Ger Essers: Duitse en Nederlandse sociale zekerheidsstelsels zijn niet te harmoniseren

Het gaat nooit een goed huwelijk worden tussen het Nederlandse en Duitse sociale stelsel. Dat concludeert grensspecialist Ger Essers in een nieuw onderzoek waarin hij beide systemen vergelijkt.

Ger Essers uit Maastricht werkte in de jaren negentig als docent wis- en scheikunde, maar groeide langzamerhand uit als grensspecialist toen hij kwesties voor grensarbeiders voor de vakbond ging uitzoeken. Daarna verdiepte hij zijn kennis als medewerker van Europarlementariër Ria Oomen (CDA). Vragen van talloze mensen die over de grens wilden studeren, wonen of werken passeerden zijn bureau.

Nu is hij met pensioen en bestuurslid van de Deutsch-Niederländische Gesellschaft zu Aachen e.V, een vereniging die de betrekkingen tussen beide landen wil bevorderen. Voor deze vereniging heeft hij nu uitgebreid studie gedaan naar de verschillen en overeenkomsten van de Duitse en Nederlandse sociale zekerheidsstelsels.

Rapport

Lees hier het rapport van Ger Essers

Geen harmonie

Waarom bent u in deze materie gedoken?

Het is zo ingewikkeld, ik heb nu meer tijd om er eens goed in te duiken en er met een goed glas wijn erbij eens over na te denken. Er wordt altijd optimistisch beweerd dat op den duur de stelsels wel te harmoniseren zijn. Mijn conclusie is nu; nee, dat gaat nooit gebeuren. Dat is net zoiets als dat je van het Nederlands en Duits een soort nieuwe Germaanse taal zou verzinnen. Daar wordt niemand blij van.

Wie hebben er last van deze disharmonie?

Hier in de grensstreek lopen deze stelsels vaak dwars door gezinnen heen. Daarmee doe je grenservaring op. Mensen die verder van de grens af wonen ondervinden de lasten er niet van en kunnen dus ook makkelijker beweren dat het ooit wel goed komt. Ik wil hen met de beide benen op de grond zetten. Een been in Nederland en een been in Duitsland. Pas dan zie je dat het een utopie is, harmonisatie kunnen we echt vergeten.

Waar komt die hoop vandaan?

Ooit – toen de EU nog uit 12 lidstaten bestond – speelde de gedachte dat je een soort 13e landstelsel moest creëren waar de andere landen dan langzaam naartoe konden groeien. Maar zo’n transitie gaat al snel 95 jaar – een mensenleven – duren. En inmiddels zijn we met 28 lidstaten en daarmee verder af van harmonisatie dan ooit.

Toch is harmonisatie een mooi streven, kunt u een voorbeeld geven van een probleem in de grensregio?

Neem nu het wettelijk minimumloon dat Duitsland sinds 2014 ook heeft. Op zich een mooie maatregel, maar het zorgt hier voor scheve verhoudingen. In Duitsland ben je voor de wet volwassen op je 18e, in Nederland wordt dat binnenkort 21 jaar. Daarmee verdient een 18-jarige in Duitsland bijna het dubbele per uur in vergelijking met Nederland, 8,70 euro vs. 4,90 euro. Jongeren hier zullen hier nu sneller een bijbaantje over de grens zoeken. Zij voelen zich in Nederland kinderachtig behandeld. Jongeren zullen gaan kijken waar het gras groener is.

Bismarck vs. Angelsaksisch

U schrijft dat dat beide stelsels een ander uitgangspunt hebben, hoe komt dat?

Daarom is harmonisatie ook onmogelijk. Het Duitse stelsel stamt uit de tijd van Bismarck en is dus meer dan 140 jaar oud. Hij wilde met de invoering de socialisten de wind uit de zeilen nemen. Duitsland was toen echt al een industriële natie en de werknemers waren goed georganiseerd. Het Nederlandse stelsel is veel meer Angelsaksisch. Al tijdens de Tweede Wereldoorlog werkte de commissie Van Rijn dit uit in Londen waar de regering in ballingschap verkeerde.

Wat zijn de belangrijkste verschillen?

