Jarl Hengstmengel is de enige biatlon-prof van Nederland

Nederland geldt als een exoot in de biatlonwereld. Jarl Hengstmengel is de enige Nederlander die de zware wintersport op prof-niveau beoefent. Hij vertelt over zijn leven als biatleet en zijn olympische droom.

Er zijn maar weinig Nederlanders die de sport biatlon beoefenen. Logisch, want zo vaak sneeuwt het niet in Nederland. Jarl Hengstmengel (20) is de enige Nederlander die de sport op professioneel niveau beoefent. Het Nederlandse talent uit München traint bij Skiclub Mittenwald en hoopt komend jaar de overstap te maken van de junioren naar de senioren. Zijn uiteindelijke doel; de Winterspelen van 2022 in de Chinese hoofdstad Beijing.

Niet alle Nederlanders zullen de sport goed kennen, wat is biatlon precies?

Het is een combinatie van langlaufen en schieten. Je legt een parcours van 2,5 tot 3,3 kilometer een aantal keer langlaufend af, elke ronde kom je langs een rijtje van vijf schietschijven waar je op moet schieten. Als je doelen mist, krijg je of een tijdstraf of moet je een extra ronde langlaufen. De afstanden variëren van 10 tot 20 kilometer. Je hebt verschillende soorten wedstrijden, de ene keer ligt de nadruk op lange afstand, de andere keer op sprint.

Juiste hartslag

Hoe meer je langlauft hoe moeilijker het wordt om te schieten?

Inderdaad. Op een gegeven moment kom je met brandende benen en een krachtig kloppend hart aan bij de schietschijven. Dan voel je de trillingen in het geweer. Het is dus de kunst om je hartslag goed op peil te houden voor een rustige ademhaling zodat je preciezer kunt schieten.

Draag je daarom een hartslagmeter bij je?

Ja, al is dat niet per se nodig. Ik kijk er graag op, een hartslag van 140 tot 160 is goed. Wat een goede hartslag is verschilt per persoon en per situatie.

Bron: Instagram – jarlhengstmengel

Schieten en langlaufen

Waarom eigenlijk de combinatie langlaufen en schieten?

De sport is in de jaren veertig ontstaan in Scandinavië. Militairen moesten als oefening een parcours afleggen en dan schieten. Inmiddels ziet biatlon er wel anders uit. Toen stonden de doelen op 100 meter, nu is dat 50 meter. We schieten tegenwoordig ook met een kleiner kaliber.

Maar weinig Nederlanders zijn biatleet, hoe ben jij in deze sport terecht gekomen?

Wij zijn met ons gezin in 2001 naar München verhuisd. We houden allemaal erg van langlaufen. Biatlon kenden we eigenlijk alleen van tv, maar mijn broers en ik wilden het wel eens proberen. We vonden toen een baan vlakbij Garmisch-Partenkirchen waar we zijn begonnen. Ik was toen 10 jaar oud en mocht bij de scholierengroep instromen.

Waarom juist deze sport?

Ik houd wel van de combinatie van langlaufen en schieten. Twee totaal verschillende elementen die het spannend maken. Faal je met schieten, dan moet je dat terugbetalen met langlaufen.

Waar ben jij goed in?

Vooral in het schieten. Dat is het leuke van deze sport. Je komt ook mensen tegen die juist beter zijn in langlaufen, zij voeren dus een andere strategie uit.

Sterke concurrentie

Hoe ben je prof geworden?

Ik heb vorig jaar mijn Abitur (middelbare school) afgesloten en toen gekozen voor ‘studeren op afstand’. Dat betekent dat ik aan een speciaal programma kan meedoen. Ik woon vlakbij de biatlonbaan en tussendoor kan werken aan mijn ict-studie. Ik draai nu mee in de Junioren Cup, het derde niveau in biatlon. We hebben wedstrijden in heel Europa, maar zijn vooral actief in de Alpen-landen. Ik doe mee aan de Europese Juniorenkampioenschappen en hoop me te kwalificeren voor het Junior WK in Slowakije.

Hoe goed ben je?

Ik zit nu in het laatste jaar van de junioren. Internationaal gezien draai ik mee in de middenmoot, de concurrentie hier in Duitsland is erg sterk. Hoe hoger je komt, hoe strenger er geselecteerd wordt. Uiteindelijk blijven in mijn jaargang zo’n 14 tot 15 biatleten over. Ik heb deze week voor het eerst meegedaan aan een IBU-Cup, dat is het tweede niveau. Uiteindelijk hoop ik de hoogste divisie te bereiken, de World Cup.

Zes dagen trainen per week

Hoe ziet jouw leven als profsporter er uit?

Ik train 6 dagen per week en heb één dag vrij om te studeren. Op de andere dagen doe ik twee trainingen, meestal van 08.30 tot 12.00 uur en na de middagpauze begint de tweede training. De uurtjes daar omheen gebruik ik ook om te studeren.

Hoe zien de trainingen er uit?

Dat verschilt per dag. Vaak beginnen we met een uur schieten en dan volgt 1,5 tot 2 uur conditietraining. Dat kan op de fiets, maar meestal zijn we op rollerskies op pad. We mogen gelukkig oefenen op een militair terrein zodat schieten nooit een probleem is, en we hebben geen last van veel verkeer.

Nederland als exoot

Jij vertegenwoordigt het Nederlandse team, moeten andere biatleten niet een beetje lachen?

In biatlon zijn we natuurlijk wel een exotisch land. Er zijn nog twee biatleten die voor Nederland uitkomen. Maar juist omdat we in Nederland zelf geen faciliteiten hebben, dwingen we veel respect af bij Duitsers. Ze weten dat wij extra moeite moeten doen en dat er vanuit Nederland minder financiële middelen beschikbaar zijn. Daar moeten wij dus ook onze weg in vinden.

Dan iets anders. Duitsers kopen na de toegenomen terreurdreiging massaal wapens van klein kaliber. Wat merk je daar van?

Ja, we merken wel dat er iets aan de hand is. De regels rond wapens worden aangescherpt. We zijn verplicht ons geweer op te bergen in een kluis. Op zich vind ik dat een goede zaak, al mag er wat mij betreft strenger op gecontroleerd worden.

Heeft het debat ook uitwerking op biatlon?

Biatlon wordt in Duitsland echt als een sport gezien. Het geweer is in de ogen van fans dan eerder een sportartikel dan een wapen. Men krijgt daar geen rare gevoelens bij. Dat is op zich goed, als je als sporter maar wel beseft dat je een wapen in handen hebt. Want alles draait natuurlijk om veiligheid.

Olympische droom

Hoe ziet jouw sportieve droom er uit?

Mijn grote ambitie is om namens Nederland mee te doen aan de Olympische Winterspelen in Beijing.