Kilometers rijden voor een streepje wifi in de Duitse bossen

Wanneer je honger naar wifi groter wordt dan naar een schnitzel, weet je zeker dat je in Duitsland bent.

Psychologen hanteren doorgaans de beroemde Piramide van Maslow om de basisbehoeften van de mens in te schalen. De brede belangrijkste basis onderaan de piramide vormen lichamelijke behoeften als eten en drinken. Daarna volgen veiligheid, sociaal contact erkenning en zelfontplooiing.

Grappenmakers hebben om de moderne mens te typeren de piramide uitgebreid. Nog onder het van levensbelang zijnde eten en drinken zou een nieuwe laag horen; het verlangen naar wifi.

Schuchter wezen

Hoe weelderig Nederland bedekt is met openbaar draadloos internet, merk je pas als je in Duitsland onderweg bent. Alles heeft te maken met de houterige Duitse wetgeving die uitbaters van horeca en openbare gelegenheden aansprakelijk stellen voor illegale internetactiviteiten van hun klanten. Enkele flinke rechtszaken hebben de Duitser online tot een schuchter wezen gemaakt. Zodra een Duitser een muis hanteert, doemt direct het angstbeeld op om voor iets aangeklaagd te kunnen worden.

In mijn woonplaats Berlijn heb ik er weinig last van. Thuis en op de redactie staat niets mij een vrije toegang tot het internet in de weg. Het opslaan van documenten, het zoeken naar belangrijke informatie, het bijhouden van de agenda: mijn beroepsleven is ongemerkt opgeslokt door de wolken, of zoals de Engelsen het zeggen: the cloud.

De moderne piramide van Maslow.

Wachtwoord geserveerd bij een schnitzel

Toen ik een paar dagen de hectiek van de Duitse hoofdstad wilde ontvluchten in het lommerrijke Thüringer Wald, werd me hardhandig duidelijk gemaakt hoezeer ik de laatste tijd op een wolk had geleefd. Het prachtige vakwerkhuisje waar ik verbleef beschikte over een fax. Niet over internet.

Ik had me mentaal er op ingesteld om meer offline te zijn. Maar na een paar dagen kietelde de drang om in mijn mailbox te kijken steeds nadrukkelijker. Gelukkig beschikte het onovertroffen schitzelrestaurant van het dorp over wifi. Met het bestellen van een dikke Duitse lap platgeslagen vlees op een bed van Bratkartoffeln kreeg ik het wachtwoord op een briefje. Ik kon mezelf weer even geruststellen.

Tien minuutjes maar

Om de toegang tot internet niet telkens met een omvangrijke schnitzel te hoeven betalen, zocht ik naar een netwerk in de regio dat mijn maag minder zou belasten. Via een streepje bereik vond ik met mijn telefoon een hotel kilometers verderop. Een klassiek chalet versierd met bloembakken doemde op achter de eindeloze rijen boomstammen.

Ik bestelde een tosti. De vriendelijke gastvrouw verwees me naar de receptie waar haar man mij de toegang tot internet zou kunnen verschaffen. De hoteleigenaar van rond de zeventig jaar keek me meewarig aan. Werken, in een hotel-restaurant, vroeg hij me turend over zijn leesbril. Ik knikte bevestigend en vertelde hem dat het even een korte blik naar mijn elektronische post betrof. Tien minuutjes zou het hooguit duren. Hij schudde gedecideerd zijn hoofd. Nee, werken bezorgt onrust.

Nein

Ook bij extra aandringen bleekt hij niet te vermurwen. Ik probeerde hem deelgenoot te maken van mijn noden, want het was mijn enige toegang tot internet in de wijde omgeving. Dat het om belangrijke post gaat en dat ik daar toch niemand mee stoor? De uitbater schudde nogmaals zijn hoofd en opperde korzelig dat ik wellicht naar een tankstation kon rijden.

Vertwijfeld liep ik naar buiten. Turend naar de lucht tussen de Thüringse dennenbomen door, leken de wolken verder weg dan ooit. Hier geen moderne fratsen. In Oost-Duitsland is de belangrijkste behoefte voedsel gebleven.

 

Deze column verscheen eerder in het RD.

 

Lees ook:

Zo konden we het Nederlandse imago gelukkig nog een beetje redden

Lachen met de Duitsers

Berlijn: de stad die nooit af is

Fietsles