Honorair consul in Bremen Hylke Boerstra: Het gaat hier juist heel goed

Bremen bungelt vaak onderaan alle lijstjes in Duitsland, toch komt het Nederlandse koningspaar op 6 maart 2019 juist hier naartoe. Honorair consul Hylke Boerstra vertelt vol vuur waarom het juist heel goed gaat met de Hanzestad.

Duitslandnieuws spreekt met regelmaat de honorair consuls voor Nederland in Duitsland. Na Willem van Agtmael in Stuttgart, Ernst Joachim Fürsen in Rendsburg en Christiane Vaeßen uit Aken nu Hylke Boerstra die als sinds 1999 de functie bekleedt in Bremen.

Exoot

Hylke Boerstra was net 4 jaar oud toen hij vanuit Nederland naar Bremen verhuisde. Zijn vader kreeg een baan bij de oprichting van de Duitse dochter van de Koninklijke Nederlandse Heidemaatschappij en nam dus zijn gezin mee. “Je ziet aan mijn naam wel dat ik Friese ouders heb, maar ik ben natuurlijk helemaal opgegroeid in het Duitse schoolsysteem”, vertelt hij in vloeiend Nederlands. “Dat spreek ik nog omdat mijn ouders altijd Nederlands en soms een beetje Fries zijn blijven praten. Daar gingen we ook veel op vakantie.”

Als kind profiteerde hij een beetje van zijn afkomst, zegt hij nu. “Ik was in die tijd in Bremen wel een beetje de exoot, en dat was alleen maar positief.” Boerstra beschouwt Bremen als zijn thuis en werd daar in 1999 als consul benoemd. Tot zijn 60ste werkte hij vooral Bremen.

Inmiddels is hij als mede-directeur ingestapt bij de Dr. Karl-Heinz Krämer-groep om in Hamburg de overname van vader op zoon te begeleiden. De onderneming omvat de tankerrederij Chemikalien Seetransport GmbH en het ingenieursbureau Marine Service GmbH een maritiem specialist met een focus op LNG (vloeibaar aardgas) en offshore windenergie.

Lange traditie

Het feit dat consulschap en werk nu in verschillende deelstaten liggen is niet schadelijk, zegt hij. “Veel gaat tegenwoordig per telefoon. Het gaat er om dat je een uitstekend netwerk hebt waarbij je de Nederlandse overheid en bedrijven kunt verder helpen.”

In 2009 werd Boerstra gevraagd om Schaffer te worden, een hele eer in Bremen. Een jaarlijkse Hanzetraditie sinds 1545 waar ‘zeelui en kooplieden’ samen aanschuiven bij de ‘Schaffermahlzeit‘ en drie Schaffers het woord mogen voeren. Aan tafel zitten 100 Schaffer, 100 gasten en 100 kapiteins. “In 2010 en 2011 mocht ik als gast erbij zijn, in 2012 werd ik Schaffer. Dat ben je dan ook voor het leven.”

Bremen staat bol van die oude tradities en is daar ook terecht trots op, vindt de honorair consul. “Tegelijk is het ook een zwakte om al te zeer te vertrouwen op de historie en daar tevreden mee te zijn, we moeten ook vooruit.” Dankzij zijn goede netwerk lukt het Boerstra wel om voor Nederlandse bedrijven en overheden deuren te openen in de Hanzestad.

Koningsdag

De honorair consul houdt het netwerk levendig door bij veel events aanwezig te zijn. Het veilen van de eerste Hollandse Nieuwe is zo’n traditie, maar Boerstra wordt ook regelmatig gevraagd het woord te voeren bij bijeenkomsten en beurzen.

Door jaarlijks Koningsdag te vieren samen met een bedrijf of instelling dat veel met Nederland heeft wil hij die bijeenkomst spannend houden. “Komend jaar wordt heel bijzonder, de Präsident van de Bürgerschaft, het deelstaatparlement, heeft gevraagd of hij komend jaar mede-gastheer mag zijn. Dat is natuurlijk erg mooi!” Vanouds is de band met Nederland in Bremen erg groot. “Dat gaat al terug naar de 11e eeuw toen Nederlanders hier de ommelanden kwamen droogleggen. De architect van het stadhuis is dezelfde als die van Leiden en ga zo maar door.”

