Afwachtende houding in het noorden staat samenwerking Nederland en Duitsland in de weg

Noord-Nederland viert 40 jaar samenwerking met de Duitsers via de EDR. Directeur Karel Groen telt zijn zegeningen, maar blijft tegelijkertijd kritisch. "We laten zoveel liggen, er is veel meer mogelijk."

Het grensoverschrijdende samenwerkingsverband de Eems Dollard Regio (EDR) bestaat 40 jaar. De noordelingen vieren dat woensdag met 300 gasten net over de grens bij Emmen in de Alte Kesselschmiede in Papenburg, een voormalige loods waar schepen werden gemaakt. De katrollen hangen nog aan het plafond, vertelt directeur Karel Groen.

In die entourage beleven de vele partners van de organisatie een podiumdiscussie en een kleine beurs waar 25 projecten zich voorstellen. Belangrijke thema’s zijn bio-economie, maritiem en de ‘Arbeidsmarkt Noord‘ waar ook onderwijsinstellingen uit beide landen in meedoen.

Glas is halfvol

Natuurlijk wordt er vandaag teruggeblikt op 40 jaar EDR, maar Groen kijkt liever vooruit. “Samenwerken over de grens is niet vanzelfsprekend, zeker gezien onze geschiedenis. Het is altijd in kleine stapjes gegaan.” Daarnaast is het noorden dunbevolkt en liggen er geen grotere steden direct aan de grens. “Dat maakt het allemaal niet eenvoudig en toch wil ik vandaag vooral naar een glas kijken dat halfvol is.”

Hij wijst op de waardering uit Brussel. “Waar in andere regio’s de subsidies werden teruggeschroefd, is het bij ons voor de komende 4 jaar met een derde verhoogd.” Volgens de directeur komt dat omdat de EU veel potentie in de regio ziet. “Men ziet dat we hier wel goed kunnen samenwerken, denk maar aan thema’s rond de Energiewende waar aan beide kanten van de grens veel kennis over beschikbaar is.”

Noordelingen te afwachtend

Toch is Groen kritisch. Uit de vele projecten valt veel meer te halen en dat vraagt om betrokkenheid, zegt hij. “Ik merk dat in de politiek dossiers als de gemeentelijke herindelingen en de aardbevingen veel energie opzuigen.” Wanneer beide regio’s beter van elkaar willen profiteren, dan moet er meer initiatief genomen worden, zegt hij. “Natuurlijk, er gebeurt al veel. Maar men is hier en in Duitsland nog veel te afwachtend.”

Een goed voorbeeld van waar kansen blijven liggen, is volgens Groen de reactie op de zoektocht naar een locatie voor de batterijfabriek van de Amerikaanse autofabrikant Tesla. “Een mooie kans voor de regio. Maar dan gaat de Eemshaven in Nederland lobbyen, en dan hoor ik dat het Duitse Emden ook met een initiatief komt. Denk je dat meneer Musk op een afstandje het verschil kan zien? Samen hadden we het verschil kunnen maken.”

Veel te winnen rond werken in Duitsland

Ook is er nog veel te winnen op de arbeidsmarkt. In Noord-Nederland is de werkloosheid veel hoger dan in Emsland waar het onder de 4% ligt. Toch blijkt het niet simpel om Nederlanders in Duitsland aan het werk te krijgen, ondanks EDR-projecten als Arbeidsmarkt Noord. “We moeten de ingewikkelde regelgeving niet als excuus gebruiken, zoals dat het lastig is om over en weer diploma’s te laten erkennen. Het duurt gewoon lang voordat je meters kunt maken op dit dossier.”

De laatste jaren is veel onderzoek gedaan naar waar het vaak misgaat rond werken over de grens. vertelt de directeur. “Er ligt nu een mooi rapport met goede aanbevelingen. Ik hoop dat Matthijs Huizing van Actieteam Grensoverschrijdende Arbeid & Economie van de nieuwe regering snel een mandaat krijgt om daarmee aan de slag te gaan.”

Een van de oorzaken van de trage besluitvorming is dat instanties in beide landen elkaar moeilijk weten te vinden en anders te werk gaan, zegt Groen. “Dan is er een overleg over grensoverschrijdende samenwerking in Utrecht, alleen met Nederlandse partners. Ik heb liever dat we dat ergens aan de grens doen met de Duitsers zelf. Alleen dan kom je verder.”

Op de trommel slaan

Het hoge noorden in Nederland en Duitsland hebben samen veel gemeen. Vooral de afstand tot de macht zit hen nog wel eens dwars. Den Haag is ver weg, maar Hannover als deelstaathoofdstad van Nedersaksen ook. “Door die fysieke afstand moeten we hard op de trommel slaan. En waar ik Nederlandse instanties wil aansporen om aan de slag te gaan, geldt dit net zo goed in Duitsland. Er is zoveel meer mogelijk.”