In de praktijk bij Van Diepen Van der Kroef Advocaten

Axel Hagedorn: Turkije na coup vergelijkbaar met machtsovername Hitler?

De mislukte coup in Turkije is als de Rijksdagbrand - de machtsovername van Adolf Hitler - voor president Erdogan. Tenminste, dat meldden diverse Nederlandse en Duitse media. Axel Hagedorn vraagt zich af of je die vergelijking wel kunt trekken.

Sinds de mislukte coup in Turkije van bijna twee weken geleden, werden de acties van Erdogan herhaaldelijk in de media vergeleken met de machtsovername van Hitler.

Erdogan heeft de noodtoestand voor drie maanden uitgeroepen en is begonnen aan een zuivering in het hele ambtenarenapparaat met de schorsing van bijna 3.000 rechters, vastzetting van hooggeplaatste militairen, ontslag van politie-ambtenaren, en ga zo maar door. Opvallend blijft hoe snel Erdogan gebruik heeft gemaakt van de mislukte coup en het heeft er dan ook alle schijn van dat hij was voorbereid om op een gepast moment deze zuiveringen door te voeren.

Te vergelijken met Hitler?

De Turkse president is al langer bezig om democratische vrijheden in Turkije te ondermijnen. De persvrijheid wordt al jaren in Turkije met voeten getreden en nu is hij ook nog begonnen de vrijheid van verkeer van wetenschappers te beperken. Zijn opstelling omtrent de oorlog in Syrië, met onder meer het bombardement op Koerdische verzetsstrijders, was ook niet kies.

De vraag blijft echter of dit te vergelijken is met de machtsovername van Hitler in 1933. Dat hij de noodtoestand heeft uitgeroepen is niet geheel verrassend. Het Frankrijk onder François Hollande leeft al bijna een jaar met bijzondere bevoegdheden. Toch is de vrees gegrond dat Erdogan met Turkije andere doelstellingen naleeft.

Democratisch gekozen

Om de vergelijking met de machtsovername van Hitler te kunnen maken, is het van belang deze zorgvuldig uiteen te zetten: Hitler werd voor het eerst op 30 januari 1933 Reichskanzler van Duitsland. Zijn National Sozialistische Partei Deutschlands (NSDAP) had weliswaar geen absolute meerderheid, maar hij kon rekenen op rechts-nationale partijen die hem steunden. Twee dagen later, op 1 februari 1933 werd de Reichstag door Hitler ontbonden. Hij was dus, vergelijkbaar met Erdogan, volgens de regels van een parlementaire democratie gekozen en ging vervolgens met ondemocratische handelingen verder.

In de nacht van 27 op 28 februari 1933 werd de Rijksdag getroffen door brandstichting. Zoals bekend werd de Nederlander Marinus van der Lubbe als dader gearresteerd en later voor het gerecht geleid. Van der Lubbe werd geëxecuteerd. Tot de dag van vandaag is het daderschap van de Nederlandse communist omstreden en wordt ook nog steeds onderzocht of de NSDAP wellicht zelf achter de brandstichting zat.

Samenzwering

In ieder geval werd al op 28 februari 1933, binnen enkele uren na de brand van de Rijksdag, de Reichstagsbrandverordnung uitgevaardigd waarmee de grondrechten van de Weimarer constitutie in feite buiten werking werden gezet. Hitler gebruikte de Rijksdagbrand tegen de oppositie en vooral de zogenaamde communistische samenzwering. Hij kondigde aan dat communistische functionarissen en parlementariërs doodgeschoten of opgehangen moesten worden en hij dreigde direct, dat de sociaaldemocraten ook niet verschoond zouden blijven.

Op 5 maart 1933 vonden nieuwe verkiezingen plaats, maar Hitler had wederom geen absolute meerderheid.

