Handbalster Michelle Goos: in Duitsland is winnen een ‘kwestie van leven of dood’

Tijdens de Olympische Spelen in het bruisende Rio de Janeiro beseft handbalster Michelle Goos dat ze nog nooit bij een buitenlandse club heeft gespeeld. Een week later begint de 26-jarige Nederlandse aan een avontuur in het Nedersaksische dorpje Buxtehude. Verrassend, want ze wilde nooit weg uit Nederland.

Michelle Goos speelde al meer dan dan 22 jaar bij de Amsterdamse handbalclub VOC. In die jaren kwam de een na de andere aanbieding van een buitenlandse club voorbij. Ze sloeg ze beleefd af. Als een echt familiemens, zat ze elke avond liever bij dierbaren op de bank dan op een zolderkamertje van een buitenlandse profclub.

Lichte paniek

In het bruisende Rio de Janeiro, besefte Goos dat ze alle grote wedstrijden in de sport gespeeld had. Met het Nederlands handbalteam mocht ze naar het EK, WK en dit jaar ook de Olympische Spelen in Rio. De gedachte dat ze na haar avontuur bij de Spelen weer terug moest naar Nederland, maakte haar benauwd.

“Ik kreeg een lichte vorm van paniek”, zegt Goos. Dus is ze met teamgenoten gaan praten die al in het buitenland speelden, ze had immers niets te verliezen. Al snel kwam er vanuit Buxtehude een aanbod dat de handbalprofessional niet kon afslaan. “De club ligt niet ver van Amsterdam, zo’n 450 kilometer, dus ik kan naar huis rijden. Ik kreeg een woning, een prima salaris en mijn vriend kon mee.”

Na het gesprek met de coach en de manager van haar nieuwe club, had ze drie dagen om in te pakken. “Ik had geen tijd om te piekeren, dat heeft geholpen bij de overgang. Het voelt nu alsof ik hier al jaren zit.”

Ongemakkelijk

SV Buxtehude had er zo veel voor over om Goos naar de club te halen, dat de teammanager niet alleen een baan regelde voor haar vriend, hij ging ook mee naar het sollicitatiegesprek om alles te vertalen. Michelle’s vriend was gelijk na het gesprek aangenomen. “De mensen zijn zo gastvrij. Ze staan altijd voor je klaar. Er ging zelfs iemand mee om een Duitse bankrekening te openen. Ik word er soms bijna ongemakkelijk van”, lacht ze.

De gastvrijheid van de Duitsers beperkt zich niet tot binnen de club. “Ook de mensen in Buxtehude zijn heel behulpzaam”, zegt ze. “Als je ook maar een beetje de taal spreekt, kom je een heel eind. Ik vond Duits op de middelbare school maar niks, maar nu moet ik wel, dus probeer ik het. Vinden ze leuk.”

Bewijsdrang

In haar schooltijd is Goos vaak gepest waardoor ze een enorme bewijsdrang heeft opgebouwd. Na haar aansluiting bij het Nederlandse damesteam, hielp een psycholoog haar hiermee om te gaan. De bewijsdrang heeft ze beter onder controle, maar het blijft onderdeel van haar persoonlijkheid. “Het is voor sommige mensen moeilijk te begrijpen, maar het is voor mij net een ziekte. Ik moet voorop lopen, zelfs als ik niet meer kan: ík loop voorop.”

Ze werd door haar nieuwe teamgenoten met open armen ontvangen. Het feit dat zij een vergelijkbare mentaliteit hanteren, draagt daaraan bij. “Iedereen praatte met me en nadat de training begon leek het alsof ik er al jaren in zat.”

“De meiden in Nederland willen heel graag, maar hoeven niet per se”, zegt ze. “Verliezen is nooit leuk, maar voor hen gaat het leven gewoon door. Hier zijn alle meiden net als ik. We worden betaald om te handballen dus als we verliezen is dat echt heel erg slecht.”

Blauwe plekken

Ook de sfeer in het Duitse team is anders. “In Nederland is het lang leve de lol en we zijn allemaal vriendinnen, hier is het professioneler, zakelijker. Je hoeft niet altijd vriendelijk tegen iedereen te zijn, je wilt allemaal winnen.”

Goos denkt dat ze de mentaliteit in het Duitse team meer waardeert. “Een wedstrijd winnen lijkt wel een kwestie van leven of dood. Ze gaan hier nog net even iets verder, trainen nog net even iets harder.”

“Als ik hier na de training geen blauwe plekken heb, is dat een wonder. In Nederland had ik na de training nergens last van. Ik zweette niet eens.”

NH Noord-Holland maakte deze reportage voorafgaand aan de Olympische Spelen

Deutschland über alles

Voordat de handbalster verhuisde, dacht ze dat Duitsers ongezellig waren. “Ik verwachtte norse mensen en dat alles Duits moest zijn; Deutschland über alles.” Ze ontdekte al snel dat haar beeld niet klopte. “Ik had niet verwacht dat ze Engels zouden proberen te praten en ze vinden het ook hartstikke leuk als je uit Nederland komt. In Noord-Duitsland spreken ze platt Duits, een dialect dat overeenkomt met Nederlandse dialecten. En zijn ze wat socialer, heel gezellig.”

Ze merkt ook dat het handbal in Duitsland meer leeft dan in Nederland. “Als ik boodschappen doe, herkennen mensen me, willen ze een hand geven, een praatje maken of op de foto.” Handbal wordt bij de oosterburen standaard uitgezonden. “Als een wedstrijd hier niet op tv  is, zijn er drie online livestreams die je kan volgen.”

Twee cafés

Oorspronkelijk komt Goos uit Oostzaan. Een dorpje 15 minuten van Amsterdam. “Buxtehude is een klein dorp, maar tegelijkertijd voelt het groot omdat de afstanden groter zijn. Het grootste verschil is dat ik niet -net als in Nederland- binnen 5 minuten in de binnenstad ben.” Om echt iets te kunnen doen, moet ze een half uur met de trein naar Hamburg rijden.

In het dorpje Buxtehude is volgens Goos niet veel te doen. “De gemiddelde leeftijd ligt hier rond de 60. Er zijn twee cafés en dat was het wel. Naar de bioscoop kan ook niet, want alles is nagesynchroniseerd in het Duits.”

De Oostzaanse zou graag wat naast het handballen doen. Ze traint alleen in de ochtend en in de avond, dus tussendoor heeft ze tijd over. In Nederland schreef ze recensies voor het motorblad Bigtwin maar daar is ze mee gestopt. Daarnaast had ze een webshop voor streetstyle, maar dat staat nu op een laag pitje. “Een webshop runnen vanuit hier is lastig, want ik deed alles zelf. Van inkoop tot verkoop.” De webwinkel naar Duitsland halen, is voorlopig nog geen optie. “Ik weet niet of dat hier kan. In Amsterdam is mode echt extreem, maar hier lopen ze qua kleding achter.”

Gouden medaille

Goos kan het EK, WK, de Olympische Spelen en nu ook spelen in een buitenlandse competitie van haar lijstje afstrepen. Het hoogtepunt van haar carrière vindt ze de Spelen in Rio. De komende vier jaar wil ze een nog betere speler worden en dan nog één keer naar de Olympische Spelen. “We zijn dit jaar vierde geworden, dat is net niks. Het liefst wil ik een gouden medaille winnen bij de Spelen in Tokio in 2020. Maar het wereldkampioenschap zou ook mooi zijn. Daarna is het klaar. Dan heb ik, denk ik, een mooie carrière gehad.”

Benedicte Bombala