Dit echtpaar legt uit waarom Berlijn zo hopeloos blijft falen

Mopperen op het falende stadsbestuur van Berlijn is van alle tijden. Dit echtpaar legt uit waarom we voorlopig geen verbetering hoeven te verwachten.

Een oude truc van mij wanneer de Duitse trein bomvol zit, is om snel in de restauratiewagen te glippen. Ik ben zo’n Nederlander die te gierig is om een reservering van 4,50 euro te kopen. Een kopje koffie in de Bord Bistro is goedkoper en bovendien drinkbaar in tegenstelling tot een droge reservering.

Een maandje geleden paste ik deze tactiek toe toen ik zo’n overvolle ICE in Duisburg binnenstapte, op weg naar Berlijn. Waar de rest van de trein uitpuilde, genoot ik van de serene rust in de restauratiewagen. Een station verder stapte een ouder echtpaar in. “Mogen we u vergezellen?” De keurig geklede dame en heer schoven tegenover me aan mijn tafeltje. “Ook geen reservering?”

De gemeenschappelijke strategie schiep direct een band en mevrouw bestelde bier voor de hele tafel. Het paar was na een reünie in het Ruhrgebied op weg naar huis, in Lüneburg. Bij het horen van mijn reisdoel, moeten ze een beetje lachen. “Houd je het daar nog een beetje uit?”, vraagt mevrouw oprecht meelevend.

Weg uit Berlijn

Het werd het begin van een lang relaas over hun tijd in de Duitse hoofdstad. Ze hadden er tientallen jaren gewoond vanwege de aanstelling van meneer als professor economie, mevrouw werkte er als docent informatica. Vanuit West-Berlijn maakten ze de geïsoleerde positie van de stad mee, en alle veranderingen die de val van de Muur met zich meebracht. Na hun pensionering wilden ze nog maar één ding: weg uit Berlijn.

Weet je waarom, vraagt mevrouw zonder een antwoord af te wachten. “In Berlijn is niets goed geregeld.” Ik leg het cliché van het falende nieuwe vliegveld op tafel. Het lachertje van Duitsland, dat alle vooroordelen over pünktliche Duitsers doet wankelen.

Ambtenaren

Dat is maar één voorbeeld, zegt mevrouw. Voor de oorzaak daarvan moet je volgens haar terug naar de periode net na de oorlog. Ze vertelt over hoe het kapot geschoten West-Berlijn moest worden gevuld met mensen die een buffer konden vormen tegenover ‘het rode gevaar’. Immers, Stalin aasde op het eilandje in de DDR. “Wie in Berlijn kwam wonen hoefde niet in dienst, en maakte grote kans op een mooi overheidsbaantje zonder al te veel verantwoordelijkheden of taken.”

Meneer buigt zich voorover en vult zijn vrouw aan. “Dat trok natuurlijk veel pacifisten aan die liever feesten dan werken. Prima, maar je creëert er geen slagvaardig bestuur mee.” Hoofdschuddend leest hij in de kranten over de oplopende wachttijden in de stadsdeelkantoren in de hoofdstad. “Je moet weken wachten om iets kleins als een adreswijziging door te mogen geven.”

De emeritus-hoogleraar schudt de ene na de andere anekdote uit zijn mouw over hoe de ambtenarij in de Duitse hoofdstad vooral druk is met het heen en weer schuiven van stapels papier en het zetten van stempels. “En toen na de val van de Muur de collega’s uit de DDR erbij kwamen, deed dat niet per se de arbeidsmoraal stijgen.”

Berlijn blijft ouderwets

Volgens het echtpaar van rond de tachtig is het de ideale bodem voor het vormen van een stroperig ambtenarenapparaat. “Daardoor blijven ze maar ouderwets”, zegt mevrouw die in haar werk altijd al bezig is geweest met digitalisering. “Hopeloos hoe ze in Berlijn maar blijven vasthouden aan papier. Zelfs bij ons op het ‘platteland’ gaat het beter.”

Dat Berlijn zich inmiddels profileert als de digitale hoofdstad van Duitsland en dat de startupwereld steeds belangrijker wordt, is hen niet ontgaan. “Dat wordt een leuke botsing”, zegt meneer lachend. De falende overheid was voor hen een belangrijke reden om de Duitse hoofdstad te verlaten.

Komt het ooit nog goed?

Ze moeten allebei een beetje lachen om mijn misschien wat naïeve vraag. Ach, Berlijn heeft zo zijn eigen methodes om problemen op te lossen, zegt meneer. “Voor elk probleem wordt een nieuwe ambtenaar aangesteld. Inclusief een kastje en een muur.”