Paul Verhoeven juryvoorzitter op Berlijns filmfestival Berlinale

Het Berlijnse filmfestival Berlinale heeft voor dit jaar de Nederlandse topregisseur Paul Verhoeven gestrikt als juryvoorzitter. Met Mathijs Wouter Knol heeft het festival al jarenlang een Nederlander die als de directeur van de European Film Market de businessdeals faciliteert.

Berlinale-directeur Dieter Kosslick is ingenomen met Paul Verhoeven als juryvoorzitter, vertelt hij tegen verschillende Duitse media. “Met hem hebben we een regisseur als voorzitter die in de meest verschillende genres zowel in Europa als in Hollywood gewerkt heeft. In de bandbreedte van zijn films weerspiegelt zijn creatieve veelzijdige durf en zijn wil om te experimenteren.”

Vlak voordat het festival dat van 9 tot 19 februari plaatsvindt in Berlijn begint, komt in de Duitse bioscopen Verhoevens nieuwste film ‘Elle’ uit. De film is genomineerd voor diverse grote prijzen.

‘Nederlandse films zijn teveel op zichzelf gericht’

De Berlinale betekent een filmfeest met veel grote sterren op de rode loper. Parallel aan het festival sluiten regisseurs en producenten van over de hele wereld deals tijdens de European Film Market (EFM). De Nederlander Matthijs Wouter Knol is directeur van deze beurs die jaarlijks plaatsvindt in de Martin Gropius Bau. Hij kent als geen ander de sterke en zwakke punten van de Nederlandse film, bezien vanuit een internationale blik.

Duitslandnieuws sprak al eerder met Knol over de positie van de Nederlandse film.

Stelt Nederland wat voor op de internationale filmmarkt?

Jazeker wel. Van de Nederlandse documentaires weten ze in het buitenland dat ze kwaliteit kunnen verwachten. We hebben een goede reputatie en dat verklaart dat een van de grootste documentairefestivals het IDFA, in Amsterdam is. Bij fictie ligt het iets anders. Andere landen hebben grotere budgetten, een langere geschiedenis en daardoor meer ervaring. De Nederlandse fictiefilm voert in ieder geval niet de boventoon op buitenlandse festivals.

Waar ligt dat aan?

Ik heb het gevoel dat Nederland de plank mis slaat. Veel films zijn erg op onszelf gericht. Bijvoorbeeld Michiel de Ruyter en de verfilming van wat bekende boeken. Prima films, maar wat moeten mensen in Azië of Zuid-Amerika daarmee? De toon en de cinematografie is te beperkt. Nederland zou zich meer moeten bezighouden wat er nu speelt in de wereld en hoe het land zich daar tot verhoudt. De verhalen liggen op straat en er zijn zo veel spannende dingen te vertellen, maar dat zie ik niet terug in de fictiefilms.

Doen ze dat bijvoorbeeld in Duitsland beter?

Jazeker, maar dan zou ik Duitsland niet direct als voorbeeld nemen. Kijk naar Frankrijk. De Franse films snijden veel relevante thema’s aan. Over kinderen die zich bij Daesh (IS) aansluiten of over verschillen tussen generaties die daardoor uit elkaar groeien. Dat soort films kunnen net zo goed in Nederland worden gemaakt.

Kunnen we naast documentaires nog wel iets goed?

Ja, kinderfilms. Zelf ben ik opgegroeid met programma’s van de VPRO als Achterwerk in de kast. De toon die in die programma’s wordt aangeslagen is typisch Nederlands en dat vinden ze in het buitenland geweldig. En het verkoopt ook goed.

Lees het hele interview:

Matthijs Wouter Knol: ‘Nederlandse films zijn te veel op onszelf gericht’

Podcast – Achter de schermen bij de Berlinale

Matthijs Wouter Knol vertelt in de podcast hoe het er achter de schermen aan toe gaat op de filmmarkt:

Duitslandnieuws