Nederlanders moeten ophouden te zeggen dat fietsen in hun dna zit

De clichéplaatjes van Nederland gaan de wereld over; stijlvolle omafietsen langs de Amsterdamse grachten, voorovergebogen Friesen die op hun stalen ros tegen de wind in beuken, of een bakfiets vol met vrolijke kinderen. Nederlandser kan het niet, toch? Juist van die beelden hebben ze in Duitsland last, zegt de directeur van de Duitse fietsersbond.

Gek genoeg hebben de fietsers in Duitsland last van deze ‘Hollandse plaatjes’, zegt Burkhard Stork, directeur van de Duitse fietsersbond ADFC. Als hij in zijn land pleit voor betere fietsinfrastructuur en daarbij voorbeelden aanhaalt uit Denemarken of Nederland, krijgt hij hij vaak voor zijn voeten geworpen: ‘Ja, maar dat zit in het dna van die Hollanders’.

“Dat maakt me zo woedend”, zegt Stork. “Alsof de Nederlanders zo’n grappig volkje zijn die de curieuze gewoonte hebben om overal de fiets voor te pakken.” En dus moet de directeur maar al te vaak uitleggen dat die Hollanders helemaal niet zo raar zijn, maar dat ook de Duitsers profiteren wanneer ze vaker de fiets zouden pakken.

“Jullie fietsten vroeger ook niet massaal. In Nederland is het in de jaren ’70 een hele duidelijke politieke beslissing geweest om te investeren in fietsinfrastructuur. En omdat de omstandigheden nu zo goed zijn gemaakt, zijn jullie zulke fervente fietsers geworden. Dat moet bij ons in Duitsland ook gebeuren.”

Leren genieten van de stad

Stork bezocht afgelopen maand de VeloCity in Arnhem en Nijmegen, een groot fietscongres waar politici van over de hele wereld op af kwamen. Rondom het event werd veel gefietst, en daar zag de ADFC-directeur de dagelijkse praktijk in Nederland zoals hij het in Duitsland ook wil hebben. “Natuurlijk heb ik de geweldige infrastructuur bewonderd, maar het allermooiste is dat je in Nederland zo ontspannen kunt fietsen. Het is een genoegen! En daardoor fietst iedereen bij jullie; ook de ouderen, de kinderen en allochtonen. Dat hebben we in Duitsland niet.”

Nederland heeft decennia geleden al het politieke besluit genomen om goede omstandigheden voor de fiets te scheppen en hiermee een voorsprong opgebouwd ten opzicht van veel landen. Op de vraag waarom daar in Duitsland anders over gedacht wordt, slaakt hij een diepe zucht. “Velen geven direct de schuld aan de autolobby. Maar dat vind ik te makkelijk. Het is vooral dat de meeste politici domweg niet snappen welke voordelen de fiets biedt. Voor de stad, voor de stadbewoners, maar ook bijvoorbeeld in het oplossen van files.”

Wat volgens Stork ook meespeelt is dat veel Duitsers de stad niet zien als een fijne verblijfplaats. “Voor velen heerst het ideaal om buiten de stad te wonen in een vrijstaand huis in het groen. De stad is zoals de Engelsen dat zeggen ‘to go through, not to go to‘.” Daardoor accepteert men eerder auto’s in het stadscentrum, zegt hij. “Nederlanders hebben ontdekt dat je ook binnen de stad kunt genieten, wanneer je de omstandigheden verbetert. Dus autovrije zones en veel groen”

Duitsland wacht op de grote doorbraak

Waar de gemiddelde Nederlander jaarlijks 1.000 kilometer trapt, blijft de Duitser met 300 kilometer nog ver achter. Maar intussen ontdekt ook de Duitser steeds vaker de fiets als vervoersmiddel. “Het is niet meer meer een kleine niche van hobbyisten en inmiddels is het ook een groot thema in de media. Dus er is zeker iets gaande.”

Toch is Duitsland nog ver verwijderd van de grote doorbraak van de fiets, denkt Stork. “Voor verreweg de meeste forensen speelt de fiets geen rol. Met stropdas op de fiets is nog niet normaal, daarom kom ik altijd demonstratief in pak naar afspraken op de fiets. Om te laten zien dat dit ook kan.”

Om die verandering op gang te brengen eist Stork een andere houding van de Duitse politiek. “De verkeersplanners denken nu: er komen meer auto’s, dus we hebben meer asfalt voor auto’s nodig.” Volgens hem is dat de verkeerde manier van denken. “Als je bruggen gaan bouwen waar mensen de rivier over zwemmen, komt er nooit een brug. Want mensen zwemmen niet de rivier over. Je moet eerst fietspaden aanleggen, dan komen de fietsers vanzelf. Dat heeft het verkeersbeleid in Nederland wel bewezen.”

Kansen voor Nederlandse bedrijven

Vervoer wordt steeds individueler en daarom moet de Duitse politiek de fiets gaan zien als deel van de oplossing, zegt Stork. “Ik wil heus niet verstokte automobilisten dwingen te gaan fietsen, maar hen wel laten zien dat voor korte afstanden de auto lang niet altijd de beste optie is.” De directeur vindt dat de politiek daarin duidelijker het voortouw moet nemen.

Daarvoor moet de Duitse verkeerspolitiek wel veranderen, vindt Stork. “Er is moed voor nodig om bewust te zeggen dat de fiets er bij hoort. Dat extra autosnelwegen in de stad niet nodig zijn. Dan doe je wat voor je stad.”

Om die boodschap in Duitsland te laten landen, kan Stork alle hulp uit Nederland gebruiken. Grote iconische projecten als de Hovenring in Eindhoven maken indruk, zegt hij. “Maar er is veel meer mogelijk. Via de Dutch Cycling Embassy verkennen al veel Nederlandse ingenieursbureaus de Duitse markt. Er liggen al veel kansen, ook al wachten we nog op de doorbraak. Maar dan moeten jullie wel net als de Dutch Cycling Embassy stoppen met het verhaal dat fietsen in jullie dna zit.”