Teloorgang

Toch heeft Bremen in de Duitse media een slechte naam. De stad prijkt vaak bovenaan lijstjes als het gaat om statistieken als werkeloosheid, armoede en criminaliteit. Boerstra stelt dat beeld graag bij. “Dat is een beetje een hobby van me. Maar ik doe het ook graag, want het is ook mijn grote overtuiging dat niet alles slecht gaat hier.”

Het slechte imago heeft te maken met de teloorgang van de werfindustrie in Bremen in de jaren tachtig en negentig. Daar is jarenlang tegen beter weten in veel te veel geld in gepompt, zegt hij. “De lasten daarvan dragen we nog. Voor die tijd gold Bremen als zeer florissant en had het dezelfde positie als nu Beieren en Baden-Württemberg innemen.”

Oneerlijk belastingstelsel

Een andere oorzaak dat het minder gaat in Bremen heeft volgens hem te maken met de verandering van het belastingstelsel eind jaren zestig waardoor belasting wordt betaald waar je woont en niet waar je werkt.  Zo telt Bremen 80.000 forensen die bijvoorbeeld in Nedersaksen wonen en dus geen inkomensbelasting betalen in de stadsdeelstaat. “Mercedes heeft zijn grootste productielocatie hier in Bremen, maar betaalt hier nauwelijks belasting.”

Ondanks de oude lasten uit het verleden en het volgens Boerstra oneerlijke belastingsysteem is er voldoende hoop voor de stad. “We hebben hier hoger technisch onderwijs dat bij de top van Duitsland hoort. Het oude imago dat de universiteit een rood bolwerk was geldt al lang niet meer.” Het onderwijs straalt af op de bedrijven die het goed doen in Bremen, zegt hij. “Ruimtevaarttechniek is hier groot met onderdelen van Airbus en het hoofdkantoor van OHB. Maar ook bekende merken als Beck’s bier, visrestaurantketen Nordsee, zuivelgigant Milram en koffiemerken als Jacobs, Onko, Melitta en Azul komen hier vandaan.”

Wunderlinie

Juist hier ziet Boerstra aanknopingspunten voor Nederland. “Met Groningen is er een heel natuurlijke en vertrouwde band, zeker op onderwijsgebied. De samenwerking tussen beide hogescholen hoort tot de eersten in Europa.” Met name vanuit Groningen wordt gelobbyd voor een goede treinverbinding tussen beide steden, de Wunderlinie. Een project dat de honorair consul een warm hart toedraagt. “Het steekt dat ik met de trein sneller in Frankfurt kan zijn dan in Noord-Nederland.”

De Wunderlinie is volgens hem niet zomaar een leuk project voor studenten die over en weer studeren. “Het kan de mensen in de regio werkelijk dichterbij brengen. Het is een kip-ei verhaal, natuurlijk. Maar denk dat deze kip uiteindelijk heel veel eieren kan leggen.” Het noordoosten van Nederland voelt zich vaak een uithoek, daar kan zo’n treinverbinding veel verandering in brengen, zegt hij. “Dat maakt de horizon voor de noordelingen een stuk breder. Je bent dan snel bij ICE-verbindingen richting Frankfurt of Kopenhagen.”

Talentvijver

Het nadeel van de Hanzestad vindt hij dat het niet centraal is gelegen. “Maar het is hier wel ontzettend prettig wonen. Een stad zonder files en met lage woon- en leefkosten. Het is hier gelukkig niet zo chique als in Hamburg, een stad die ik graag mag. Maar in Bremen kan je je kinderen op de fiets naar school laten gaan.” De lage kosten, subsidies van de overheid in Bremen en de grote talentvijver van het onderwijs, dat zijn allemaal kansen voor Nederlandse bedrijven, zegt hij.

Boerstra leeft de Nederlands-Duitse band in zijn grootste hobby; schaatsen. Onder aanmoediging van zijn vader zette hij ’s winters al snel op Friese doorlopers zijn eerste stappen op de dichtgevroren waterrijke gebieden rond Bremen. “Al snel bleek dat ik vrij hard kon schaatsen en mocht ik meedoen met wedstrijden namens Duitsland.” Het leverde hem weer veel contacten op in Nederland. “Daar profiteer ik nog van.”