Waarom deze Beierse ondernemers grote interesse hebben in Nederland

Beierse ondernemers gaan volgende week op ontdekkingstour naar Nederland. Delegatieleider Martin Grossmann van het Beierse ministerie van Economische Zaken vertelt waarom Nederland zo interessant is voor hen.

“Goedemiddag!”, begint Martin Grossmann enthousiast het gesprek. Hij is hoofd van de afdeling internationalisering en beurzen op het Beierse ministerie van Economische Zaken, Energie en Technologie. Het Nederlands pikte hij op toen hij anderhalf jaar als ambtenaar werkte in Brussel. “Dat verwacht je niet, Nederlands uit Beieren.”

Nu mag Grossmann een delegatie van 20 Beierse bedrijven naar Nederland leiden. “Toen in 2016 de Rotterdamse haven zich op een heel professionele manier presenteerde op een bijeenkomst in München, hadden we al sterk het idee: we moeten naar Nederland.”

Verkeersmanagement in Nederland wereldtop

Het Beierse ministerie van Economische Zaken organiseerde in 2016 al een handelsmissie naar Nederland, toen lag de focus op medische technologie en werden er onder meer bezoeken gebracht aan Nijmegen, Eindhoven en Rotterdam. “Nu draait het meer om logistiek, milieutechnologie, energietechniek, informatie- en communicatietechnologie en chemie.”

Grossmann verheugt zich onder meer op het bezoek aan de Rotterdamse haven. “Maar ik wil ook wel erg graag die grootste fietsparkeergarage ter wereld in Utrecht zien. Dat zeg ik niet alleen omdat ik zelf graag fiets. De manier waarop Nederland het verkeer regelt binnen de stad, is wereldtop.”

Open kenniseconomie inspirerend voor Beierse ondernemers

Beieren wil betere contacten hebben met de Rotterdamse haven en het Nederlandse bedrijfsleven in het algemeen, zegt Grossmann. “Deels omdat Nederland voor veel van onze bedrijven een interessante afzetmarkt is. Maar ook omdat we er ook veel kunnen opsteken. De open kenniseconomie is ver ontwikkeld. Die transparantie en open manier van samenwerken tussen de verschillende partijen is erg inspirerend voor ons.”

Nederlanders zijn erg zelfbewust, vindt Grossmann. “Dat zijn we in Beieren ook. We hebben natuurlijk de beroemde grote industrie, het sterke en innovatieve mkb als ruggengraat en hoge investeringen in R&D.” Toch is dat niet meer voldoende, zegt hij. “De binnenlandse markt is voor zowel Nederland als Beieren te klein, dus moeten we wel bij elkaar kijken. Bovendien staan we samen voor open markten en strijden we samen tegen protectionisme.”

Het verbaasde hem in 2016 toen bijvoorbeeld in Nijmegen werd gezegd; ‘daarvoor moet je in Eindhoven zijn. Zij zijn daar beter in’. “Zoveel openheid en bereidwilligheid om samen te werken tussen bedrijven, overheden en wetenschap, dat is indrukwekkend. Nederlanders hebben dat als klein land automatisch in zich, ook in Beieren zien we steeds duidelijker dat die openheid een noodzaak is.”

Relatie voor de lange termijn

Grossmann wil graag met Beieren investeren in een goede relatie voor de lange termijn met Nederland. “Het Nederlandse consulaat-generaal in München speelt daarin een bijzonder belangrijke rol. Zij hebben een erg goede economische afdeling en we hebben goed contact met hen.”

Videoverslag van de handelsmissie in 2016, gemaakt door de Beierse delegatie:

Duitslandnieuws