Conservatief Aken jaloers op innovatief Limburg

Prof. dr. Christiane Vaeßen is de enige vrouwelijke honorair consul voor Nederland in Duitsland. Een voordeel, zegt ze. Want zo valt ze op in de grijze mannenwereld tot op ministeries in Berlijn. Ook omdat ze on-Duits direct is. "Ik kan de Nederlandse mentaliteit goed overbrengen in Duitsland."

Bijna nergens zijn de contacten tussen Nederland en Duitsland zo intensief als in de regio Maastricht – Aken, vertelt prof. dr. Christiane Vaeßen uit Aken. Toch kan het nog veel intensiever, zegt ze. “De Nederlanders en Duitsers steken graag in hun vrije tijd de grens over. Maar beroepsmatige contacten over de grens zijn eerder zelden.”

Onderwijs

Juist daarom is er een honorair consul voor Nederland nodig, zegt ze. Een functie waarin ze de oren en ogen vormt voor de Nederlandse ambassade in Berlijn, maar ook Nederlanders de weg wijst in Aken en omstreken. Vaak een taak die wordt ingevuld door ondernemers. Maar juist haar onderwijsachtergrond is een meerwaarde, zegt ze. “Veel Nederlandse bedrijven zoeken contacten met het hoger onderwijs in Duitsland, daar ken ik de weg.”

Ze werd in 2012 gevraagd voor de functie toen haar voorganger professor Breuer 71 jaar werd. “Een honorair consul moet in het beroepsleven staan, anders heb je geen meerwaarde.” Als opvolger werd iemand gezocht die in hetzelfde profiel paste, iemand die net als de professor uit het onderwijs komt en goede contacten in het bedrijfsleven en in Nederland heeft. “Dankzij vele grensoverschrijdende projecten voldeed ik daar aan.”

Kinderen spreken Engels

Een ander speerpunt van Vaeßen is de taal. We begrijpen elkaar steeds minder goed, zegt ze. “Een bekend voorbeeld is de Nieuwstraat/Neustraße bij Herzogenrath en Kerkrade. Vroeger speelden de kinderen van beide kanten van de grens met elkaar en spraken ze Plattdeutsch, het grensoverstijgende dialect. Ik schrik ervan als ik hoor dat de kinderen van nu zich in het Engels proberen te redden.”

Niet dat ze iets tegen Engels heeft, maar het is toch anders wanneer je elkaars taal spreekt, zegt ze. “Je gaat essentiële dingen in gesprekken missen. Dat is lastig bij het spelen. Maar het wordt natuurlijk nog moeilijker wanneer deze kinderen elkaar later treffen bij het zakendoen.” We begrijpen steeds minder goed de interculturele verschillen die er zijn tussen beide landen, volgens haar. “Dat wordt stelselmatig onderschat. Niet alleen in Berlijn en Den Haag waar de grensstreek maar ver weg is. Zelfs in Aken en in Maastricht moeten we hier op blijven hameren.”

Polderen moeilijk voor Duitsers

Zo wordt de honorair consul niet moe om haar landgenoten in te wijden in de eigenaardige Nederlandse omgangsvormen. Ze houdt regelmatig lezingen waarin ze vertelt hoe je het beste met de Nederlanders kunt omgaan. “Polderen is moeilijk voor Duitsers. Jullie gaan heel voortvarend van start, nemen een beslissing. Een Duitser denkt dan: mooi, de richting is duidelijk.” Maar Nederlanders komen rustig terug op de deal die ze eerder gesloten hebben, ziet ze. “En dan verandert het nog eens, en nog eens, en nog eens.” Je zou er als Duitser moedeloos van worden.

De Nederlanders staan bekend als een luid en vrolijk volk in Duitsland, merkt Vaeßen die zelf ook graag hoog opgeeft over haar buurvolk. “Jullie zijn spontaan en direct. En als jullie iets willen, dan wordt er ook echt gas gegeven. Dan moet de vaak wat conservatievere Duitser vragen: bitte, mag het iets langzamer?”

Ze heeft zelf moeten leren daarmee om te gaan. “Het fijne aan de Nederlanders is dat je dit recht in hun gezicht kunt zeggen.” Dat is ook het advies dat ze vaak aan landgenoten geeft. “Zet je hoffelijkheid even aan de kant en zeg tegen de Nederlanders hoe je het hebben wil, dan weten zij waar ze aan toe zijn.  Duidelijkheid wordt gewaardeerd.”

Haar punt: als we niet uitkijken praten we steeds vaker langs elkaar heen. “Die verschillen zijn niet goed of slecht. Zoiets moeten we van elkaar weten, dan kan je er rekening mee houden en gewoon accepteren dat jullie nu eenmaal zo zijn.”

Innovatie

Vanuit Aken wordt er wel eens met enige jaloezie naar Zuid-Limburg gekeken, vertelt Vaeßen. “Aken geldt als wat conservatiever, Limburg als meer innovatief.” Dat komt volgens haar omdat Nederlanders sneller ideeën omzetten. “Zuid-Limburg is de laatste jaren erg duidelijk bezig met innovatie door te investeren in onderwijs.” Daar kan Aken ook van profiteren, zegt ze. “Startups uit Duitsland worden naar Limburg gelokt om kantoorruimte te huren. Verder zijn er talloze businessclubs, jongerenwerk en ook via de campus zijn er projecten die grensoverschrijdend zijn.”

Doordat op hogescholen en universiteiten in de regio meer aandacht is gekomen voor het opstarten van bedrijven, zijn veel studenten voor zichzelf begonnen, zegt ze. “We zien hier steeds meer tech-startups.” Ook zie je dat Limburg steeds meer aandacht krijgt voor Duitsland, vertelt ze. “Oud-DSM-topman Jos Schneiders doet met Limburg Economic Development veel goeds op dat gebied. Daar zijn we in Duitsland best jaloers op.”

Meer weten van elkaar

Toch staat er nog veel bureaucratie samenwerking in de weg, vertelt ze. “Belastingregels, verzekeringen, erkenning van diploma’s. Dat moet echt veel beter op elkaar worden aangepast.” Het gaat via de overheden traag en het is moeilijk om daar iets aan te veranderen, volgens haar. “Terwijl de behoefte groot is. Samen met de grensinfopunten voeren we zo’n 6.000 gesprekken per jaar.”

Bovendien houden talloze mensen zich op hun eigen manier bezig met contacten over de grens. “Ik hoorde laatst dat er zelfs een aparte werkgroep is voor Duitse en Nederlandse belastingambtenaren. Heel goed, maar ik heb ook de indruk dat velen niet van elkaar weten wat er allemaal gebeurt. En dat is zonde.”