Hoe Duitsland je ongemerkt omtovert in een knalgele kanarie

Duitsland zorgt ervoor dat ik langzamerhand transformeer in een knalgeel gevaarte op de weg. Want als de kanarie schat ik mijn overlevingskansen groter in.

Hoe overleef je als Nederlandse fietser in autominnend Duitsland, waar je je tussen al het geraas soms waant als de kanarie in de kolenmijn. Misschien moet je je daarvoor een beetje aanpassen, dacht ik. Dat begint met observeren.

De typische Duitse fietser herken je op kilometers afstand. Helm stevig om de schedel gebonden, een kleurrijk comfortabel fietspak alsof de bestemming bovenin de Alpen ligt, blinkende oranje reflectoren tussen de spaken, en een super onhandige ijzeren mand bovenop de bagagedrager. Onhandig? Vraag het maar aan de talloze fietsers die ik ter aarde zag storten toen ze er hun been overeen probeerden te zwaaien terwijl ze er een rugtas of zelfs koffer rechtop in hadden gezet. Ninjabewegingen die slechts voor een enkele Noord-Europeaan zijn weggelegd. Normale mensen lukt dat niet.

Een Nederlandse fietser is trouwens ook makkelijk waar te nemen. Roestige rammelbak, is op de fiets druk bezig met activiteiten waarbij fietsen bijzaak is. Bijvoorbeeld het transporteren van kinderen, goederen, boodschappen of echtgenoten, of het voeren van een WhatsApp-gesprek of een uiterst belangrijke conference call. De kledij heeft bij voorkeur niets met fietsen te maken. Wie een helm draagt daalt hard in aanzien. En tegenwoordig heb je als Nederlander ook zo’n super onhandig melkkrat voorop de fiets, waardoor je nergens fatsoenlijk kunt parkeren. Je valt er trouwens niet van om.

Niet bereid tot integratie

Als kersverse allochtoon was ik nauwelijks bereid tot integratie op dit gebied. De kloof tussen deze twee werelden is groot. Een helm dragen? Dat nooit! Eerst uit principe, maar stiekem toch ook uit angst voor de hoon van landgenoten. Toch sluipen de veranderingen er geruisloos in.

Als eerste moet je je rijgedrag aanpassen. Een seconde van onachtzaamheid kan tot ongelukken leiden. Maar weinig mensen zijn voorbereid op fietsers die fietspaden gebruiken. Auto’s proberen dwars door je heen te rijden. Ouderen schrikken zich een hoedje zodra ze een fiets waarnemen, terwijl de fiets toch echt een Duitse uitvinding is.

Opletten dus, maar ook assertiviteit helpt je verder. Op bepaalde kruisingen is het nu eenmaal handiger om je te gedragen als automobilist. Wanneer er geen fietspad is, maak je breeduit gebruik van de weg. Liever een gefrustreerde toeteraar achter je, dan een openzwaaiende autodeur in je snuit. En mocht het echt te gevaarlijk worden op de weg, dan is uitwijken naar de stoep soms de enig overgebleven mogelijkheid.

De geruisloze transformatie tot kanarie

Uiterlijk veranderde lang niets aan me. In het begin keken veel Duitsers nog raar op als je in een net jasje kwam aanfietsen, maar inmiddels wordt dat ook hier steeds normaler. Ook de tijden dat je in de winter vooral Nederlanders zag fietsen, lijken definitief voorbij. De Berlijner fietst steeds vaker het hele jaar door.

Maar sinds deze winter zie ik er toch een beetje anders uit. Eerst was daar de regenhoes voor de rugzak, sinds het steeds vaker lijkt te regenen. Het neongeel was toeval, maar ik voelde me toch een stukje veiliger op de wegen waar fietspaden ontbreken en auto’s rakelings langs je razen. Toen ik handschoenen uitzocht, werden het toch maar de gele. Die vallen mooi op bij je hand uitsteken in het donker. Mijn blauwe muts kan ik voor de donkere uurtjes omdraaien, en dan is hij ook geel.

En daarmee heb ik me ongemerkt een beetje aangepast aan de Duitse fietsers, die de afgelopen jaren sterk zijn vergeeld om beter op te vallen in het donker. Sinds de recente dodelijke ongevallen met fietsers die over het hoofd waren gezien door vrachtwagens, voel ik me als gele kanarie toch een stukje veiliger in het duister.