Militaire samenwerking moet kwakkelend Europa redden

Nu de toekomstig president van de Verenigde Staten, Donald Trump, misschien zijn handen van de NAVO aftrekt en militaire grootmacht Groot-Brittannië de EU verlaat, voelt Duitsland zich verantwoordelijk voor Europa's veiligheid. Samen met Frankrijk werkt Merkel aan een Europese veiligheids- en defensieunie. 

*Een uitgebreide versie van dit artikel verscheen zaterdag in Dagblad de Limburger.

Merkel wil samen met Frankrijk een gemeenschappelijk Europees leger oprichten. ‘Samen werken aan onze veiligheid’: een lastige boodschap in een tijd waar de Europese samenwerking door de opkomst van rechtspopulisten onder grote druk staat. Nederland is niet erg enthousiast over een Europese defensieunie.

EU-top

De eerste stappen in de richting van een Europees leger zijn al gezet. In september presenteerden de Franse en Duitse ministers van defensie, Jean-Yves Le Drian en Ursula von der Leyen, een voorstel voor een Europese veiligheids- en defensieunie.

Dat voorstel wordt op de eerstvolgende Europese top van 15 en 16 december tussen de 27 lidstaten, minus Groot-Brittannië dus, besproken. Volgens het plan van de twee ministers moeten er Europese medische en logistieke eenheden komen en op termijn zelfs een centraal militair hoofdkwartier.

Kwestie van moeten

De plannen voor de oprichting van een Europees leger zijn niet nieuw. Al tijdens de oprichting van de Europese Gemeenschap van Kolen en Staal in 1952 ontstond de wens voor een Europees leger. Dat moest ervoor zorgen dat Duitsland en Frankrijk nooit meer oorlog met elkaar zouden voeren. Maar omdat de Verenigde Staten garant stonden voor de veiligheid van Europa en de (militaire) trots van de Fransen te groot was, kwam het nooit van de grond. En na toetreding van militaire grootmacht Groot-Brittanië in 1973 was de vorming van een Europees leger definitief van de baan. De Britten blokkeerden elke poging tot Europese militaire samenwerking. Zij wilden enkel toegang tot de Europese markten.  

Maar in 2016 is de wereld voor de EU radicaal veranderd. Denk aan de Brexit, de oorlog in Syrië, de Russische dreiging en de verkiezing van Trump. Europa wordt omringd door brandhaarden die elk moment naar EU-lidstaten kunnen overslaan. Zestig jaar lang lukte het niet om uit vrije wil een Europees leger op te richten. Nu is een gemeenschappelijk defensiebeleid een noodzaak geworden.

Europese legers zijn verwaarloosd

Berlijn en Parijs zijn hardhandig wakker geschud door een ongekende stroom vluchtelingen, bloedige aanslagen in november in Frankrijk en afgelopen juli in Duitsland en de onberekenbare presidenten van Rusland en de VS. Poetin en Trump weten dat Europa na het einde van de Koude Oorlog niet heeft geïnvesteerd in zijn legers. De defensie-uitgaven in Europa liggen met gemiddeld 1,2% van het bruto binnenlands product ver onder de 2% die de NAVO-partners hadden afgesproken. De VS trekt voor zijn defensieapparaat maar liefst 3,2% van hun bruto binnenlands product uit.

Door ‘slimme samenwerking’ van legeronderdelen bespaarden EU-lidstaten de afgelopen jaren kosten en leunden ze op elkaar. Zo werd er in 1989 al een Duits-Franse brigade opgericht en bestaat er sinds 1995 een Duits-Nederlands korps. Bovendien least Nederland nu al Duitse tanks en sinds februari dit jaar maken de Duitsers gebruik van het Nederlandse marineschip de Karel Doorman. Maar om de dreigingen van vandaag het hoofd te bieden, is er meer geld en intensievere militaire samenwerking nodig in Europa. Duitsland wordt als machtigste land van het continent geacht hierin het voortouw te nemen.

