Waarom grensoverschrijdende OV-verbindingen zo snel dreigen te mislukken

Op papier is het vaak mooier dan in de praktijk. Verkeerskundige Cor van der Meijden legt uit waarom grensoverschrijdende OV-verbindingen het zo lastig hebben en waarom het bij Enschede wel is gelukt en dat ook de verbinding tussen Arnhem en Düsseldorf een goede kans maakt.

Het klinkt altijd zo mooi, een OV-verbinding over de grens naar Duitsland. Het brengt buren dichter bij elkaar, en wie in de toekomst zonder tol naar de oosterburen wil, kan ook met de trein of de bus, zo is de gedachte. Maar de praktijk is anders, vertelt verkeerskundige Cor van der Meijden, van Bureau De Groot Volker uit Dieren.

Koffiedik kijken

Grensoverschrijdende OV-verbindingen zijn lastig, zegt Van der Meijden. “Als je naar de afstanden en bevolkingsdichtheid kijkt, denk je al snel: dit heeft potentie!” Maar hoe de vervoersstromen in de praktijk uitvallen is een ander verhaal volgens hem. “Binnen Nederland of Duitsland is het plannen van een nieuwe verbinding veel eenvoudiger. Dan zijn er veel onderzoeksgegevens beschikbaar waardoor je een realistische inschatting kunt maken. Maar zodra je de grens over wilt is het direct een ander verhaal. Dat is helaas koffiedik kijken.”

Cor van der Meijden

In de hoofden van politici ontstaan om de paar jaar weer mooie vergezichten over nieuwe projecten. Van der Meijden heeft in zijn beroepsleven sinds 1979 al talloze projecten zien sneuvelen. Met regelmaat hoort hij dezelfde ideeën terugkomen. En wanneer een lijntje wel werkelijkheid wordt, dan blijken er allerlei factoren te zijn die het lastig maken om de verbinding in stand te houden. “Denk alleen al aan de verschillende kaartsystemen, Duitsers zijn niet zo gek op onze OV-Chipkaart en Nederlanders snappen weinig van de liefde voor het papieren kaartje.”

Oeverloos geneuzel

Een goed voorbeeld van zo’n idee wat maar niet wil lukken, is de verbinding Nijmegen – Kleef via Groesbeek, zegt de verkeerskundige. “Gevoelsmatig ligt dat zo dicht bij elkaar, dat verdient een goede verbinding. Maar het komt nu niet verder dan oeverloos geneuzel. Het is echt een soap.” Waar het op vastloopt? De verschillende systemen in beide landen, maar ook de ingewikkelde OV-concessies aan Nederlandse zijde, zegt hij. “Dit loopt al zeker sinds de jaren ’80. Inmiddels zijn we vele rapporten, studiebudgetten en Linkedin-groepen verder, en er rijdt nog lang geen trein.”

Wanneer politici beloven dat er nu toch een snelle verbinding tussen Eindhoven en Düsseldorf via Venlo gaat komen, dan moet Van der Meijden een beetje lachen. “Dat beloven ze voor de zoveelste keer. Maar vooral aan Duitse zijde moeten er honderden miljoenen worden geïnvesteerd, nu loopt daar enkel een smalspoortje waar geen sneltrein op past. Je ziet dat dergelijke beloftes in de realiteit meestal niet uitkomen.”

In Twente kan het wel

Toch zijn er ook voorbeelden dat het wel kan, ziet Van der Meijden. De lijn Enschede richting Münster loopt volgens hem wel goed. Een belangrijke factor voor dat succes is de ambtelijke kwaliteit in Twente, zegt hij. “De ambtenaren hadden hun ogen en oren goed open voor wat er in Duitsland gebeurt. Er was een goed team die de wil had om er iets van te maken.”

Bovendien zijn de randvoorwaarden in Twente ook goed, zegt hij. “Enschede trekt als studentenstad natuurlijk veel reizigers uit Duitsland. Maar de politieke steun en de goede samenwerking zijn doorslaggevend voor het succes.” Om dezelfde redenen maakt de verbinding Arnhem – Düsseldorf volgens hem ook een goede kans.

Waterbus over de Rijn

Potentie voor nieuwe verbindingen ziet de verkeerskundige ook in Zuid-Limburg. “Vergis je niet, dat is een van de dichtst bevolkte gebieden van Nederland. Zelf droomt hij van een waterverbinding over de Rijn, een waterbus zou tussen Arnhem en Rees kunnen rijden en varen. “Ik heb daar onderzoek naar gedaan, maar tijdens de economische crisis was er onvoldoende steun voor dit idee. Het voordeel van een waterverbinding is dat de rivier altijd in de binnenstad uitkomt. Dat biedt mooie kansen voor toerisme.”

Toeristen zouden ook in Arnhem een nieuwe verbinding kunnen dragen, denkt Van der Meijden. “Een paar weken geleden stonden de wegen rond Arnhem helemaal vast met Duitsers die een kortingskaartje hadden voor Burgers Zoo. Wanneer je zo’n kortingskaartje combineert met een treinticket, ontlast je de wegen en kan je heel doelgericht testen wat wel en niet werkt.”

Diverse projecten

Wachten in Bad Bentheim en de Wunderline

Bestuurders uit de regio Twente togen vorige maand naar Berlijn om te lobbyen voor het verbeteren van de spoorverbinding Amsterdam-Berlijn (zie foto).

De ongeveer 20 vertegenwoordigers van diverse gemeenten en overheidsinstanties uit de Euregio (Nederland en Duitsland) willen dat er meer treinen gaan rijden, dat er functioneler treinmaterieel wordt ingezet en dat de stoptijd van 10 minuten bij grensstation Bad Bentheim drastisch wordt ingekort door gebruik te maken van multisysteem-locomotieven en automatische systeemwisseling.

Luister ook naar de podcast:

Podcast – Bad Bentheim: altijd 10 minuten stil staan bij de Nederlands-Duitse grens

In het hoge noorden wordt gelobbyd voor een treinverbinding tussen Groningen en Bremen, de zogenaamde Wunderline. Sinds de spoorbrug over de Eems kapot is omdat er een schip dwars doorheen voer, is de verbinding alleen maar verslechterd.

De Duitse busmaatschappij Flixbus rijdt wel door het noorden en is bezig het aantal grensoverschrijdende verbindingen uit te breiden.

Zo zou de Wunderline er uit komen te zien. Klik op het kaartje om te kijken waar de knelpunten liggen:

Reacties op social media

Vanochtend trapten we de discussie al af op Twitter. Dat leverde al veel reacties op van kenners en gebruikers. Een selectie: