Bouwondernemers: Wat er per 1 januari verandert voor Nederlandse uitzendkrachten in Duitsland

De Duitse wet op uitzendwerk verandert per 1 januari 2017. Uitzendkrachten die langer dan 18 maanden op dezelfde plek gedetacheerd zijn, moeten volgens de nieuwe Duitse wet een contract van het bedrijf krijgen waar zij werken. Dat treft volgens Nedubex ook Nederlandse uitzendkrachten en uitzendbureaus die zakendoen over de grens.

Arbeitnehmerüberlassungsgesetz

De wijziging van de Arbeitnehmerüberlassungsgesetz (AÜG) heeft ook gevolgen voor Nederlandse uitzendbureaus en uitzendkrachten die werken in bijvoorbeeld de Duitse industrie. Ruud Doek van Nedubex BV voorspelt dat de wijziging veel invloed kan gaan hebben op de arbeidspositie van uitzendkrachten.

In 2015 werkten 820.000 mensen op detacheringsbasis in Duitsland, dat is zo’n 2,6% van de beroepsbevolking. Nederlandse uitzendkrachten zijn met name terug te vinden in de Duitse zorg, horeca en industrie. In de bouwsector mogen in Duitsland geen uitzendkrachten werken.

Werknemers beschermen

Wat en wie valt er onder de AÜG?

Deze wet is van toepassing op alle uitzendbureaus, uitzendkrachten en bedrijven die uitzendkrachten inhuren die in Duitsland werken. Het gaat hier met name om uitzendkrachten in de Duitse industrie, horeca of de zorg. In de auto-industrie in Zuid-Duitsland zijn er bijvoorbeeld veel Nederlandse elektriciens die als uitzendkracht werken.

Waarom verandert de wet?

De SPD heeft deze wetswijziging erdoor geduwd, omdat de positie van uitzendkrachten ten opzichte van vaste werknemers zwakker is. Zij willen de uitzendkracht als werknemer beschermen. Uitzendkrachten zijn bij reorganisaties de eersten die eruit vliegen, zelfs als ze al jaren op dezelfde plek werken. Ook worden uitzendkrachten ingezet als goedkopere arbeidskracht ten opzichte van vaste werknemers, omdat zij betaald worden door het uitzendbureau. Vaste medewerkers hebben vaak ook betere arbeidsvoorwaarden.

Vast contract na 18 maanden

Wat is de belangrijkste verandering?

Vanaf 1 januari mogen Duitse bedrijven maximaal 18 maanden een uitzendkracht inhuren. Daarna moeten ze hem in dienst nemen en dus een contract geven.

Maar dan huren de bedrijven toch gewoon elke 18 maanden een nieuwe uitzendkracht in?

Ook daar heeft de wet in voorzien. Bedrijven mogen die werkplek 6 maanden nadat ze de uitzendkracht hebben ontslagen, niet invullen met een nieuwe uitzendkracht. De plek moet in dat geval worden opgevuld door iemand die bij het bedrijf zelf in dienst is. Sommige uitzendkrachten werken al wel 7 of 8 jaar op dezelfde plek zonder vast dienstverband, daar wil de Duitse overheid wat aan doen.

Inkomsten mislopen

Wat gebeurt er met de uitzendkrachten die al jaren op dezelfde plek werken?

De nieuwe wetgeving treedt vanaf 1 januari 2017 voor iedereen in werking. Voor gedetacheerden die al lang op dezelfde plek werkzaam zijn, zullen vanaf 1 januari de 18 maanden gaan lopen. Na 1,5 jaar zullen zij dus een vast contract moeten krijgen van het bedrijf waar zij nu werkzaam zijn of ze moeten gedetacheerd worden naar een nieuwe arbeidsplek.

Wat gaan de Nederlandse uitzendbureaus merken?

De uitzendbureaus moeten er dus rekening mee gaan houden dat ze na die 18 maanden 6 maanden lang geen nieuwe uitzendkracht mogen uitlenen aan het bedrijf om die arbeidsplaats te vullen. Daarnaast zullen ze er ook op moeten anticiperen dat wanneer een uitzendkracht na 18 maanden geen contract krijgt aangeboden van het bedrijf, zij een nieuwe arbeidsplek voor diegene moeten zoeken. Verder kan een uitzendbureau ook inkomsten mislopen wanneer een bedrijf de uitzendkracht na 18 maanden een contract aanbiedt, omdat uitzendbureaus een percentage van het loon en commissie opstrijken.

Verbod op stakingbreken

Wat verandert er nog meer?

Er komt in de nieuwe AÜG ook een verbod op ‘stakingbreken’. In het verleden, wanneer er gestaakt wordt door de vaste werknemers van een bedrijf, bleven de uitzendkrachten gewoon doorwerken. Dit mag vanaf 1 januari ook niet meer. Op die manier wordt een staking tijdens bijvoorbeeld cao-onderhandelingen effectiever.

Sanne van Hoek