Duitse bedrijfsleven ziet in Nederland voorbeeld voor aanpak megaprojecten

Duitsland kan leren van het Nederlandse overlegmodel om megaprojecten sneller rond te krijgen, vindt handelskamerdirecteur Martin Wansleben. Dat zegt hij in de week dat bekend werd dat de Elbe voorlopig niet mag worden uitgediept en de Duitse aansluiting op de Betuweroute mogelijk jaren vertraging oploopt omdat vergunningen niet op orde zijn.

Het Rotterdamse Havenbedrijf organiseerde donderdagavond een parlementaire avond op de Nederlandse ambassade in Berlijn. Ceo Allard Castelein van het havenbedrijf presenteerde nieuwe cijfers en algemeen directeur van de Duitse kamer van koophandel (DIHK) Martin Wansleben pleitte voor meer optimisme en samenwerking. De derde spreker parlementair staatssecretaris van Financiën Jens Spahn (CDU) moest afzeggen omdat de begrotingsvergadering uitliep.

Vrienden nodig in tijden van Brexit en Trump

We gaan er te makkelijk van uit dat alles wel loopt tussen Nederland en Duitsland, zei Martin Wansleben, algemeen directeur van de Duitse kamer van koophandel (DIHK) bij zijn voordracht op de Nederlandse ambassade in Berlijn. “Vriendschap moet je onderhouden, daar moet je je best voor doen. Het is zo fijn om vrienden te hebben, dat merk je extra in tijden van Brexit, Trump en de opkomst van rechts-populisme.”

Wansleben verklaart direct zijn liefde voor Nederland. De geboren Keulenaar vertelt dat zijn ouders hem van jongs af aan al jaarlijks meenamen op vakantie naar de Nederlandse kust. “Het verhaal gaat in mijn familie dat ik als kleuter op den duur alleen nog tevreden was te stellen met vanillevla en hagelslag”, zegt hij met een grote grijns. “We hebben 20 jaar een zeilboot gehad in Nederland, we voeren altijd onder Nederlandse vlag.”

DIHK-directeur Martin Wansleben verklaart zijn liefde voor Nederland. Foto: Duitslandnieuws

 

De directeur van de DIHK pleit voor meer optimisme in Duitsland. Aan de ene kant ziet hij een Duitse economie met jaarlijks steeds betere cijfers. “Bedrijven zeggen altijd: het gaat ons beter dan ooit, maar zijn onzeker over toekomst. Elk jaar weer.”

Daarvoor geeft hij ook credits aan de Duitse regering. “Merkel heeft in 12 jaar als bondskanselier niet meegemaakt dat werkloosheid steeg. Nee, elk jaar vonden meer mensen een baan, en steeg het arbeidsvolume. Dus, werknemers konden deeltijdbaantjes steeds vaker inruilen voor meer werkuren.”

Vergrijzing en digitalisering

Ondanks zijn optimisme maakt hij zich zorgen over een aantal thema’s. Vergrijzing is een ‘Granatenthema‘, zegt hij. “Aan de ene kant hebben we onze risico’s mooi verspreid omdat topbedrijven goed verdeeld zijn over verschillende regio’s in het land. Maar hoe houd je de regio aantrekkelijk voor jonge talenten? Onze grootste zorg is: het naderende tekort aan vakmensen. Wie kon ooit bedenken dat gezin en beroep het hoofdthema van de handelskamer zou worden?”

Als het om digitalisering gaat, vindt hij dat Duitsland veel kan opsteken van Nederland. “Jullie zijn ons een paar stappen vooruit.” Ook als het om de aanpak van grote infrastructuurprojecten gaat ziet hij Nederland als gidsland. Tijdens zijn zeiltochten door Zeeland en de Rotterdamse haven bewonderde hij naar eigen zeggen de Nederlandse ingenieurskunst. “Ik zag zelf hoe dat werk vorderde. Dat is echt ongelooflijk. Als Duitser moet je je dan afvragen: hoe krijgen die dat voor elkaar? Zijn ze beter? Wat kunnen we leren?”

Overlegmodel nodig in Hamburg

Als voorbeeld van problemen in Duitsland noemt hij de voortslepende rechtszaken rond de uitdieping van de Elbe, de cruciale toegangsweg voor de Hamburgse haven. “Je hoort in deze discussie enkel de tegenstanders. De helft van de Hamburgers die voor hun werk afhankelijk zijn van de haven worden niet gehoord. Dat we dat niet beter voor elkaar krijgen vind ik verschrikkelijk. Het is om te huilen.”

