Doreen Boonekamp: Duitsland steeds belangrijker voor Nederlandse filmindustrie

Internationale coproducties worden steeds belangrijker voor de Nederlandse film en daarin heeft Duitsland een belangrijk aandeel. Filmfonds-directeur Doreen Boonekamp vertelt welke rol het deze week begonnen Berlijnse filmfestival de Berlinale daarin speelt.

Filmfestival Berlinale en de bijbehorende filmbeurs European Film Market (EFM) zijn voor de Nederlandse filmindustrie altijd al een belangrijk evenement. Nederlandse financiers, distributeurs en producenten zijn achter de schermen druk bezig met het sluiten van deals voor toekomstige projecten. Daarbij wordt steeds vaker samen gewerkt met Duitse partners.

Op onszelf gericht

Om buitenlandse geldschieters en partners te vinden is het van belang dat de Nederlandse projecten aan de internationale standaarden voldoen. Juist daarover uitte de Nederlandse EFM-directeur Matthijs Wouter Knol vorig jaar tegenover Duitslandnieuws zijn twijfels. Hij vond dat de Nederlandse film te veel op zichzelf gericht was.

Doreen Boonekamp is directeur van het Nederlandse Filmfonds. Het fonds is al jaren actief op de EFM en de Berlinale en Boonekamp kent de kritiek. “De opmerking van Knol gaat specifiek over de speelfilm. Want als het gaat om documentaires en jeugdfilms, staan we internationaal heel hoog aangeschreven.”

Nederlandse films steeds internationaler

Toch ziet ze een verandering. Volgens haar zijn Nederlandse speelfilms steeds minder enkel gericht op de thuismarkt. “Dat zie je wel aan de producties uit ons land die dit jaar doorbreken op grote festivals. Denk aan Brimstone van Martin Koolhoven, Layla M. van Mijke de Jong en de films van regisseur Alex van Warmerdam.”

Dat Nederland internationaal al jaren goed scoort met kinder- en jeugdfilms valt op, zegt Boonekamp. “We vulden een gat, dat deden andere landen minder en hebben daarmee een traditie en naam weten op te bouwen. Als het gaat om speelfilms voor een volwassen publiek is dat bij ons later op gang gekomen. Je ziet nu steeds meer films die internationaal opvallen.”

Samenwerking in Duitsland

Dat heeft ook deels te maken met het feit dat Nederlandse producties internationaal de samenwerking moeten zoeken om voldoende budget bij elkaar te vergaren. “Zo’n 60% van de Nederlandse speelfilms vormt een internationale coproductie. Daarin werken we vanouds het meeste samen met Vlaanderen. Maar Duitsland wordt hierin steeds belangrijker.”

Als voorbeeld noemt ze de film Brimstone van regisseur Martin Koolhoven die deels in Duitsland is gedraaid. “Onder meer de filmfondsen Berlin-Brandenburg en Mitteldeutsche Filmförderung hebben de film medegefinancierd.”

Dit soort samenwerkingsverbanden ontstaan onder meer achter de schermen van de Berlinale, de EFM speelt daarbij een belangrijke rol. Op de beurs in de Martin Gropius Bau staan professionals van over de hele wereld, een plek waar producenten partners zoeken.

Nederlandse films op de Berlinale

Maar ook op de Berlinale zelf doen films van eigen bodem mee. Twee Nederlandse coproducties zijn geselecteerd voor Panorama: The Wound van Zuid-Afrikaanse regisseur John Trengove (Nederlandse co-producent OAK Motion Pictures) en Centaur van de Kirgizische filmmaker Aktan Arym Kubat (Nederlandse coproducent Volya Films).

De Nederlandse jeugdfilm is sterk vertegenwoordigd in de Generation-competitie. Uilenbal, geschreven en geregisseerd door Simone van Dusseldorp en geproduceerd door Lemming Film (NL) beleeft de internationale premiere in de Generation Kplus sectie. In dezelfde sectie draaien 6 Nederlandse korte films, waaronder animatie Sabaku van Marlies van der Wel, geproduceerd door Halal.

Berlinale talents

In totaal zijn 250 deelnemers uit 71 landen geselecteerd voor de Berlinale Talents. De Nederlandse deelnemers zijn: Kaweh Modiri (regisseur en scenarist), Aydin Dehzad (producent), Erik Glijnis (producent) en Daan Bol (regisseur).

Het Filmfonds zelf is partner op de Berlinale Co-Production Market. Daar doen vijf Nederlandse producenten mee: Marijn Wigman (CTMFilms), Christine Anderton (Halal), Marten van Warmerdam (KeyFilm), Guusje van Deuren (The Rogues) en Steven Rubinstein Malamud (IJswater Films).

Nieuwe verdienmodellen

De filmwereld praat in Berlijn over de veranderende marktverhoudingen. Nieuwe verdienmodellen zoals streamingplatform Netflix gooien de boel overhoop. “Dat is spannend, maar het levert ook veel nieuwe ideeën op. De kracht van een festival als de Berlinale is dat alle schakels van de filmindustrie samenkomen. Dat netwerken en uitwisselen van deskundigheid en nieuwe ideeën is ongelofelijk belangrijk voor onze toekomst.”

In Berlijn voert Boonekamp gesprekken over potentiële nieuwe coproducties en werkt ze er in samenwerking met EYE-international aan dat Nederlandse producties ook buiten de landsgrenzen worden opgepikt. “De Berlinale is dus een erg waardevol event voor ons.”

Paul Verhoeven

Bijzonder dit jaar is dat de bekende Nederlandse regisseur Paul Verhoeven voorzitter van de jury is. Dat is fantastisch, vindt Boonekamp. “Het onderstreept zijn veelzijdigheid.” Het helpt de Nederlandse filmwereld ook, zegt ze. “Nederland valt dankzij hem op. Dat aan zijn meest recente succesvolle film Elle ook de Nederlandse editor Job ter Burg heeft meegewerkt, helpt ook. Daarmee tonen we welke kwaliteit we als land te bieden hebben.”

De directeur kan met een gerust gevoel naar huis wanneer ze de uitwisseling tussen diverse producenten verder op gang heeft weten te brengen. “Ons doel is dat nieuwe projecten van de grond komen.” Het mooiste vindt ze wanneer een film die ze op papier heeft zien ontstaan voor het eerst op het scherm ziet. “Dat blijft magisch.”