Wat de Nederlandse branche voor windenergie kan inbrengen in Duitsland

De Nederlandse windsector wordt volwassen en wil daarom nu herkenbaarder worden voor de grote Duitse markt. Bestuursvoorzitter Hans Timmers van brancheorganisatie Nederlandse WindEnergie Associatie (NWEA) legt uit welke strategie de Nederlanders volgen.

Duitsland geldt wereldwijd als voorloper in het overstappen van fossiele energie naar duurzame energie. De Duitse skyline is inmiddels bezaait met windmolens. In Nederland wordt naar verhouding veel minder windenergie geproduceerd. Toch is de Nederlandse windenergiebranche in opkomst en voor de groei kan niemand om Duitsland heen.

Hans Timmers is bestuursvoorzitter Nederlandse WindEnergie Associatie (NWEA). Hij vertelt wat daar achter zit.

Nederland leert van koploper Duitsland

Hans Timmers. Foto: NWEA

Duitsland is sinds de Energiewende enorm bezig met windenergie. Wat kan een kleine buurman als Nederland dan nog toevoegen?

Nederland heeft slim geleerd van hoe het werkt in Duitsland. Windenergie is in Nederland veel later op gang gekomen, daarom hebben we goed kunnen kijken naar hoe Duitsland het heeft aangepakt. Wat zijn de stimulatiemechanismes die de overheid inzet? Hoe grootschalig gebeurt dat en welke rol is er weggelegd voor de burger die vlakbij de windmolen woont?

Daarbij leren we van de koplopers. Bij wind op land zie je dat Duitsland met grote tenders werkt, waar burgers veel meer de macht hebben. De procedure moet van onderop worden opgezet waarbij omwonenden zo vroeg mogelijk betrokken raken. Burgers participeren daarbij financieel en delen in de lasten en lusten.

Nederland kiest nu vooral voor wind op zee, zeker in de offshoretechniek hebben we Duitsland veel te bieden.

Wat doen Nederlandse bedrijven nu al in Duitsland?

Wij hebben 300 grote leden in de gehele supplychain. Traditioneel zijn de bedrijven die betrokken zijn bij wind op land op ons eigen land gericht. Maar bedrijven worden internationaler, wij zijn uitwisselbaar met Nederland en Duitsland. Duitse bedrijven tonen steeds meer interesse voor Nederlandse tenders voor wind op zee.

Grote Duitse partijen als EnBW en ProWind kijken naar Nederlandse die ervaring hebben met Duitse projecten. Voor wind op land komen Duitse bedrijven naar Nederland. Maar op zee participeren veel Nederlandse bedrijven in grote Duitse projecten. Verder zijn we met een bedrijf als Tennet leading in kabeltechnologie.

Raar dat er geen lijn naar Groningen ligt

Waar liggen de kansen in Duitsland?

Een grote kans is de interconnectie tussen landen. Het inspelen op elkaars pieken en dalen. Er ligt bijvoorbeeld nu een Duits windpark boven Groningen, maar er ligt geen verbinding met Nederland. Dat is heel raar. Er zijn dus hele grote synergievoordelen voor de toekomst. Verder zien we toekomst in de waterstofeconomie. Er zal opslag moeten komen voor de nieuwe vormen van energie, een elektriciteit feed stock voor de industrie.

Wie kan daar wat mee?

Met name Noord-Nederland en de Nederlandse havens. Daar kunnen we een voortrekkersrol in spelen voor bijvoorbeeld Hamburg. Nederlanders en Duitsers moeten elkaar veel meer opzoeken.

Leg eens uit?

Duitsland heeft een langjarige ervaring in het onshore bouwen van windmolens en hoe je daarbij de burger betrekt. Nederland heeft de ervaring met offshore. Daarin kunnen we elkaar helpen. Ook zie je steeds meer Duitse studenten in Nederland komen om de technieken voor offshore te leren, en Nederlandse studenten gaan naar Duitsland. Dat gaat ons enorm veel synergievoordelen opleveren. En dan heb ik het nog niet eens gehad over de grote Duitse energieconcerns met Duitse dochterbedrijven in Nederland zoals RWE en Eon.

Nederland wil herkenbaar worden als windland

Toch hebben jullie als NWEA de Dutch Village opgericht om de krachten van Nederlandse bedrijven te bundelen op beurzen. Waarom is dat nodig?