Ook vindt Wansleben het pijnlijk hoe Duitsland achterloopt met de aansluiting aan te leggen op de Betuweroute en het ontbreekt aan voldoende investeringen in de infrastructuur. “Dat je met je vrachtwagen Keulen enkel kunt bereiken via de brug bij Düsseldorf doet voor mij als Keulenaar natuurlijk extra zeer.”

Als laatste deelt hij nog een compliment uit voor het Trump-filmpje van komiek Arjen Lubach ‘The Netherlands second‘. “Grandioos! Dat kunnen alleen Nederlanders. Ook prachtig dat dit is uitgegroeid tot talloze filmpjes in heel Europa.”

‘Laat omwonenden delen in de winst’

Dan volgt de Allard Castelein als ceo van het Rotterdamse Havenbedrijf. Hij presenteert cijfers uit een onderzoek dat de haven door het Fraunhofer Instituut in Dortmund heeft laten doen over de handel met Duitsland. Daaruit blijkt volgens hem dat enkele verbindingen nog altijd de handelsstromen remmen. Hij pleit voor een snellere aanleg van de aansluiting van de Betuweroute en wil een uitbreiding van goederenvervoer naar Beieren. “Daarbij moet Duitsland meer haast maken.”

De Rotterdamse directeur heeft ook een advies voor hoe Duitsland kan omgaan met voortslepende rechtszaken die grote infrastructuurprojecten vertragen. “Je moet mensen laten profiteren van grote projecten. Eerst was iedereen tegen windparken op zee. Nu men kan meeprofiteren via een lagere energieprijs is dat anders. Je moet mensen sterker betrekken bij de besluitvorming maar hen ook laten delen in de winst.”

De tijd dat Rotterdam de grootste haven ter wereld was, komt niet meer terug, zegt Castelein. Tien havens in Azië zijn groter, daarom moet Rotterdam zich op andere thema’s concentreren. “Daarbij zijn digitalisering en Energiewende het belangrijkste. Door ons te focussen op die trends kunnen we prijstechnisch aantrekkelijk blijven voor onze klanten.” Voor innovaties op dat gebied is het Rotterdam Logistics Lab opgericht.

Castelein met cijfers van Fraunhofer: de Rotterdamse haven beïnvloed bijna 100.000 banen. Foto: Duitslandnieuws

 

Castelein pleit voor een ‘en-en-strategie’. “Niet direct alle fossiele brandstoffen over boord gooien, Shell en ExxonMobil investeren daar nog miljarden in, dat is nodig voor een goede overgang. Tegelijk roepen wij samen met andere grote bedrijven de Nederlandse regering op om het klimaatakkoord van Parijs om te zetten.” De directeur ziet een rol voor Rotterdam in de reductie van CO2-uitstoot van de Duitse industrie. “Wij zijn nu al de grootste ter wereld in biobrandstoffen.”

Europese clusters versterken

Daarna gaan Wansleben en Castelein in discussie. Het grootste probleem van de Energiewende is dat het niet Europees geregeld is. “Duitsland betaalt nu de leercurve, dat voelt oneerlijk.” Hij wil niet wachten op Brussel en pleit voor sterkere samenwerking tussen regio’s. “Je moet Europese clusters bouwen zoals in de regio Aken. Dat moet vanzelfsprekend zijn.”

Castelein en Wansleben in discussie. Foto: Duitslandnieuws

 

Castelein vindt dat landen transparanter moeten zijn bij het aanpakken van grote problemen. “Dat moet je als vrienden doen. De Duitse overheid steunt projecten rond CO2-reductie in Rotterdam en mag daarom over onze schouder meekijken. We hebben allemaal het klimaatakkoord van Parijs getekend, onze agenda is hetzelfde. Dus we moeten samenwerken.”

Wansleben verwacht niet dat andere landen Duitsland volgen in de Energiewende. “Niemand is bereid er zoveel subsidie in te steken en nergens is de industrie zo sterk dat men hogere energieprijzen kan opbrengen.” Castelijn haakt daar op in. “Daarom moet je een prijs zetten op CO2-uitstoot. Niet wachten op Europa, maar met paar landen die dat willen het samen organiseren.” Dat lukt alleen als je de energiemarkt Europees regelt, vindt Wansleben. “Anders krijg je scheve verhoudingen.”

Henk Voskamp van de Nederlandse ambassade opende de avond. Foto: Duitslandnieuws