Balans

Duitsland is dan wel geografisch, politiek, cultureel en economisch het onbetwiste kernland van de Europese Unie. Maar de Duitsers kunnen het niet alleen. De woorden van de Amerikaans oud-minister van Buitenlandse Zaken Henri Kissinger zijn nog steeds tekenend: “Dat arme Duitsland, te groot voor Europa, te klein voor de wereld.” Het fundament van de Europese Unie is de balans tussen de twee oude aartsvijanden Frankrijk en Duitsland.

Het is een scheve balans. De Fransen kunnen de Duitsers al lang niet meer bijbenen. Hun economie kan niet met die van Duitsland concurreren en het begrotingstekort ligt al jaren boven de afgesproken 3%. Door de voortdurende noodtoestand na de aanslagen van vorig jaar in Parijs, de opmars van de Front National en de zwakke president Hollande, stelt het Frankrijk ook politiek weinig meer voor.

Trots

Het oprichten van een gemeenschappelijk leger kan deze uit het lood geslagen machtsbalans mogelijk herstellen. Frankrijk is nog altijd een militaire grootmacht in Europa. Zij leidden in 2011 de internationale coalitie tegen dictator Khadaffi in Libië en in 2012 de interventie tegen de islamitische rebellen in Mali. Niet in de laatste plaats om de aandacht van de financieel-economische problemen in Frankrijk af te leiden. Bovendien gaf de inzet van het leger de trotse Franse natie weer een beetje glans. Investeringen in het leger liggen in Duitsland, 72 jaar na het einde van de Tweede Wereldoorlog, nog altijd erg gevoelig. Het ligt daarom voor de hand dat Merkel de Fransen de leiding laat nemen in het opzetten van een Europese legermacht.

De Franse president Hollande was dan ook het meest concreet in zijn plannen voor een gemeenschappelijk Europees leger. Na een gesprek met de Duitse bondskanselier Angela Merkel zei hij vorige maand: “Europa moet de Europeanen veiligheid bieden. Bescherming aan onze grenzen, van onze fundamentele waarden en tegen terrorisme. We moeten een gemeenschappelijke defensiepolitiek ontwikkelen.” Merkel is zoals gewoonlijk wat voorzichtiger en hoopt dat het zo’n vaart niet zal lopen met Trumps plannen voor de NAVO.

Nederlandse twijfel

De Nederlandse minister van Buitenlandse Zaken Bert Koenders is fel gekant tegen de plannen voor een Europees leger. “De Brexit maakt de weg naar een Europees leger niet vrij. Daar zijn wij als Nederland ook niet voor. Europese landen werken al intensief samen op defensiegebied, onder meer in Europese Unie en NAVO-kader. Zo heeft Nederland een zeer intensieve defensiesamenwerking met landen als Duitsland en België”, zei hij recent in het EU-debat in de Tweede Kamer.

Voorbeeldfunctie Duits-Nederlandse korps

Toch is het precies de militaire samenwerking tussen Duitsland en Nederland die als voorbeeld dient voor een Europese defensieunie. Het Duits-Nederlands korps in Münster, dat sinds april dit jaar weer onder Nederlandse leiding staat, wordt door de NAVO geroemd. In 2015, na de Oekraïne-crisis, kreeg het korps een leidende rol in de snelle interventiemacht van de vredesorganisatie. 

De Duitsers en de Fransen beseffen maar al te goed dat de EU zich militair niet meer kan verschuilen achter de brede rug van de VS. Op dit moment is er geen enkel Europees leger dat in zijn eentje de dreigingen van vandaag aankan. Maar of de politici uit Berlijn, Parijs en Brussel de Europeanen kunnen overtuigen van het nut van een Europees leger is nog maar zeer de vraag. Misschien kunnen die politici hoop putten uit de woorden van Jean Monnet, een van de grondleggers van de EU: “Europa wordt in crises gesmeed.”

Job Janssen