Die Tolle Woche

Hoe projecten voor elektrisch rijden grandioos mislukken of met vlag en wimpel slagen

De naderende revolutie van elektrisch rijden levert mislukkingen en successen op. Emobility-expert Henk Meiborg deelt een aantal Tops en Flops: waarom gaan sommige veelbelovende projecten zo de mist in? emmy-Schwalbe-1

In Berlijn zie je overal de elektrische deelscooters van COUP (Bosch) en EMMY (Berlijnse startup) rijden, en het concept ‘e-scooter sharing‘ verspreidt zich steeds verder over Duitsland. Na de hoofdstad rijden de rode scooters van EMMY nu ook rond in Hamburg, Stuttgart, Mannheim en Düsseldorf. De zwart-groene COUP’s rijden sinds enkele maanden alleen in Berlijn en Parijs rond.

In Nederland zijn de deeldiensten ook in opmars, in Amsterdam kennen we de Smarts van Car2Go (Daimler). Een mooi voorbeeld van hoe je succesvol een Mobility As A Service (MAAS) opbouwt. En de EMMY’s hebben een klein Nederlands tintje, de verwisselbare accu’s zijn ontwikkeld door het Nederlandse Cleantron.

Sinds voorjaar 2017 rijden overal in Berlijn de deelscooters van COUP. Foto: COUP

 

Projecten voor elektrisch rijden: mislukking of succes?

Zo eenvoudig is het niet om goede oplossingen voor elektrisch vervoer op te zetten. Daarom een paar geslaagde en mislukte projecten op een rij.

TOP: MMS Concept

Als onderdeel van het grotere project Modellregion Niedersachsen begon ondernemer Matthias Schmidt enkele jaren geleden met het aanbieden van toertochten door de Hartz op elektrische motoren.

Na afsluiting van het subsidieprogramma doet MMS dat nog steeds, inmiddels met de elektrische maxi-scooters van BMW. Een groeiend publiek maakt bij Schmidt voor het eerst kennis met elektrische motoren. Dat is ook de reden dat MMS inmiddels de producten ook kan verkopen.

FLOP: batterijfabriek in Geesthacht

Omdat in 2010 e-mobility hoog op de agenda was gezet door de Duitse regering, staken een Lübecker professor in de chemie en een ondernemer uit Beieren de koppen bij elkaar en richten zij samen ECC op in Geesthacht bij Hamburg. Het doel was om cellen te produceren in Duitsland die als basis dienen voor de accu’s in elektrische auto. Onder andere de eerste prototypes van de Streetscooter uit Aken (ook een TOP), inmiddels van de Deutsche Post, hadden accu’s opgebouwd uit deze cellen.

Alleen het uitblijven van de groei van de markt zorgde ervoor dat de samenwerking tussen noord en zuid strandde en dat de fabriek na een slepende insolventieprocedure werd verkocht. Van de 400 verwachte arbeidsplaatsen zijn er nog zo’n 20 over. En de Duitse autobouwers? Die kopen hun cellen vooralsnog in het verre Oosten.

FLOP die TOP had kunnen worden?: INEES van VW

Een alternatief voor het Vehicle2Grid-concept dat we kennen uit Japan. Onder de naam INEES testte Volkswagen samen met energiebedrijf Lichtblick een Vehicle2Grid-concept dat vergelijkbaar is met de projecten die we kennen van de Japanse e-auto aanbieders.

INEES van VW. Foto: Fraunhofer IWES | Werner

Conclusie; de Duitse (Europese norm) e-auto’s zijn technisch ook geschikt om aan te sluiten op het net, om vervolgens als accu voor zonne- en windenergie te kunnen worden gebruikt. Echter, men concludeerde ook dat het financieel niet interessant is om dergelijke technologie op grote schaal in te zetten.

Er is veel subsidiegeld verbruikt om tot deze conclusie te komen. Dit terwijl in Denemarken en Nederland studies met de Japanse techniek aantonen dat per jaar een meerwaarde wordt gerealiseerd tussen de 1.200 en 1.500 euro per auto. Is dit nu een echt een FLOP, of is dit weer een typische conclusie van de Duitse autoindustrie die over een aantal jaren alsnog een TOP wordt?

Tijdens de Duits-Nederlandse samenwerkingsweek Die Tolle Woche in Enschede is mobiliteit een belangrijk thema. Op donderdag 28 september wordt het congres Powering Mobility georganiseerd in de Grolsch Veste voor ondernemers uit Nederland en Duitsland.

Henk Meiborg is directeur van emodz en penvoerder van het PIB-programma 'e-mobiliteit van Amsterdam naar Berlijn'.