We kunnen nog veel meer uit onszelf halen door beter samen te werken. De brancheverenigingen NWEA, IRO en Netherlands Maritime Technology (NMT) bundelen hun krachten in deze Dutch Village. We scheppen hiermee een verzamelplaats voor overheden en het bedrijfsleven, we zijn een merk voor handelsmissies en staatsbezoeken. We waren te veel versnipperd en kunnen zo herkenbaarder worden in de markt. Het gaat niet zozeer om de grote jongens, we willen vooral de Nederlandse mkb’ers clusteren en Nederland op de kaart zetten als windland.

Waar gaat dat gebeuren?

Onze belangrijkste stip aan de horizon is nu de Hamburg Messe waar de Wind Europe Conference wordt georganiseerd. Een echt internationale beurs met 1.400 exposanten en 35.000 bezoekers. Dat is zo groot, en dus was ons duidelijk dat je dan op één plek moet staan. Wij staan met de Dutch Village in Hal 7 en hebben tot 1.000 m2 voor onze bedrijven.

Welke Nederlanders gaan we er tegenkomen?

Heel breed; van schepen, olie en gas als toeleverancier. We trekken samen op met de ministeries. Deze stap hoort bij een sector die volwassen wordt. En NWEA verzamelt de bedrijven. We voeren als slogan; Wind Water Works, daarmee betrekken we het maritieme aspect erbij.

Nederlandse windsector moet beter communiceren

Hoe kan je daarmee beter de Duitse markt bereiken?

We moeten dus herkenbaarder zijn. We werken nu op brancheniveau samen. In Duitsland zijn de werelden van on- en offshore nog erg gescheiden. Wij moeten goed in beeld hebben wie waar zit in Duitsland. Voor velen is Duitsland nog te veel onbekend terrein. Maar we weten ook dat de Nederlandse automotive veel zaken doet in Duitsland, die rol zien we voor ons ook. De connecties liggen er al via bedrijven als Innogy, Vestas en Siemens. Maar vooral voor het mkb zijn er nog veel voordelen te halen.

Hoe kan je die voordelen benutten?

Belangrijk is om beter met elkaar te communiceren, weet van elkaar wat je kunt en waar je elkaar aanvult. Daarvoor zijn beurzen een goed platform.

Wat zijn de stappen die de komende tijd worden gezet?

De eerste en grootste stap is de beurs in Hamburg. Daarna volgt in 2019 de Husum Wind. Zaak is om ons te positioneren als grote windspeler. We hadden eind 2017 een grote beurs in Amsterdam, daar was al veel belangstelling vanuit Duitsland. Dat loopt al heel natuurlijk, dat geeft aan hoeveel potentie er is. En Duitsland is ook de brug om de hele over te gaan.

Vertel?

Bedrijven worden steeds internationaler. Offshore liggen er grote klussen in Azië en andere Europese landen. En let op de Baltische Zee, daar gaat heel veel gebeuren. Maar ook New York is druk met windprojecten. Het is een beweging die wereldwijd aan het ontstaan is. Het gaat zo hard. Wat bijvoorbeeld Duitsland er in één jaar bij ontwikkelt, dat is de volledige capaciteit van Nederland. Maar uiteindelijk zal het verschil in totaal opgesteld windvermogen offshore worden gemaakt.

Kansen in waterstof

Vaak zijn sectoren sterk in een bepaalde regio, waar vinden we de windenergie?

Offshore vind je vooral rond onze havens; Groningen, Den Helder, Vlissingen, Rotterdam, Amsterdam en we hebben een goede connectie met de havens in België. Onshore is veel meer verspreid door heel Nederland. De Randstad is daarbij de grootste qua dynamiek, maar ook aan de grens zijn allerlei bedrijven actief.

Welke trends in windenergie moeten we de komende jaren in de gaten houden?

We letten heel erg op waterstof. Dat is nu nog kleinschalig, maar we zien hier veel kansen voor de Noordzee in bijvoorbeeld het opslaan van waterstof. Deze ontwikkeling is een logisch vervolg op het hernieuwbaar worden van de energiebehoefte. Deze niche is zich nu aan het ontwikkelen. Duitsland kijkt bijvoorbeeld nu naar Groningen met wat daar gebeurt met energieopslag, waar Google het datacentrum heeft neergezet. De waterstofeconomie wordt belangrijk voor ons. Er gaat veel stroom aan land komen in Groningen, Den Helder en IJmuiden, daar liggen mogelijkheden.

Duitslandnieuws