Harry Welters: Waarom Limburgers nauwelijks nog Duits spreken

Den Haag en Brussel moeten het leren van de Duitse taal actiever ondersteunen, vindt emeritus hoogleraar Harry Welters. Zijn betoog volgt op de discussie over het afschaffen van Duits als verplicht vak.

Na de discussie van het afschaffen van het vak Duits op scholen, mailde emeritus hoogleraar Harry Welters uit Maastricht deze reactie:

Stel Duits en Frans verplicht in de grensregio’s

Hoe kijken we naar Europa? Waar voor ‘Den Haag’ Europa vooral de interne markt en de economische en politieke unie is, is Europa voor de grensregio’s de met de buren te delen manier van leven: de samenleving. Waarom spreken de Zuid-Limburgers dan nauwelijks nog Frans en Duits?

Omdat de betrokken bestuurders het destijds lijdzaam toegelaten hebben dat Frans en Duits uit het verplichte taalpakket gehaald werden. Met ‘dank’ aan de toen ingevoerde Mammoetwet. Wanneer het vanzelfsprekend is dat heel Nederland belang heeft bij een goede band met de Duitse buren, dan geldt dat in het bijzonder voor de met onze ooster- en zuiderburen ‘samenlevende’ grensbewoners. Elkaar verstaan speelt daarbij een cruciale rol.

Limburg is afhankelijk van de regio

Limburg als voorbeeld: voor het behoud van zijn welvaart is Zuid-Limburg ‘allein’ op den duur te klein en het zal daarom ook moeten opschalen naar de Euregio. Midden- en Noord-Limburg zijn voor hun economische welvaart op dit moment al in belangrijke mate van de Duitse afzetmarkt afhankelijk. Duits en Frans (vooral in Zuid-Limburg) moeten daarom – naast Engels als lingua franca – zo snel mogelijk weer verplichte leerstof worden, minimaal in het voorgezet onderwijs. Het zal problemen geven -waar halen we de leerkrachten en de financiën vandaan, is er een wetswijziging nodig?- maar toch maar doorzetten. Want taalkennis faciliteert de omgang met de buren. Engels blijkt daarvoor geen echt doelmatige vluchtroute. Is verstaanbaar maken voor je buren het enige waar het hier over gaat?

Engels is niet voldoende

Bij lange na niet. Wanneer je Duits en Frans beheerst ga je je vanzelf ook gemakkelijker interesseren voor hetgeen over de grens gebeurt: kranten en boeken lezen, tv-kijken, theater- en museumbezoek over de grens plegen, enz. Oprechte belangstelling voor je buurland en buren levert wezenlijk meer op dan alleen puur zakelijke conversatie. Een goede buur wordt je eigenlijk alleen op die manier.

En dan is er nog het setje heldere signalen dat met een dergelijk taalbeleid afgegeven wordt. Zowel richting de eigen regiobewoners als richting Euregio-partners, ‘Den Haag’ en ‘Brussel’. De regiobewoners worden met dit beleid immers met de neus op de feiten gedrukt en naarmate ze hun talen meer gaan beheersen – en daar ook respons op ontvangen – zullen ze hun eigen ’breedsprakigheid’ als het ware vanzelf gaan omarmen. Het maakt de betrokken regiobewoners in ieder geval op niet mis te verstane wijze duidelijk dat de doorontwikkeling van de Euregionale samenwerking een bloedserieuze aangelegenheid is. Onze Euregionale buren zal ‘deze geste’ evenmin ontgaan. Wij doen onze best, jullie als onze buren ook?

Taalbevordering hoger op de agenda

Richting ‘Den Haag’ wordt duidelijk dat bijvoorbeeld Zuid-Limburg met de Euregio zijn eigen koers wil/moet varen en dat de ligging-midden-in-Europa nu eenmaal een op die situatie toegespitst beleid verlangt. Het mooist zou het zijn wanneer ‘Den Haag’ dit type regionale zelfredzaamheid van harte gaat ondersteunen en gaat meefaciliteren. Dit geldt ook voor ‘Brussel’. De ene Euregio is de andere niet en met de Euregio’s is zó veel ‘Europa te winnen’ dat via een ‘taaldoorstart’ hier ook voor ‘Brussel’ een interessant voorbeeldtraject kan ontstaan. Het bevorderen van de taalvaardigheid, met nogmaals Zuid-Limburg als voorbeeld, als doel op zich maar, minstens zo belangrijk, ook als middel om het belang van de ontwikkeling van de Euregio veel breder en prominenter op de (politieke) agenda’s te krijgen.

Het zijn vanzelfsprekend de grensregio’s zelf die met deze nieuw te verwerven taalkennis het meeste opschieten, maar de signaalwerking van het project is indrukwekkend: richting eigen ingezetenen en richting de in de regio actieve bestuurders en politici, richting Euregio-partners, richting Den Haag en Brussel en richting Europa-afvalligen die menen dat Europa er niet toe doet.

Harry Welters, emeritus hoogleraar EUR

Deze ingezonden brief verscheen eerder in De Volkskrant.

Duitslandnieuws