Op 24 maart 1933 werd het zogenaamde Ermächtigungsgesetz van kracht. Met deze wet werd de parlementaire democratie uitgeschakeld en de scheiding der machten als belangrijke pijler van de rechtstaat buiten werking gezet.

Wat vaak wordt vergeten, of minder bekend is, dat van het toenmalige parlement alleen de sociaaldemocraten tegen het Ermächtigungsgesetz en de daarmee samenhangende wijzigingen van de parlementaire regels hadden gestemd. Verder dient men te beseffen dat in de tijd voor deze noodverordeningen rijkspresident Hindenburg ook al vaak gebruik had gemaakt van noodverordeningen en dus eigenlijk al een rijkspresidentiële dictatuur had gevoerd. De les is dat Hitler op dat moment nog wel met parlementaire middelen had kunnen worden gestopt.

Vergelijking gaat maar deels op

De vergelijking met de acties van Erdogan van de laatste twee weken gaat daarom alleen maar gedeeltelijk op. Vergelijkbaar met Hitler wordt in Turkije gebruik gemaakt van een gebeurtenis, de coup, om de oppositie uit te schakelen. De schaalgrootte en de feitelijke consequenties voor de mensen van de oppositie verschillen tot nu toe wel degelijk. Toen werden communisten direct vermoord. Erdogan zet mensen gevangen en intimideert. Of Turkije de doodstraf gaat invoeren moet nog blijken.

Hoewel te vrezen is dat de mensenrechten in Turkije grote minachting zullen ervaren, is Erdogan nog van een ander kaliber. Hier ligt een belangrijke taak voor Europa.

Noodtoestand

De nieuwe grondwet van Duitsland na de oorlog van 1949 maakte een dergelijk Ermächtigungsgesetz onmogelijk. Dit werd in 1968 door de zogenaamde Notstandsgesetze anders. De toenmalige Grote Coalitie wilde wetgeving invoeren om maatregelen te kunnen nemen in het geval van een coup of andere aanvallen op de parlementaire democratie.

De Notstandsgesetze werden zwaar bevochten, onder meer omdat het samenviel met de protestbeweging van de jaren ’68. In april 1968 had de aanslag op de onbetwiste leider van de studentenbeweging Rudi Dutschke plaatsgevonden. Bij de stemming in het parlement stemden de leden van de liberale FDP en 53 leden van de sociaaldemocraten tegen de nieuwe wetgeving.

De invoering van de Notstandsgesetze waarmee grondrechten voor een periode buiten werking konden worden gezet, werd gecompenseerd met de invoering van een nieuw lid van artikel 20 van de Duitse grondwet. Die luidt: Gegen jeden, der es unternimmt, diese Ordnung zu beseitigen, haben alle Deutschen das Recht zum Widerstand, wenn andere Abhilfe nicht möglich ist.

Ultieme middel

De Duitse bevolking is daarmee grondwettelijk de mogelijkheid gegeven om in opstand te komen tegen pogingen om de freiheitlich democratische Grundordnung (dus de scheiding van de machten en de parlementaire democratie) af te schaffen. Het is echter slechts als ultiem middel toegestaan in de gevallen dat geen andere democratische middelen of mogelijkheden openstaan.

Theoretisch kan een coup, zoals gebeurd in Turkije, gerechtvaardigd zijn als er pogingen zijn gedaan om de parlementaire democratie en de rechtstaat af te schaffen en de burgers geen andere mogelijkheid hebben om via democratische middelen hiertegen in verzet te komen. Zelfs in het geval dat een dergelijke regeling nu ook in Turkije zou gelden, blijft het problematisch dat de instanties die hier hun oordeel over moeten vormen door Erdogan zijn ’gezuiverd’.

Gelijkenissen

Een directe vergelijking met Hitler gaat niet op, echter de wijze waarop de macht in Turkije op dit moment wordt uitgeoefend kent wel enkele gelijkenissen met het verleden. De grote zorg omtrent de naleving van de mensenrechten in Turkije blijft.