Deze Nederlander leert Duitsers het concept selfstorage

In de meeste landen is selfstorage een bloeiende industrie. Maar Duitsers ontdekken het tijdelijk opslaan van bijvoorbeeld meubels pas sinds kort. De Nederlandse Peter Blauw is met Lagerbox de op één na grootste aanbieder van opslagruimte in Duitsland. Hij vertelt waarom het nu wel lukt.

Peter Blauw werkte voor Lagerbox en kon in 2001 eigenaar worden van het selfstoragebedrijf uit Keulen. Met aanvankelijk 3 vestigingen in Duitsland had hij het niet eenvoudig, zeker omdat de Duitsers het concept van tijdelijk een opslagruimte huren nauwelijks kenden. “En wat mensen niet kennen, dat gaan ze ook niet googlen op internet. In vergelijking met omliggende landen was het gebruik in Duitsland ongeveer 10%.”

Hoe weinig Duitsland bekend was met selfstorage merkte Blauw toen hij op gesprek ging bij de bank om te praten over nieuwe vestigingen, bijvoorbeeld in Dortmund waar meer dan 600.000 mensen wonen. “Ik vertelde dan over mijn thuisstad Heerhugowaard waar 52.000 mensen wonen. Daar zijn wel 3 verschillende selfstorage-locaties.”

Duitsland komt in beweging

Toch zag Blauw de Duitse markt langzaam op gang komen. Vijf jaar geleden verhuisde hij daarom permanent naar Keulen ‘om er dichter op te zitten’. Het aantal locaties is inmiddels uitgebreid naar 18, binnen twee jaar moeten het er 25 zijn. Lagerbox is daarmee de op één na grootste aanbieder in Duitsland, na marktleider Myplace dat de laatste jaren ook hard groeit. “Het aanbod explodeert. En dat is alleen maar goed, want het grootste probleem is momenteel de onbekendheid van het product. Dus doordat het aantal aanbieders toeneemt, is er meer kans dat ze ook bij ons terecht komen.”

Hij bedoelt het niet negatief, maar veel dingen in Duitsland gebeuren een paar jaar later dan in de omliggende landen, zegt hij. Dat ziet Blauw terug in zijn branche. “Ik ben afhankelijk van beweging. Van mensen die verhuizen, van geboortes, van studeren in een andere stad, van mensen die overlijden.” In Duitsland zat lang relatief maar weinig beweging, zegt hij. “Mensen kochten vaak een huis voor het leven, werkten langer voor dezelfde baas en bleven dus op hun plek.”

Maar de laatste jaren ziet Blauw meer dynamiek. “De jongere generatie zit minder vast aan hun baan, mensen zijn minder honkvast. De gemiddelde duur dat men in hetzelfde huis woont loopt terug. Al is dat in Duitsland met 10 jaar altijd nog langer dan de gemiddelde 7 jaar in Nederland.” Waar conservatisme veel Duitsers gebonden hield aan hun woonplaats, verandert dat, ziet de Nederlander. “Men is opener naar de wereld geworden.”

De trend mee

De meeste klanten krijgt hij via internet, toch woont 80% in een omtrek van 5 kilometer. “Het is belangrijk dat je op een zichtlocatie zit. Mensen moeten je zien bij het langsrijden. Misschien hebben ze je over een paar jaar nodig.” Een van zijn nieuwe locaties is daarom te vinden aan de weg naar het nieuwe vliegveld in Berlijn dat maar niet afkomt. “We zitten alvast goed. Bovendien exploderen de vastgoedprijzen in grote steden als Berlijn. Dan moet je ineens concurreren met woningbouwprojecten bij industrieterreinen. Locaties waar van ik denk: wie wil daar nu wonen?”

Lagerbox bouwt op dit moment ook nieuwe vestigingen in Dresden en Leipzig. “Daar schieten de huurprijzen ook omhoog en het einde is nog niet in zicht. Leipzig moet bijvoorbeeld in 2030 zo’n 720.000 inwoners tellen.” Wat dat betreft ziet Blauw het somber in voor het Duitse platteland. “Rond Keulen, Bonn en Düsseldorf gebeurt dat ook. Het loopt leeg.”

Blauw moet voor zijn werk de Duitse media scherp in de gaten houden om de ontwikkelingen te peilen. Daarnaast heeft hij in zijn team van 70 medewerkers één persoon die voltijds locaties spot. “We letten op de randvoorwaarden, de demografische data. In het begin kon ik weinig fout doen. Er was immers nog niets. Nu moeten we steeds meer opletten.”

De Nederlander denkt dat hij nog kan groeien richting zakelijke klanten, veel bedrijven verhuizen immers ook en willen flexibiliteit in kostenopbouw. Zij denken ook nog te weinig aan selfstorage, zegt hij. “Verder zie je de wens groeien om de binnensteden te vergroenen. Veel grote Duitse steden overwegen een dieselverbod in het centrum. Dan moet je je goederen voor de last mile op een alternatieve manier vervoeren. Ook daar kunnen wij een rol in spelen. We hebben de trend mee.”

Houd je aan de Duitse spelregels

Het is wellicht een cliché, maar Blauw benadrukt dat het erg belangrijk is om Duits te spreken wanneer je verder wilt komen. “Dat heb ik wel gemerkt. Zeker wanneer je met je Nederlandse pragmatisme en flexibiliteit stuit op hiërarchie.” Nederlanders kunnen daardoor sneller reageren op veranderingen, zegt hij. “Dat kan in je voordeel werken, mits je je aan de Duitse spelregels houdt. Doe je dat niet, dan ben je gezien.”

Directheid voerde hij ook in binnen zijn eigen bedrijf. ‘Herr Blauw, zo heet mijn vader’, vertelde hij zijn medewerkers. “Mensen kunnen gewoon bij mij binnenlopen, en ik wil de beslissingen daar neerleggen waar ze genomen moeten worden. Niet voortdurend mensen op hun kop geven.” Zijn medewerkers pakken het positief op, zegt hij. “We vierden onlangs dat er twee mensen al 15 jaar in dienst zijn. Dat vind ik een goed teken!”