Martin Unfried: Beroepenkaart moet erkenning Nederlandse diploma’s in Duitsland versimpelen

Welk effect heeft overheidsbeleid eigenlijk in de grensregio's? Niemand die het met zekerheid kan zeggen in Den Haag of Düsseldorf, zegt 'ontgrenzer' Martin Unfried uit Maastricht. Zijn instituut ITEM presenteert daarom vrijdag 28 oktober voor het eerst een grenseffectenrapportage. Conclusie: "Nederlandse en Duitse instanties moeten elkaar meer leren vertrouwen".

Over grenzen wordt van alles beweerd, vaak zonder dat daar gedegen onderzoek aan vooraf is gegaan. Een doorn in het oog van onder meer gouverneur Theo Bovens (CDA), zoals in Limburg de commissaris van de Koning wordt genoemd. Op zijn voorspraak werd in 2015 ITEM opgericht, wat staat voor ‘Institute for Transnational and Euregional cross border cooperation and Mobility‘.

ITEM is een samenwerking van de Universiteit Maastricht (UM), het Nederlands Expertise en Innovatiecentrum Maatschappelijke Effecten Demografische krimp (NEIMED), Zuyd Hogeschool, de gemeente Maastricht, de Euregio Maas-Rijn (EMR) en de Provincie Limburg in Nederland.

Voor grenswerkers

Martin Unfried heeft de laatste drie jaar in opdracht van de Provincie Limburg als ‘ontgrenzer’ gewerkt, om belemmeringen aan de grens te slechten. Hij is verbonden als expert voor regionaal en milieu beleid aan het European Institute of Public Administration in Maastricht. Sinds dit jaar werkt hij ook bij ITEM waar hij met een team van onderzoekers de eerste grenseffectenrapportage heeft opgesteld. Deze vrijdag 28 oktober wordt het onderzoek gepresenteerd tijdens de ITEM jaarconferentie in Maastricht.

Waarom is ITEM opgericht?

Er zijn statistieken in Nederland en Duitsland. Toch merkten we dat er nauwelijks serieus onderzoek was gedaan naar effecten van bepaalde maatregelen aan de andere kant van de grens. Op verschillende plekken is er best heel specifieke kennis beschikbaar zoals over belastingen en sociale verzekeringen, maar dat wordt nog te weinig vergeleken en naast elkaar gelegd. Daarom presenteren we nu voor het eerst een grensffectenrapportage. Dat moet een basis leggen voor instellingen die dagelijks met grenswerkers te maken hebben.

Wat hebben we aan dat jaarlijkse rapport?

Het ontbreekt in Brussel, Den Haag en Düsseldorf vaak aan kennis uit de regio. Nu krijgen ze structureel wetenschappelijke onderzoeken over de effecten van het beleid wat over de grens wordt gemaakt. Dat bestond nog niet in deze vorm. En het heeft nog een primeur.

Vertel?

Omdat dit soort onderzoeken nog niet werden uitgevoerd, moesten we voor deze eerste rapportage ook allerlei instrumenten en methodes ontwikkelen. Dat is echt nieuw, en dat gaan we de komende jaren nog verder verbeteren.

Knelpunten

Wat voor vragen stonden centraal?

Hoe vrij is de grensburger uit een grensregio eigenlijk, wanneer die, amper op 10 kilometer van zijn huis maar wel net over de landsgrens heen, werkt of diensten wil verrichten? Wij hebben dus allerlei praktijkgevallen onderzocht vanuit de wetenschap op zoek naar allerlei knelpunten.

Wat voor soort knelpunten?

Er zijn natuurlijk heel veel knelpunten. Wij hebben zo’n 50 tot 60 praktijkgevallen geformuleerd. We hebben onder onze stakeholders gepeild waar ze wilden dat de meeste aandacht naar uitgaat, uiteindelijk zijn daar 10 knelpunten uitgekomen. Daarvan hebben een paar thema’s extra aandacht gekregen. Natuurlijk het nieuwe belastingverdrag tussen Nederland en Duitsland dat per januari 2016 in werking is getreden, maar ook de moeizame erkenning van de diploma’s aan de andere kant van de grens.

Problemen niet altijd juridisch

Wat viel tijdens het onderzoek op?

Het zijn niet altijd juridische knelpunten die de problemen veroorzaken.  Uit de analyse van de erkenning van diploma’s blijkt dat er ook praktische obstakels kunnen zijn, waarbij landen of deelstaten niet altijd de voor de grensarbeider meest voordelige voorziening hebben getroffen. Sommige autoriteiten accepteren een document slechts in één taal, soms is onduidelijk welke instantie eigenlijk bevoegd is en hoeveel een procedure kost. Het zou al veel schelen wanneer documenten meertalig worden aangeboden.

Het nieuwe belastingverdrag is een onderwerp, wat kan je daar nu al over zeggen?

We zijn daar nog heel voorzichtig, de aangiften over 2016 moeten natuurlijk nog binnenkomen. Het is allereerst een overzicht van de veranderingen voor grensarbeiders en evalueert daarnaast de nieuwe compensatieregeling op basis van berekeningen die door het Nederlandse parlement zijn verstrekt voor in Nederland wonende grensarbeiders die in Duitsland werken.

Hoe verloopt de ontwikkeling van het aantal grenswerkers?

Voor Limburg is dat bijvoorbeeld niet zo’n positieve ontwikkeling. We zien dat het aantal grensarbeiders de laatste jaren is afgenomen. De vraag is natuurlijk of onder meer het nieuwe belastingverdrag daar verandering in zou kunnen brengen.

Bron: Grenseffectenrapportage 2016 ITEM

Bron: Grenseffectenrapportage 2016 ITEM

Beroepenkaart

Een ander heikel thema is de erkenning van diploma’s.

Ja, het bekende voorbeeld van de Nederlandse kleuterleidsters die in Duitsland wilden werken maar daarvoor door een enorme papierwinkel heen moesten om dat voor elkaar te krijgen. Uiteindelijk hebben we 4 beroepen gekozen waar we ons op willen focussen. Artsen, verpleegkundigen, medewerkers in de kinderopvang en elektriciens.

Wat hebben jullie gedaan om hiervan een beeld te krijgen?

We hebben twee grote workshops georganiseerd met de diverse instanties. We hebben per beroep een ranking geformuleerd hoe lang het duurt om een diploma te laten erkennen in Duitsland, hoe complex dat is en welke potentie er eigenlijk voor deze beroepsgroep is over de grens.

Wat is de conclusie?

Dat het echt per beroep anders is, je kunt geen algemene uitspraken doen. Nu wordt vaak naar een opleiding gekeken welke modules een student heeft gevolgd en of dat overeenkomt heeft met de opleiding in Duitsland. Voor een verpleegkundige uit Bulgarije wordt dezelfde procedure gevolgd als voor iemand uit de Benelux. Dat is natuurlijk vreemd. Duitsland zou best wel meer vertrouwen mogen hebben in het onderwijs in de Benelux.

Dat is mooi gezegd, maar wat kunnen ambtenaren die de regels volgen daar mee?

Hiervoor hoef je geen wetten aan te passen, dat is veel te ingewikkeld. Wij willen nu concreet kijken of het opstellen van een beroepenkaart mogelijk is voor de Benelux (met Duitsland). Daarin kan je alles vastleggen en dan hoef je niet steeds weer op alle details diploma’s te gaan vergelijken, modules te tellen of diploma’s te laten vertalen. Dus, minder wetgeving, meer vertrouwen.

Waar gaat het nu nog mis?

Bijvoorbeeld kinderdagverblijven in Duitsland mogen geen Nederlanders aannemen waarvoor geen subsidie kan worden aangevraagd. Die subsidie kan niet worden aangevraagd als het diploma niet erkend is. Het is dus een kettingreactie. Erkenning van een diploma kan nu wel 3 tot 8 maanden duren.

Hoe gaat het rapport er komend jaar uitzien?

We overleggen komende maand met de stakeholders welke onderwerpen prioriteit hebben. Maar veel thema’s die we nu hebben behandeld zullen terugkomen. Deels om te verdiepen, of omdat er extra informatie beschikbaar komt zoals de effecten van het nieuwe belastingverdrag. Maar ook omdat we trends willen vaststellen.