Berlijn: de stad die nooit af is

Een van de meest beroemde zinnen die ooit over de stad Berlijn is geschreven door de auteur Karl Schefflers en stamt al uit 1910 toen de Pruisen nog de dienst uitmaakten. "Berlijn is immer bezig te worden, en nooit te zijn."

Anders dan metropolen als Londen of Parijs ontbreekt het de stad aan een principe van organische groei. Het enige doel van Berlijn, zo schreef Schefflers destijds, is om het oosten te koloniseren. “De bevolking bestaat uit een bijeengeraapt hoopje materialistisch ingestelde stijfkoppen.” De schrijver zag geen kunst, geen cultuur die het kon opnemen tegen andere wereldsteden. “Wijd en zijd verspreid provinciaal gedrag en culinaire flaters. Berlijn: stad van de conserven, peulvruchten en vleespot.”

Wat Scheffler niet kon weten is dat zijn uitspraken uit het boek ‘Berlin’ nu als een ware profetie worden gezien. Van de roerige jaren twintig via de anarchistische jaren negentig tot aan de bloeitijd als wereldhoofdstad van hippe kunstenaars van nu. Bijna geen enkele auteur heeft deze unieke karaktertrek van de Duitse hoofdstad van nooit af te zijn zo treffend beschreven als hij. De stad die ooit doorkliefd werd door de Muur is gezegend met een privilege nooit ‘te moeten zijn’, maar ‘immer te mogen worden’.

Waar is het centrum?

Deze tekst prijkt op de achterflap van de heruitgave van het boek uit 2015. Het deed me mijmeren over de stad in beweging. Vrienden en kennissen vragen me altijd of ik dan ver van ‘het centrum’ verwijderd woon. Ik antwoord altijd met de wedervraag: ‘wat bedoel je daarmee?’. Is dat Alexanderplatz in het Oosten, of Kurfürstendamm in het Westen, ergens in het lege midden waar ooit de Muur liep langs de Brandenburger Tor?

Sinds de val van de Muur verplaatst het episch centrum zich om de paar jaar. Is het Mitte, waar vele unieke boetiekjes openden? Of toch Prenzlauerberg, de verpauperde arbeiderswijk die de fris aangekomen ambtenaren uit Bonn omtoverden tot een keurig geverfd kinderparadijs waar geen arbeider nog een sloot koffie achteroverslaat, maar jonge moeders nippen aan een glutenvrije latte met havermelk. De reuring verplaatste zich de afgelopen jaren voort via Kreuzberg en zelfs het multiculturele Neukölln.

Zeker, de in de oorlog verpletterde stad is opgeknapt. De prijs betaalden de originele Berlijners. De huur ging de afgelopen jaren zo vaak over de kop dat ze van binnen de ringbaan van de metrotrein zijn verdrongen naar de grauwe flats aan de randen van de stad. In het midden woont de import met poen.

Moabit

Een van de geheime plekjes die nog niet ontdekt waren door de steenrijke huisjesmelkers uit Beieren was mijn eigen oude wijkje dat ‘binnen de ring’ ligt. Ik schrok van de krantenkoppen uit Der Tagesspiegel die ook voor mijn wijk reuring en hippe cafeetjes voorspelden.

Honderd jaar geleden had het de bijnaam ‘Feuerland’, vanwege de vele schoorstenen van fabrieksgiganten als Borsig, AEG en Loewe. De oorlog vermorzelde de industrie, nu leeft de stad vooral van de toeristen die zich interesseren voor die vreselijke maar fascinerende historie. De zwarte stoomwolken zijn weggetrokken, over blijven de kinderkopjes waarop zelfs de degelijkste Nederlandse fiets uit elkaar rammelt.

In wording

Maar de drommen toeristen trekken tot mijn opluchting voorlopig aan mijn wijkje voorbij. En toch zie ik heel in het klein dat ook mijn straat in beweging is. De onderbuurman opende vorig jaar een antiquariaatje. De thee stond altijd klaar voor klanten die zijn imposante collectie kwamen bewonderen. Van kolossale Nietzsche-werken tot aan beduimelde pioniersboekjes van de DDR-jeugd. Afgelopen maand moest hij tot mijn spijt sluiten, te weinig klandizie.

Geen onverdeeld succes zoals de krant voorspelde dus. Al is er ook goed nieuws. Even verderop bestiert Fräulein Büker haar taartenwinkel. Het is er altijd druk, net als in het tentje met veganistische hamburgers aan de overkant. Nog opvallender is de markthal die al zeker honderd jaar langer draait dan het gevaarte dat nu in Rotterdam als noviteit wordt gevierd. Zo blijft Berlijn een stad die nimmer is, maar altijd wordt.

Deze column is eerder in het RD verschenen.