Waarom Nederlandse bedrijven met fietskennis niet makkelijk projecten scoren in Duitsland

Nederlanders staan wereldwijd bekend als fervent fietsers. Toch is die voorsprong niet altijd makkelijk om te zetten in mooie projecten in Duitsland, vertelt verkeersdeskundige Ruben Loendersloot. Zelfs niet nu de Duitsers meer gaan fietsen.

Bij directeur Ruben Loendersloot van Loendersloot Groep uit Nijmegen vallen de thema’s ‘fietsen’ en ‘Duitsland’ mooi samen, vertelt hij. “Als je opgroeit in Arnhem dan is Duitsland nooit ver weg, mijn ouders namen me vroeger al mee naar Bocholt en Emmerich. Via mijn hobby als motorrijder heb ik in Duitsland mijn vrouw leren kennen. En dankzij mijn werk werd ik steeds vaker ingeschakeld in Duitsland op het gebied van elektrisch OV en fietsvraagstukken.”

De afgelopen jaren groeide zijn bedrijf uit van een eenmanszaak naar een verkeersadviesbureau met 8 werknemers en bleek het Dutch Bicycle Centre (DBC) in het Honig-complex in Nijmegen de meest inspirerende omgeving voor hem en zijn collega’s. “We geven advies op het gebied van parkeren tot aan het herinrichten van een stationsgebied. Maar de fiets blijft altijd een centraal thema.”

Loendersloot werd daarnaast partner bij het Berlijnse adviesbureau Team Red waar hij de kennis over fietsinfrastructuur uit Nederland inbrengt. In die rol begeleidde hij een uitwisselingsproject tussen de steden Berlijn en Amsterdam om de kennis over fietsen te delen. Sindsdien is hij ook lid en inmiddels bestuurslid van de belangenvereniging Dutch Cycling Embassy, voor wie hij in het bijzonder de ontwikkelingen in Duitsland in de gaten houdt.

Blik verruimen in Duitsland

De fiets is inmiddels in een groot thema in autoland Duitsland. En voor het aanpassen van de infrastructuur geldt Nederland bij experts als een lichtend voorbeeld. En die voorsprong kunnen Nederlandse ondernemers benutten door kennis over te brengen over beleid, zegt hij. “Het verruimen van het blikveld bij Duitse verkeersdeskundigen is van grote toegevoegde waarde. Je kunt oplossingen aanreiken die in Duitsland niet direct voor de hand liggen.”

Zo mocht Loendersloot onlangs in Essen op een grote fietsconferentie een presentatie geven vanuit de Nederlandse invalshoek. Dat deed hij door de ‘fietsstraat’ in beide landen naast elkaar te leggen. “Duitsers plaatsen een bord, noteren het in de ‘Straßenverordnung‘ en dat is het dan. Maar zonder handhaving schiet het niet zoveel op, daar kan je dan het Nederlandse beleid tegenover zetten.”

Nederlandse fietskennis niet simpel om te zetten in Duitse projecten

De vraag naar fietskennis in Duitsland is groot, door het hele land duiken nieuwe burgerinitiatieven op om de fietsinfrastructuur te verbeteren. Vaak wordt daarbij Nederland als voorbeeld genoemd. Toch profiteren ondernemers daar nog weinig van, ziet Loendersloot. “Allereerst moeten we daar de hand in eigen boezem steken. Zo was er laatst een groot e-bike festival in Dortmund. Dat is vlakbij, daar hadden we moeten zijn. Dan denk ik: verdorie, waarom weten wij dat niet?”

Dat heeft er ook mee te maken dat Nederlanders voldoende klussen hebben in eigen land, zegt hij. “Een project in Duitsland vergt toch heel veel extra inspanning, terwijl we het druk genoeg hebben.” Dan komt de vraag; wat levert het echt op? “Het wordt misschien niet meer dan een project waarop je je internationaal kunt profileren, daar moet je dan wel ruimte voor hebben.”

Tegelijk groeit de kennis hard in Duitsland omdat men in Nederland komt kijken, weet Loendersloot die vaak internationale werkbezoeken begeleidt. “En Duitse ingenieursbureaus kunnen ook gewoon een Nederlandse deskundige inhuren.”

‘Met enkel mooie Nederlandse praatjes redt je het niet’

Nederlandse ondernemers die wel werk zoeken in Duitsland raadt hij aan zich te focussen op een stad of een regio. “Probeer niet het hele land te verbeteren. Dat lukt je nooit.” Ook moet je extreem goed voorbereid zijn wanneer je op een project intekent. “Met enkel mooie Nederlandse praatjes en plaatjes ga je het niet redden. Kom met feiten en cijfers.”

Ook moet je goed snappen hoe de machtsstructuren werken, zegt Loendersloot. “Je kunt misschien een medewerker of ambtenaar overtuigen, maar diegene moet het ook hogerop in de hiërarchie kunnen verkopen. Dan moet alles kloppen.” Verder moet je inschatten wat het vertrekpunt is van de opdrachtgever. “Wellicht kom je met een prachtige superoplossing, maar is dat gewoon een paar stappen te ver en zoekt men een simpeler of minder optimaal antwoord.”

In Duitsland kom je de oerambtenaar nog tegen

Dat merkt Loendersloot als hij voor het Duitse bureau Team Red werkt. “De tarieven zijn in Duitsland lager dan in Nederland. Wij leggen het wel eens af tegen bureaus die een website hebben die oogt alsof het in de vorige eeuw gemaakt is.” Toch heeft dat bureau de opdracht gewonnen, omdat het beter aansluit bij de belevingswereld van de ambtenaar die de opdracht heeft uitgeschreven. “In Nederland is de ‘oerambtenaar’ al uitgestorven, in Duitsland kom je ze zeker nog tegen.”

Naast bestuurslid van de Dutch Cycling Embassy (DCE) is Loendersloot daar ook Duitsland-coördinator. “De afgelopen jaren was Duitsland een focusland. Nu komt de vraag op, is dat nog nodig?” Hijzelf blijft Duitsland nauwgezet volgen, de DCE heeft folders in het Duits en wordt ook vaak in Duitsland uitgenodigd op bijeenkomsten. “Maar het is zeker niet meer zo dat wij het enige gidsland zijn voor het fietsen.”