woning. Zijn leefruimte werd steeds beperkter, omdat het dak overal lekte. Het schijnt dat hij aan het eind van zijn leven nog maar in één kamer woonde. Sommige dorpsbewoners beweren dat de geest van de oude man hier nog steeds rondwaart. Toen wij het huis in 2012 kochten, stond het al 3 tot 4 jaar leeg. Sinds 1972 had het pand geen verfkwast meer gezien, letterlijk alles was verouderd en het dak was zo lek als een zeefje.”

F2

“Letterlijk alles was verouderd.” 

 Hoe zorg je er bij zo’n groot klusproject voor dat de moed niet in de schoenen zakt?

“Ik ben ervan overtuigd dat het belangrijk is dat je niet onder tijdsdruk staat. In ons geval is het echt een tienjarenplan. Om het allemaal te kunnen financieren, heb ik naast het project een fulltimebaan; 4 dagen in de week werk ik als IT-er bij e-commercebedrijf Fredhopper. Ieder weekend reizen we vanuit Noord-Holland naar Duitsland om verder te gaan met klussen en om contact te houden met de dorpsbewoners. Die connecties zijn namelijk onmisbaar.”

Behulpzame ambtenaren

Het verhaal klinkt ideaal voor een tv-programma als ‘Ik vertrek’.

“Voor televisieprogramma’s ben ik écht niet geschikt”, klinkt het stellig, “Daarvoor zoeken ze iemand die kan janken en daarvoor zijn ze bij mij aan de verkeerde deur. De verbouwing is tot nu toe echt een aaneenschakeling van positieve dingen; ik heb nog nooit zoveel medewerking meegemaakt. Vaak klagen mensen over de bureaucratie van Duitsland, maar je hoort nooit hoe behulpzaam ambtenaren van kleine dorpjes kunnen zijn als je een positieve bijdrage levert aan de buurt. Zij hebben ons echt door de papierenmolen heen geholpen.”

In 2014 was Scholtens opnieuw te zien op de Duitse televisie. In de video is goed te zien hoe het gasthuis zich door de vele klusweekenden heeft ontwikkeld:  

Het lijkt me onvoorstelbaar dat er bij zo’n groot project helemaal geen tegenvallers zijn geweest.

“Tuurlijk zijn er weleens dingen misgegaan. Bijvoorbeeld een verfkleur die niet klopte, een spiegelkastje dat te hoog is opgehangen, de geiser die kuren vertoont of wilde zwijnen die de afscherming rondom het erf opeten.” Dat zijn relatief gezien slechts kleine dingetjes. Over het algemeen voelt het project volgens Scholtens als een ‘magneet van positiviteit’. “Grotendeels hangt dit denk ik samen met het gegeven dat we er een ecologische woning van willen maken. Daardoor trekt het project veel belangstelling.”

Ecologisch wonen

Van wie?

“Er komen allerlei mensen langs die geïnteresseerd zijn in ecowonen en die suggesties leveren. Daardoor zijn we bijvoorbeeld op het idee gekomen om het huis met compost te verwarmen. Deze, in Nederland redelijk onbekende manier van verwarmen, leidde ertoe dat we vanuit Duitsland de eerste Nederlandse stichting oprichtten die zich inzet voor compostverwarming, namelijk Biomeiler.”

Biomeiler

Compost houdt de ecologische woning warm in de winter (‘Biomeiler’ rechts in beeld).

Hoe zit het met overheidssteun voor het project? Is dat anders geregeld dan in Nederland?

“Duitse gemeentes zijn heel behulpzaam, is onze ervaring. Alleen bieden ze meestal geen ondersteuning in de vorm van subsidies; ze bieden voornamelijk hulp door het aanbieden van overgebleven middelen zoals bakstenen. De gedachte daarachter is: die spullen zijn met belastinggeld betaald en moeten benut worden. Ik vind dat een positieve instelling. In Nederland is meestal alleen sprake van financiële ondersteuning; je krijgt alleen ‘zakgeld’ waarmee je vervolgens zelf materiaal kunt aanschaffen.”

Welke tip wil je meegeven aan Nederlanders die nu ook aan de slag willen met een bouwval?

“Maak gebruik van de locals. Daardoor kweek je goodwill. Je kunt als Nederlander wel allerlei dingen gaan importeren, maar daar worden de omwonenden niet blij van en dan kweek je geen positief imago. Wanneer je inkoopt in de omgeving en de gemeenschap om hulp vraagt, dan schept dat positieve connecties en zijn mensen veel eerder bereid te helpen.”

Janneke Koster