Het Duitse systeem is gekoppeld aan werken, het Nederlandse aan wonen. Bovendien is het Duitse stelsel veel stabieler, de Nederlanders hebben vaker aanpassingen gedaan waardoor het heel ingewikkeld is geworden.

Ander rechtsgevoel

Heeft dit doorgewerkt in de cultuur van beide landen?

Duitsers hebben een ander rechtsgevoel. We zeggen wel eens, de Duitsers zijn met het ‘Gesetzbuch im Bauch‘ geboren. De werkgever en werknemer betalen allebei hetzelfde bedrag voor sociale zekerheid, alsof Hegel er nog over heeft nagedacht. In Nederland is dat veel minder duidelijk. Er is zo vaak hier en daar wat gecompenseerd, een onsje eraf of erbij. In Duitsland kent men ook bepaalde principes die we in Nederland vreemd vinden.

Bijvoorbeeld?

Neem nu de gezinspolitiek, een belangrijk onderdeel van het Duitse sociale stelsel. In Duitsland krijg je als moeder een toeslag als stopt met werken om voor je kind te zorgen. Nederlanders zouden dat ‘aanrechtsubsidie’ noemen.

Wat vinden Duitsers raar aan ons systeem?

Nederland kent zo’n beetje als enige land geen automatische Berufsunfallversicherung. Dat vinden Duitsers onbegrijpelijk, dat geloven ze vaak niet als ik hen dat vertel. Daarin zie je dat Nederland geen industrieland is, op de Duitse werkvloer maak je vaker ongevallen mee. En twee wereldoorlogen hebben ook voor veel ‘arbeidsinvaliden’ gezorgd, als je dat zo mag noemen. Dit soort ontwikkelingen, dat is sociaal erfgoed. Net zo vanzelfsprekend als de dom van Keulen.

Duitse systeem is logischer

Welk systeem is beter, is die vraag te beantwoorden?

Dat is een kwestie van smaak, waar hou je van? Je hebt ergens de neiging om te denken dat het gras bij de buren groener is, en tegelijk om niet je eigen vuile was buiten te willen hangen.

Wat kunnen we van de Duitsers leren?

Het Duitse systeem is veel logischer, het loonstrookje is te begrijpen. Het geeft inzicht in het sociale stelsel, dat voor 50% door werkgever en werknemer wordt gefinancierd. Verder vind ik het inspirerend hoe de Duitsers omgaan met gezinspolitiek.

En andersom?

Ons aow-stelsel is erg bijzonder. Een gepaste ouderdomsvoorziening bestaat niet in Duitsland. Nederlanders bouwen haast ongemerkt die basisverzekering op.

Harmoniseren op dossiers

U heeft veel praktijkervaring opgedaan, waar botsen beide systemen op elkaar?

Op veel plekken. Stel je werkt 15 jaar voor een Nederlandse werkgever, en dan 15 jaar in Duitsland. Als je dan ziek wordt, dan kan je in de problemen komen. Het kan gebeuren dat je volgens de Duitse regels arbeidsongeschikt wordt verklaard en dat je in Nederland die status niet krijgt. Mijn wens is dat de ministers van beide landen eens om tafel gingen om daar één lijn in te trekken, door elkaars arbeidsongeschiktheidscriteria wederzijds te accepteren.

Voor wie kunnen we het leven toch makkelijker maken?

Je zou bepaalde dossiers wel stapsgewijs kunnen harmoniseren, bijvoorbeeld de kinderbijslag. De doorlooptijd van zo’n transitie is hooguit 18 jaar, dat is dus nog te overzien.

Steeds complexer

Wat moet de politiek met uw conclusie dat harmonisatie onmogelijk is?

Als eerste dat erkennen en dan maar kijken hoe je dit het beste kunt coördineren. Enerzijds is dat door vooral de burgers goed te informeren, dat kan nog veel beter. Dat moet wel, want het wordt alleen maar ingewikkelder. Het stelsel wordt per land aangepast, arbeidsverhoudingen veranderen, gezinssituaties zijn steeds complexer. De tijd dat iedereen getrouwd was en 40 jaar voor één baas werkte, is voorbij.

Waar kunnen betrokkenen het beste terecht voor informatie?

Er zijn verschillende infopunten waar je je persoonlijke situatie kunt voorleggen.

Rapport

Lees hier het rapport van Ger Essers